Luthers initiatief blaast stof van de vier ”sola’s”

Dr. M. L. (Martin) van Wijngaarden. beeld Andreaskerk Rotterdam

Een „gemiddelde lutheraan” heeft op catechisatie de vier sola’s uit het hoofd geleerd, denkt dr. Martin van Wijngaarden, predikant van de lutherse Andreaskerk in Rotterdam. Luthers of niet, de gemiddelde Nederlander kan best een opfriscursus luthers geloven gebruiken, vindt hij.

Op Hervormingsdag, de timing is perfect, presenteert de kerkhistoricus samen met co-auteur ds. Trinette Verhoeven, classispredikant in de Protestantse Kerk, een boekje: ”Vier x sola” (Stichting Lutherse Uitgeverij en Boekhandel).

Het is niet dik, tachtig pagina’s. Maar omvangrijk genoeg om te laten zien: zo geloven lutheranen in Nederland. Het is bedoeld „om aan je neefje te geven als hij belijdenis doet.” Maar eveneens geschikt, aldus Van Wijngaarden, voor mensen die niet eens weten wat het christendom inhoudt. „We laten zien waar ons hart klopt.” Dit gebeurt in tekst en door middel van kunst (illustraties en poëzie).

Zijn de vier sola’s weggezakt bij de lutheranen?

„Niet echt. Het boekje vormt ook niet zozeer een herijking van ideeën, maar wil laten zien wat de betekenis van de sola’s is voor vandaag.”

Wat betekenen de afzonderlijke sola’s voor lutheranen?

„Alleen Christus, zegt de Reformatie. Solus Christus. Luther zei: „Neem Christus uit de Schrift en er blijft niet veel van over. We leren van hem om op een christocentrische manier de Bijbel te lezen. Sola scriptura wil bij ons zeggen: de Schrift gaat vóór op de belijdenisgeschriften.”

De volgende: alleen genade.

„Zomaar een voorbeeld uit het boekje is dat mensen tegenwoordig hun zogenoemde milieuschuld afkopen. Als je een vliegreis gemaakt hebt, eet je een aantal weken geen vlees. Halen we dan niet de aflaat via de achterdeur binnen? Als je door genade aangeraakt bent, zo leggen wij uit, volgen daar vanzelf wel daden uit. Als je die precies probeert te benoemen, wordt het weer zo wettisch. Daar haalde Luther ons juist bij vandaan.”

Een gereformeerde zou dit alles bijna op dezelfde manier kunnen verwoorden.

„De verscheidenheid tussen gereformeerden en lutheranen zou weleens tot uiting kunnen komen in wat ik over het sola fide, alleen het geloof, wil zeggen. Als ik de gereformeerde leer goed begrepen heb, komt de predestinatie voorop en volgt het geloof. Bij lutheranen is dat andersom, al denk ik dat zij de predestinatie niet eens goed weten te benoemen. Omdat geloof voorop gaat, is schuld tweederangs geworden. En ik denk dat lutheranen dat ook leven. Wij kennen ook helemaal geen avondmaalsmijding. Als het avondmaal wordt gevierd, komen er eerder meer mensen dan minder. Hoe mensen kiezen met hun voeten, zegt ook iets.”

Sprak Luther al over de sola’s?

„Als losse onderwerpen heeft hij ze benoemd, maar hij maakte er niet direct een kwartet van. Het duurde lang voordat de sola’s een vast setje vormden. De Contrareformatie speelde hierin een grote rol. Pas in 1917 zijn ze nadrukkelijk afgestoft als een soort staalkaart van het geloof.”