Loofhuttenfeest trekt meer bezoekers uit het zuiden

JERUZALEM. Christenen tijdens de mars door Jeruzalem tijdens het Loofhuttenfeest. beeld Alfred Muller

Zo’n 5000 christenen uit 90 landen hebben deze week in Jeruzalem de christelijke viering van het Loofhuttenfeest bijgewoond. Het feest wordt elk jaar door de Internationale Christelijke Ambassade in Jeruzalem georganiseerd.

De ambassade in Jeruzalem werd in 1980 opgericht door evangelische christenen die daarmee hun steun aan Israël wilden betuigen. Dat gebeurde nadat een aantal landen –waaronder Nederland– gehoor gaf aan een oproep van de VN-Veiligheidsraad om hun ambassade uit de Israëlische hoofdstad terug te trekken.

Het Loofhuttenfeest van de christelijke ambassade begon zondag met een openlucht­bijeenkomst bij de Dode Zee. De afgelopen week kwamen de pelgrims bijeen in een congrescentrum en op andere locaties in Jeruzalem. Vrijdag vond de laatste bijeenkomst plaats.

Aan de jaarlijkse mars door Jeruzalem die donderdag werd gehouden, deden ook Israëlische groepen mee en christenen die het Loofhuttenfeest vierden bij andere organisaties.

Zuidelijk halfrond

De woordvoerder van de christelijke ambassade, David Parsons, zei dat pelgrims uit Europese en Noord-Amerikaanse landen weer sterk vertegenwoordigd waren. De afgelopen jaren blijkt echter ook sprake van een snelle groei van het aantal deelnemers van het zuidelijk halfrond.

„De aandacht voor de christelijk-zionistische beweging verschuift van het noordelijk halfrond naar Afrika, Latijns-Amerika en Azië”, aldus Parsons. „Dat zien we hier ook op het feest. Brazilië is sterk vertegenwoordigd met 650 pelgrims. Ongeveer 600 pelgrims komen uit Chineessprekende landen. We hebben 200 deelnemers van het vasteland China, 100 uit Hongkong en 100 uit Taiwan. Verder zijn er pelgrims uit Singapore, Maleisië en de Chinese diaspora. Andere grote groepen komen uit de Filipijnen en Thailand. Ik schat dat er zo’n 20 tot 25 procent uit Azië komt en eenzelfde percentage uit Latijns-Amerika.”

Het werk van de christelijke ambassade heeft zich de laatste jaren uitgebreid in Afrika. Ook in enkele landen met een moslimmeerderheid heeft de organisatie afdelingen geopend.

Ambassadedirecteur dr. Jürgen Bühler ziet een verband met recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten en de toenemende belangstelling voor Israël. „De Arabische landen vormen sinds 2010 geen verenigd blok meer. Ze lopen niet langer voor op de Afrikaanse landen. Dat biedt kansen voor Israël. Islamitische regeringsfunctionarissen in West-Afrika vertellen ons dat ze de Arabische staten zat zijn. Ze beschouwen ze als racistisch en zeggen dat de Arabische landen zwarte mensen haten en de jihad naar hun landen willen brengen. Ze zeggen ook dat ze Israël zien als hun natuurlijke partner. Israël kan hen helpen om hun landen te ontwikkelen. We roepen Israël op om snel gebruik te maken van deze gelegenheid. We weten niet hoelang die blijft bestaan.”

Tempelberg

Woordvoerder Joel Nguessan van de president van Ivoorkust zegt dat de Arabische landen zich ervan bewust zijn dat jaar Afrika over dertig het continent met de grootste bevolking is. Hij vindt het belangrijk dat Israël investeert in diplomatieke betrekkingen met Afrika.

Dat Nigeria pas instemde met een door de Arabische landen gesteunde anti-Israëlresolutie van de Unesco –de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur– ziet Nguessan als een gevolg van de economische banden tussen Nigeria en de Arabische wereld. In de resolutie wordt de Joodse band met de Tempelberg genegeerd. „Als Afrikaanse landen met de Arabische landen meestemmen, hebben ze daar belangen. Het is belangrijk dat we economische betrekkingen tussen Israël en de Afrikaanse landen ontwikkelen. Als Israël op economisch gebied aan de zijde van Afrika staat, stemmen ze voor Israël. Landen hebben geen vrienden, maar belangen.”