Lutherse kerk Ede bestaat honderd jaar

Evangelisch-lutherse kerk Ede. beeld Vidiphoto
5

Het kerkgebouw van de evangelisch-lutherse gemeente in Ede is honderd jaar oud. In het gebouw staan vijf orgels. Luthers denken en muziek gaan heel goed samen.

Verscholen achter de eikenbomen aan de Beukenlaan staat het gebouw van de evangelisch-lutherse gemeente. Het is echt een lutherse kerk. Dat zie je aan de zwaan bovenop de toren, aan het naambordje bij de deur en aan de zwaan boven de ingang. De zwaan is het symbool van de lutherse kerken. „De gereformeerden hebben een haantje, de luthersen een zwaantje”, luidt een liedregel.

Eenmaal binnen is het moeilijker om typisch lutherse elementen te ontdekken, of het moet zijn dat de kansel niet centraal staat, en dat aan een van de muren een reproductie hangt van een schilderij met de kruisafname.

Orgels

Organist Dick Troost, in 2017 vijftig jaar cantor-organist van de kerk, helpt je snel uit de droom. De kerk heeft vijf orgels, en dat is in geen enkele calvinistische kerk het geval. Hij laat ze alle vijf zien. Drie staan er op de galerij: het hoofdorgel, gebouwd door Pels & Van Leeuwen. Het is, via een derde klavier, verbonden met een kleiner pijporgel iets meer aan de rechter zijkant. In het midden, van beneden af onzichtbaar, staat een klein kofferorgel, waaruit Troost heel wat geluid weet te halen.

Twee orgels staan voorin: een drieklaviers Flentroporgel, en een klein elektronisch kistorgel. Voor de gelegenheid maakt hij het open. Even later klinken uit het kistorgel de klanken van lied 280 van het Nieuwe Liedboek: „De vreugde voert ons naar dit huis.”

In de consistorie, onder het toeziend oog van een portret van Maarten Luther, citeert scriba Daan van Doorne het tweede vers: „Dit huis van hout en steen, dat lang de stormen heeft doorstaan, waar nog de wolk gebeden hangt, van wie zijn voorgegaan.”

Van Doorne, voorzitter van de commissie die de activiteiten ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de kerk organiseert: „We zijn de herdenkingsdienst begonnen met dit vers. Het gaat niet om het kerkgebouw, maar om de gemeente.”

Die gemeente groeit, vertelt hij. „Ze telt op dit moment 350 leden, van wie ongeveer 130 de wekelijkse erediensten bezoeken. Weliswaar zijn er nogal wat oudere leden, maar we hebben ook jonge gezinnen met in totaal zo’n twintig kinderen. Een aantal van die jonge gezinnen is afkomstig uit de bevindelijke hoek. Een van hen zei: „Bij jullie is het tenminste nog eerbiedig.” Dat vinden wij belangrijk, ja, eerbied. We hebben tijdens de dienst aandacht voor het Woord, het lied en de liturgie. Stilte en stijl maken deel uit van die liturgie. De liturgie lijkt iets meer op die van de Rooms-Katholieke Kerk dan op die van de calvinistische kerken.”

Tijdens de dienst is er aandacht voor de orgelmuziek van de cantor-organist, maar ook voor de cantorij. Troost: „We hebben een klank- en zangrijke eredienst. De cantorij bestaat uit 28 zangers, die sopraan, alt, tenor en bas zingen. De kerkgangers zingen bij gelegenheden ook in canon.”

Geen formulier

Ook voorafgaand aan de bediening van het heilig avondmaal heeft muziek een plaats. Van Doorne: „Wij kennen geen avondmaalsformulier, zoals in de calvinistische kerken, maar we gebruiken een gezongen avondmaalsliturgie.”

Van Doorne noemt nog een verschil met de calvinistische kerken: „In reformatorische kring kent men de jaarlijkse Hervormingsdag, op 31 oktober. Wij herdenken geen Hervorming, maar we hechten natuurlijk wel aan Maarten Luther. Het is niet voor niets dat hij hier in de consistorie afgebeeld is. Wij gaan verder in zijn spoor.”

Kerken in het Protestants Militair Tehuis

De evangelisch-lutherse gemeente te Ede dateert uit het begin van de twintigste eeuw, vertelt gemeentelid Johan Veenhuis. „Op initiatief van twee in Ede wonende lutheranen werden er vanaf 1913 lutherse diensten in het Protestantse Militair Tehuis gehouden. Mevrouw J. E. L. baronesse Van Lijnden schonk een perceel bouwgrond en deed er geld bij voor de kerkbouw. De eerste dienst in dit gebouw werd gehouden op 14 april 1918.”

Veenhuis zegt dat de gemeente tot 1947 een afdeling is geweest van de gemeente te Arnhem. „De eerste predikant was ds. W. F. Rouwelaar, die hier stond van 1947 tot 1955.”

De gemeente zet het honderdjarig bestaan van het kerkgebouw luister bij door het organiseren van een aantal festiviteiten, waaronder een aantal cantatediensten.