Leven van Klaas Muurling verweven met de vervolgde kerk

Klaas Muurling, bijna veertig jaar werkzaam bij Open Doors. beeld RD, Anton Dommerholt

Bijna veertig jaar is het leven van Klaas Muurling, persvoorlichter bij Open Doors, verweven met dat van de vervolgde kerk. Hij smokkelde Bijbels, bezocht broeders en zusters in Noord-Korea, China en Iran, luisterde naar hun rauwe verhalen en bemoedigde hen. Niet zelden keerde hij zelf ook bemoedigd terug.

Een interview met Klaas Muurling (61) begint met gebed. „We bidden veel op de werkvloer, zelfs met sollicitanten. Vanmorgen las ik thuis 2 Samuël 5:24. Daarin krijgt David van God de boodschap om pas tegen de Filistijnen op te trekken als hij in de boomkruinen het geluid van een aanstormend leger hoort. Zo moeten wij ook elke dag naar Gods stem luisteren en Hem volgen.”

Januari was een drukke maand voor de persvoorlichter. Open Doors presenteerde de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging. Die mocht op veel belangstelling rekenen. Alle christelijke media berichtten over de ranglijst. Maar ook nu.nl, de NOS, PowNed, de Telegraaf, het AD, Elsevier, WNL en NPO Radio 1 besteedden er aandacht aan.

De belangstelling van –ook niet-christelijke– media voor christenvervolging groeit, concludeert Muurling. „In 2010 gaf ik 29 interviews, in 2014 105 en vorig jaar kon ik de vraag alleen niet aan. Toen deden mijn collega’s en ik er 130. Media weten dat Open Doors met gedegen informatie komt. De ranglijst bouwde door de jaren heen een goede reputatie op. Nieuws over christenvervolging is uniek en zegt ook veel over de positie van andere minderheden in een land.”

Muurling kwam in augustus 1978 in dienst bij Open Doors als assistent boekhouder. Hij werkte er nog maar drie maanden toen de directeur hem vroeg om een uitgevallen koerier te vervangen. Het was het begin van jarenlange Bijbelsmokkel naar Oost-Europa en Rusland.

Tot in detail herinnert Muurling zich zijn eerste rit naar Roemenië. „Een vrachtwagen bracht drieduizend Bijbels naar een geheime plek in het bos. Daar zaten wij verscholen, te wachten op lokale christenen. Als de politie ons betrapte, dan hadden wij een groot probleem. Ik leerde in die jaren wat het is om afhankelijk van God te zijn en alleen op Hem te vertrouwen.”

De blijdschap waarmee Oost-Europese christenen het Woord van God ontvingen, motiveerde hem door te gaan. „In Moskou overhandigden wij een vrouw van een jaar of zestig een Bijbel. Ze bladerde erin, klapte hem dicht en gaf hem toen een kus. Dat moment vergeet ik nooit meer.”

De meeste van zijn twintig smokkelritten liepen goed af; één keer ging het mis. Russische douaniers vonden 250 Bijbels en boeken nadat ze een gat boorden in de vloer van de caravan waarmee Muurling en zijn vrouw Anneke reisden.

Na drie dagen intensieve verhoren brachten agenten van de KGB, de staatsveiligheidsdienst van de voormalige Sovjet-Unie, hen naar een hotelkamer. „Daar heb ik eerst zitten huilen. We baden samen. Anneke kwam op het idee om de radio aan te zetten. Tot onze verbazing klonk daar een christelijk lied, een negrospiritual.” Hij stopt even en zingt dan zacht: „Nobody knows the trouble I’ve seen, nobody knows, but Jesus.”

Muurling: „Het was alsof er een briefje uit de hemel neerdaalde. Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk. Dat lied raakte ons zo diep. Niemand wist van onze situatie af, maar Eén wel. We grepen nieuwe moed en begonnen lofliederen te zingen. De volgende dag brachten agenten ons naar een grenspost. Onze auto, lectuur en caravan namen ze in beslag, Anneke en ik kwamen vrij.”

De ervaring stempelde zijn werk bij Open Doors. „Ik heb geleerd dat God gespecialiseerd is in het onmogelijke.”

Muurling wijst op een poster uit 1999 waarop in grote letters staat dat er in China 50 miljoen christenen zonder Bijbel zijn. „Wie had ooit kunnen denken dat er twintig jaar later geen sprake meer is van een tekort?”

Welke veranderingen vallen nog meer op als het gaat om christenvervolging?

„Het communisme was jarenlang de grootste aanjager van christenvervolging; nu is dat de islam. Christenvervolging komt meer voor en wordt heviger. Eerst concentreerde het zich rond Oost-Europa en Rusland, nu komt het ook voor in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. De kerk op die continenten groeit en dat leidt tot vervolging. Dat patroon zie je wereldwijd.”

U ontmoet regelmatig vervolgde christenen. Wat doen hun verhalen met u?

„Ik voel een enorme bewondering voor deze mensen. Vanwege hun geloof, hun moed en hun volharding. Zo sprak ik een broeder uit Laos, een eenvoudige rijstboer. Hij was zo verlegen dat hij mij niet durfde aan te kijken. Hij vertelde dat hij in de laatste twintig jaar dertien keer gevangen had gezeten om zijn geloof. In de cel kreeg hij rijst vermengd met zand. Een toilet was er niet.

Bewakers dwongen hem om zijn geloof af te zweren. Omdat hij weigerde, werd hij aan handen en voeten gebonden en geslagen. Medegevangenen bespotten hem en scholden hem uit. Na zijn vrijlating was hij deels verlamd vanwege de mishandelingen.

