Alleen God

1 Thessalonicenzen 5:16-18a

„Verblijdt u te allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles.”

Het is een lange rede van Paulus, vol van godsvrucht, over die lichten van de Kerk, de profeten, de apostelen, en vele andere godvrezende mensen, om ons te onderwijzen en die ons ter navolging worden voorgesteld. Deze dingen heb ik eraan toegevoegd om de godvruchtige lezers te laten weten dat de aanroepingen van gestorven mensen afgekeurd en vermeden moeten worden. Het is een heidense zede. Het waren de heidenen die gewoon waren zowel goden als gestorven mensen aan te roepen.

Het is niet twijfelachtig dat deze dwaasheden door de duivel ontstaan zijn, die de erkenning van de ware God tracht te vernietigen. Laten wij daarom dergelijke voorbeelden van heidense razernij ontvluchten en leren wat over de hoogste deugd –namelijk het aanroepen van God– met zékere getuigenissen van het Woord van God overgeleverd is. Zo kunnen we recht en vroom de ware, eeuwige God, de Vader van onze Heere Jezus Christus, en Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gekruisigd en opgewekt is en de Heilige Geest Die op de apostelen is uitgestort, aanroepen en met ware dankbaarheid vereren.

Laten wij, nadat er gesproken is over het gebed om weldaden en hulp, onszelf ook de dankbaarheid te binnen brengen, waarvan Paulus zegt: „Verblijdt u te allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles” (1 Thessalonicenzen 5:16, 17, 18a).

Philippus Melanchthon, theoloog te Wittenberg (”Loci communes”, 1551)