Lag Baomer: kampvuur en marshmallows

Joodse feesten
Kampvuur in de Jeruzalemse wijk Mea Shearim. beeld EPA, Abir Sultan
2

Een toerist die wat afwijkt van de gebaande Israëlische wegen zal zich deze week mogelijk verbazen. Vanwaar al die kampvuurtjes en dollende kinderen? De reden: Lag Baomer, de 33e dag van de Omertelling.

Pesach ligt deze donderdag exact 33 dagen achter ons. De zogenoemde Omertelling herinnert daar feilloos aan. Die telling loopt van Pesach tot het Wekenfeest (vgl. Leviticus 23:15-16) en markeert de 49 dagen tussen de bevrijding uit Egypte en de ontvangst van de wet op de Sinaï.

De Omertijd geldt voor (streng)religieuze Joden traditioneel als een periode van rouw en onthouding. Er worden geen huwelijken voltrokken, men luistert geen muziek, men doet geen grote aankopen en mannen scheren zich niet.

Voor het verdrietige karakter van de Omertijd zijn twee redenen. Allereerst herinnert de Omertijd aan de massale Jodenvervolgingen (pogroms) die eeuwenlang in Europa (!) plaatsvonden, vaak rond Pasen. Onder het motto ”De Joden hebben Jezus vermoord” werden daarbij vele Joden gedood. De laatste pogrom in Europa vond plaats in Polen, in 1946. Daarbij werden 41 Holocaustoverlevenden vermoord…

De andere reden is te herleiden tot het begin van de tweede eeuw. Volgens Joodse overleveringen kwamen er toen, ten tijde van de Omertelling, vanwege een straf van God maar liefst 24.000 leerlingen van de bekende Joodse rabbijn Akiva om het leven. Op de 33e dag van de Omertelling stopte de plaag. Slechts de levens van Akiva en vijf van zijn studenten, onder wie Shimon bar Yochai, werden gespaard. In tegenstelling tot de andere dagen geldt deze 33e dag van de Omer (Hebr. ”Lag Baomer”) daarom als een dag van omkeer, een dag van vreugde.

De 33e Omer is verder de sterfdag van de genoemde Shimon bar Yochai. Bar Yochai ontwikkelde zich tot een van de meest gezaghebbende mystieke rabbijnen. Zijn sterfdag wordt op eigen verzoek door zijn volgelingen feestelijk gevierd. Als herinnering aan Bar Yochai, die wel wordt getypeerd als een „licht voor de wereld”, worden overal ‘lichten’ (lees: kampvuren) ontstoken. Honderdduizenden Joden reizen naar de graftombe van Bar Yochai in Meron (Galilea) om daar massaal de sterfdag van de rabbijn te vieren. Inderdaad, met een kampvuur.

De scholen in Israël zijn deze donderdag dicht. Veel gezinnen trekken erop uit of zijn te gast op een van de bruiloften die massaal worden gehouden. Eerder deze week organiseerden tal van scholen al hun eigen Lag Baomerfeesten. Vaak gingen de feestelijkheden gepaard met luide muziek, een kampvuur én marshmallows.

Onder niet-religieuze Joden neemt de sympathie voor een aantal tradities die horen bij Lag Baomer af. De eerste feestjes zonder kampvuur zijn inmiddels een feit (is slecht voor het milieu en brandgevaarlijk). Zo lang Lag Baomer echter min of meer synoniem staat voor eten, drinken en plezier, zal het draagvlak voor het feest op zich onverminderd groot blijven.

De auteur werkt in Jeruzalem, als Israëlconsulent voor het Centrum voor Israëlstudies (hetcis.nl). Een jaar lang schrijft hij op elke Joodse feestdag een bijdrage voor het Reformatorisch Dagblad. Vandaag deel 11: Lag Baomer.