Eenmaal terug in zijn dorp, bleek zijn huis te zijn verkocht. Ook kreeg hij geen land om te bewerken, zijn kinderen mochten niet naar school en het ziekenhuis wilde hem niet meer helpen. Hij moest op een andere plek helemaal opnieuw beginnen. „Hoe houd je het vol?”, vroeg ik hem. „Ik vertrouw niet op wat ogen kunnen zien, maar op de Eeuwige”, antwoordde hij. Zo’n getuigenis raakt mij diep.”

U wordt geconfronteerd met veel leed. Hoe gaat u daarmee om?

„Soms wordt het me teveel. Dan kan ik het lezen van een verhaal niet aan.” Muurling hapert even. „God regeert. Maar het is heftig wat sommige christenen mee moeten maken. Het helpt mij om 1 Petrus 4 te lezen. Daar staat dat de Geest van God en de Geest van Gods heerlijkheid rust op degenen die gehoond worden om de Naam van Christus. God geeft hen dus iets extra’s van Zichzelf. Dat verklaart misschien hoe vervolgde christenen het volhouden.

Ik heb lang niet alle antwoorden en begrijp veel dingen niet. Ik klamp me vast aan wat de Bijbel zegt: door lijden en vervolging heen gaat de verkondiging van het Evangelie door. Dan denk ik aan die oude vrouw, ze werd prinses genoemd, die in een werkkamp in Noord-Korea anderen leerde bidden.

Of aan gevluchte Noord-Koreaanse christenen die, met gevaar voor eigen leven, vanuit China terugkeren naar hun vaderland om hun familie het Evangelie te vertellen.”

Is er een land waar u zich bijzonder mee verbonden voelt?

„Ik wil graag een bemoediger zijn voor alle vervolgde christenen. Wat er in Iran gebeurt, vind ik heel bijzonder. De kerk in Iran is in een paar jaar tijd gegroeid van 250.000 naar ruim 800.000 christenen. Van hen is 90 procent moslimbekeerling. Door dromen, christelijke tv-programma’s en internet komen moslims tot geloof.”

Bent u tevreden over de aandacht in Nederland voor de vervolgde kerk?

„Meer en meer christenen in Nederland raken betrokken bij hun lijdende broeders en zusters. De bezoekersaantallen van de jaarlijkse Open Doorsdag zitten flink in de lift. Er valt echter nog veel werk te doen. Slechts 90.000 mensen ontvangen ons magazine. Hoeveel miljoenen christenen wonen er niet in Nederland?”

Eigenlijk bent u helemaal niet blij met de term vervolgde kerk, zei u recent.

„Nee, dat klopt. Het gaat om één wereldwijde kerk, één lichaam van Christus. Als één lid lijdt, lijdt de hele kerk. Het is gemakkelijk om het in de communicatie te hebben over een vrije en een vervolgde kerk. Je creëert dan echter gauw een wij-zij-idee. Onterecht, want we maken deel uit van één familie.”

Open Doors maakte vorig jaar een reorganisatie door. Die riep bij veel mensen vragen op.

„Het hoofdkantoor vroeg ons om de komende jaren 35 procent meer bij te dragen aan Bijbels en trainingen voor de vervolgde kerk, vanwege de grote vraag daarnaar. Om aan dat verzoek te voldoen moesten we onze organisatie efficiënter inrichten.

Dat betekende helaas dat er collega’s weg moesten, maar ook dat we nieuwe mensen nodig hadden. We willen het komende jaar vaker het land in om steun te verwerven voor ons werk.”

Open Doors is de laatste tijd de media actiever gaan benaderen.

„Wij ontvangen bijna dagelijks berichten over christenen die vervolgd of onderdrukt worden. Voorheen plaatsten we die op onze website of maakten er berichten van voor ons eigen magazine. Veel nieuws bleef echter op de plank liggen, terwijl dat ook onze aandacht waard was.

Omdat we dat dagelijkse nieuws niet wilden verzwijgen, besloten we om de media actiever te benaderen.

Het streven is om dit jaar minimaal zeventig persberichten de deur uit te doen.”

Wat zijn uw plannen voor de komende jaren?

„Ik hoop nog een paar jaar met plezier bij Open Doors te werken. Ik ben met dit werk verweven geraakt. Onze droom is dat in 2025 elke christen in Nederland en Vlaanderen betrokken is bij de vervolgde kerk. Er valt dus nog genoeg te doen.”

Klaas Muurling

Klaas Muurling werd geboren op 23 januari 1957 in het Friese Hommerts. Na zijn opleiding werkte hij als assistent boekhouder bij een machinefabriek in Sneek.

Op 1 augustus 1978 kwam hij in dienst van Open Doors, dat destijds stichting ”De akker is de wereld” heette. Hij begon als boekhouder, vervolgens werd hij communicatiemedewerker. In 1993 ging hij als development coördinator op het internationale hoofdkantoor in Ermelo werken. In 1996 keerde hij terug bij Open Doors Nederland en coördineerde hij evenementen als de Open Doorsdag, de Nacht van Gebed en de Zondag voor de Vervolgde Kerk. In 2010 werd hij pers- en publieksvoorlichter.

Muurling maakte 34 reizen voor Open Doors naar vervolgde christenen om Bijbels te brengen en hen te bemoedigen. Hij verzorgt spreekbeurten in kerken en doet vertaalwerk. Ook schreef hij het boek ”12 ontdekkingen van de vervolgde kerk”.

Hij is getrouwd met Anneke Muurling-De Haan en heeft drie dochters en tien kleinkinderen. Het echtpaar is lid van de Evangeliegemeente Ermelo.