Aanbidding

Psalm 141:2

„Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.”

Wanneer ik roep, hoor dan mijn stem, naar Uw gerechtigheid. Wees mij genadig en antwoord mij. Mijn gebed worde gesteld als een reukwerk en de opheffing mijner handen als het avondoffer. O God, op mij zijn Uw geloften, ik zal U met dankzegging vergelden. Dat zal U aangenamer zijn dan een os of gehoornde var. Gij hebt Uw gedachten en wonderen aan mij vele gemaakt. Ik kan die niet in orde verhalen. Zal ik ze verkondigen, zo zijn ze menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen. Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, de ganse dag Uw heil, hoewel ik de getallen niet weet.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus. Hij heeft ons uitverkoren in Hem voor de grondlegging der wereld en verordineerd tot het eeuwige leven. Gesteld tot verkrijging der zaligheid, naar het eeuwig voornemen van God dat naar de verkiezing vast is, naar het welbehagen van Zijn wil, tot gehoorzaamheid en besprenkeling van het bloed van Christus. Opdat wij heilig en onberispelijk voor Hem zouden zijn in de liefde, tot prijs van de heerlijkheid van Zijn genade, die ons gegeven is voor de tijden der eeuwen.

Grote goedertierenheid van God, dat Hij mij heeft aangenomen en anderen heeft verlaten.

Cornelia Leydekker, Middelburg (”Ernstige ziel-betrachtingen in heylige alleen-spraeken voor, onder, en na het houden der H. Avondmaels”, 1695)