„Lees Bijbel pre-modern met kerk van alle eeuwen”

Haamstedeconferentie 2019
Haamstedeconferentie 2019 in Elspeet. beeld RD, Anton Dommerholt

Hermeneutiek –de visie op de Schriftuitleg– en theologie zijn altijd met elkaar verbonden, stelt dr. P. de Vries. Verschuivingen in theologische inzichten leiden daarom ook tot verschuivingen in hoe de Bijbel wordt gezien. Het is nodig de Schrift te lezen samen met de kerk van alle eeuwen.

De docent Bijbelse theologie en hermeneutiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium in Amsterdam sprak maandagavond tijdens de Haamstedeconferentie over ”Recente ontwikkelingen op het gebied van de hermeneutiek”.

Vaak klinkt bij een direct beroep op de Schrift het verwijt dat men zich onvoldoende bewust is van de hermeneutiek, stelde dr. De Vries. Elk beroep op de Bijbel zou contextueel en relatief zijn. „Dit speelt in actuele zaken zoals de plaats van de vrouw in de gemeente, seksualiteit of bijvoorbeeld de boodschap van de eeuwige rampzaligheid. Zelfs als men zo ver niet wil gaan om te stellen dat een rechtstreeks beroep op de Schrift onmogelijk zou zijn, heeft men rond deze onderwerpen toch vaak moeite om het getuigenis van de Schrift hierover onverkort door te geven.”

Dr. De Vries wilde in zijn beide lezingen –ook dinsdagavond spreekt hij nog over dit onderwerp– een handreiking bieden om een antwoord te geven op deze „ontwikkelingen in de hermeneutiek” die volgens de universitair docent ook binnen de gereformeerde gezindte invloed hebben.

Geschiedenis

Maandagavond schetste de universitair docent voornamelijk in hoofdlijnen de geschiedenis van de hermeneutiek. Eeuwenlang is onder hermeneutiek verstaan de „regels voor de uitleg van de Schrift.” Het ging daarbij, aldus dr. De Vries, om de overtuiging dat in de Bijbel de stem klinkt van de levende God. „De Reformatoren onderstreepten daarbij dat wij de stem van God horen door na te gaan wat de menselijke auteurs die God in Zijn dienst nam, met hun woorden hebben bedoeld. Zij deden dit in de overtuiging dat deze mensen door de inspiratie van Gods Geest samen de eenduidige wil van God vertolken.”

Met name met de theoloog Schleiermacher breekt een nieuwe ontwikkeling aan. „Uitgangspunt is voor hem niet de ene Goddelijke Auteur van de Schrift, maar de vele menselijke auteurs. De Schrift bevat een veelheid van stemmen die niet zondermeer een eenheid vormen. Voor wie Schleiermacher volgt, is een beroep op de Schrift niet doorslaggevend.”

Een andere belangrijke ontwikkeling ziet dr. De Vries in de verschuiving van moderniteit naar postmoderniteit. „Er komt weer meer aandacht voor de tekst zelf en voor de vooronderstellingen die een lezer meebrengt naar de tekst.” Deze ontwikkelingen zijn per definitie negatief, stelt dr. De Vries. „Elk beroep op de tekst zegt niet alleen iets over de tekst, maar ook iets over degene die zich op de tekst beroept. Ook is het goed te beseffen dat wij nooit neutraal de Schrift kunnen lezen. Maar als dat het laatste woord is, zoals in het postmodernisme, eindigt de Schriftvisie in relativisme. Er ligt dan geen universele waarheid meer achter de tekst. Of er een levende God is Die handelt in de geschiedenis, doet er dan niet meer toe.”

Luisteren

Dr. De Vries sprak over Bijbellezen als „luisteren naar de Schrift. Dat is een levenslange opgave. Echt luisteren vraagt wedergeboorte en voortdurende verlichting door de Heilige Geest.” De docent stelde dat de Bijbel gelezen moet worden „in overeenstemming met haar zelfgetuigenis: als de stem van God. Paulus schrijft in 2 Timotheüs 3:16 dat de Schrift door God is uitgeademd. Dat is niet alleen iets van het verleden, maar ook van het heden.”

Dr. De Vries pleitte voor „pre-modern lezen, zoals de kerk van alle eeuwen de Bijbel heeft gelezen. Wereldwijd doen eenvoudige christenen dat nog altijd heel ongecompliceerd.”

Deze visie op de Schrift heeft ook hermeneutische consequenties, aldus de hersteld hervormde predikant. „Wie de Schrift als de stem van de levende God erkent, zal ervan overtuigd zijn dat het in principe mogelijk is de betekenis van die stem te verstaan – welke hindernissen er ook zijn.”

Eenheid

Het is belangrijk de eenheid van de Schrift in het Oude en Nieuwe Testament vast te houden, benadrukte dr. De Vries. „In sommige kringen wordt het Oude Testament wel heel makkelijk opzij geschoven omdat we nu in de nieuwe bedeling leven. Maar beide Testamenten vormen samen het Woord van God. Als bepaalde delen vanuit het Oude Testament, zoals de reinheidswetten, voor christenen niet meer van toepassing zijn, is dat alleen omdat de Heilige Geest dat Zelf duidelijk maakt in het Nieuwe Testament.”

Ook weersprak de universitair docent de tegenwerping dat een rechtsreeks beroep op de Bijbel een „grenzeloze veelvormigheid aan opvattingen oplevert, omdat iedere ketter zijn letter heeft.” Als antwoord hierop heeft de kerk altijd vastgehouden aan de geloofsregel, zoals verwoord in de apostolische geloofsbelijdenis. „Goede Schriftuitleg beweegt zich altijd binnen de kaders van deze regel.” Daarnaast sprak de Vroege Kerk over de „regel van de liefde. Dit betekent dat de Schrift alleen juist wordt gelezen als zij tot gehoorzaamheid aan Gods wil en tot gelijkvormigheid aan Christus leidt.” Dr. De Vries citeerde de puritein John Owen die schreef: „Wij verstaan de Schrift in de mate waarin wij de Heere Jezus kennen.”

Dr. P. de Vries - Recente ontwikkelingen op het gebied van de hermeneutiek (1)