„Lees het Oude Testament liever met Calvijn dan met Luther”

ds. H. Korving. beeld Ruud Ploeg
3

Ten diepste is er geen verschil tussen het spreken van God in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament. Dat zei ds. H. Korving zaterdag in Urk tijdens een symposium bij zijn 40-jarig ambtsjubileum.

De predikant van de christelijke gereformeerde kerk Urk-Maranatha reageerde op een vraag van ds. C.P. de Boer (CGK Sliedrecht-Beth-el) naar aanleiding van een „merkwaardige uitdrukking” in Hebreeën 7:18. De Boer vroeg of het „enkel typologisch of heilshistorisch lezen” van passages over de offerdienst recht doet aan het nieuwtestamentische verstaan van het Oude Testament. „Of valt de nadruk op het tekort van Mozes’ gebod, de radicale afschaffing daarvan door het offer van Christus de Hogepriester?”

In het laatste geval zou de prediking over zulke Schriftgedeelten veel meer bepaald moeten worden door de tegenstelling gebod-belofte of wet-evangelie, vindt De Boer. „Moeten we voor de prediking van Christus in het Oude Testament op dit punt niet bij Calvijn, maar bij Luther in de leer gaan?”, zo wilde hij weten.

De predikant uit Sliedrecht haakte met zijn lezing in op het nieuwste boek van ds. Korving, dat tijdens het symposium door uitgever Wim Kranendonk van De Banier werd gepresenteerd. In dit boek, getiteld Nabij u is het Woord – prediking in trinitarisch perspectief, zoekt de auteur in een hoofdstuk over Christusprediking uit het Oude Testament aansluiting bij Calvijn. De reformator stelt dat de beelden van het Oude Testament verwijzen naar de werkelijkheid van Christus.

Ds. De Boer kwam tot zijn naar eigen zeggen „prikkelende vraag” na een analyse van het gebruik van het Oude Testament door de auteur van Hebreeën. Dat gaat volgens hem verder dan alleen maar het aanwijzen van het tekort van het Oude Testament of een typologisch gebruik ervan.

Volgens Hebreeën 7:18 plaatst God Mozes’ gebod –waar het levitisch priesterdom op rust– buiten spel met dat Hij Christus tot Priester aanstelt. „De reden voor die uitschakeling is dat het zwakke gebod niet in staat is om een sterfelijke en zondige levitische priester tot volmaaktheid te brengen, laat staan andere mensen voor wie hij offert”, aldus De Boer.

Ds. Korving, die de lezing van De Boer niet vooraf had ingezien, zei dat hij liever „met Calvijn verbinding blijft zien” tussen de oudtestamentische en de nieuwtestamentische bedeling. „Artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is in dit opzicht een goede leidraad. De ceremoniële dienst is afgeschaft, maar de waarheid ervan blijft in Jezus Christus, in Wie de ceremoniën hun vervulling hebben.”

Prof.dr. T.M. Hofman, emeritus hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, sprak over aspecten van Jezus’ prediking aan de hand van het Lukas-evangelie. Hij verwees onder meer naar de prediking van Jezus in de synagoge van Nazareth. „Daar zijn de persoon van de Prediker en de boodschap op het allernauwst met elkaar verbonden. De Prediker en de boodschap zijn eigenlijk Eén. Hij verkondigt Wie Hij is en wat Hij doet.”

Jezus zegt dat de Schrift in Hem is vervuld. „Niet om het Oude Testament door te strepen, maar om het te onderstrepen.” In de synagoge van Nazareth staat de Knecht des Heeren. Israël heeft als knecht gefaald, Jezus brengt de profetie tot vervulling.

Drs. H. Visser, vertaalconsulent in Zuidelijk Afrika en uitgezonden door CGK Urk-Maranatha, benadrukte dat de prediking een „cruciale plaats” in de zending heeft. „Het Woord van God wordt doorgegeven, in uitleg en toepassing.”

Tegelijk dient volgens Visser de zending ook een plek te hebben in de prediking in Nederland. „Het is belangrijk dat de prediking missionair is en missionair maakt. Als je de rijkdom van de Heere leert kennen, dan kun je het niet verdragen dat andere mensen Hem nog niet kennen. Boven de uitgang van een kerk in Afrika las ik: Hier begint uw zendingsveld.”

Het symposium werd geopend en gesloten door de beide andere predikanten van CGK Urk-Maranatha, respectievelijk ds. J. van Vulpen en ds. H. Polinder.

Na de lezingen ontving ds. Korving uit handen van de Urker burgemeester Pieter van Maaren een koninklijke onderscheiding. De jubilerende predikant is „vanwege zijn inzet voor het bredere kerkelijke en maatschappelijke leven” benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.