Lachlan Mackenzie, dorpsdominee met profetische gaven

Het inmiddels vervallen kerkje in Lochcarron. beeld ancientmonuments.uk
3

„Lachlan Mackenzie was een geestelijk genie, predikant, profeet en dichter. Sommigen zeiden dat hij helderziende was, maar een nauwkeuriger verklaring van zijn profetische gave wordt gevonden in de woorden van Psalm 25.”

Met deze woorden getuigde prof. G. N. M. Collins, kenner van de Schotse Hooglanden, van de legendarische predikant van Lochcarron. Hij citeerde de psalmist: „De verborgenheid des Heeren is voor degenen die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.”

Lachlan Mackenzie (1754-1819) werd geboren in Knockbain, op het Black Isle in Easter Ross. Zijn ouders, Donald en Elizabeth, woonden op een pachtboerderij. In die streek was in 1744 een geestelijke opleving gekomen, die in de kinderjaren van Lachlan nog krachtig nawerkte.

Om voor predikant te studeren ging hij naar de universiteit van Aberdeen. Voordat hij toestemming kreeg om te gaan preken vestigde hij zich als schoolmeester in Lochcarron. Hier trokken zijn vroomheid en godsvrucht de aandacht. Op een avond liep hij de nieuwe pastorie binnen, die bijna gereed was. Hij boog er zijn knieën om zijn hart voor de Heere uit te storten. Onder het gebed kwam Hij hem voor met de woorden uit Psalm 60: „Het dal van Sukkoth zal ik afmeten.” Later ontdekte hij dat Sukkoth een heuvelachtig land was, net als de omgeving van Lochcarron.

De gemeente van Lochcarron begeerde Mackenzie als leraar. Maar toen kwam de beproeving. David zag in de strijd met de omliggende volken dat deze hem onderworpen zouden worden (Psalm 60). Zo zag Lachlan dat het dal van Lochcarron hem in de belofte toebehoorde, ondanks alle tegenstand. De classis probeerde zijn toelating tot het predikambt te verhinderen. Het duurde ruim een jaar voor alle obstakels uit de weg waren geruimd. De grootste tegenstanders stierven plotseling, waarna Mackenzie preekconsent ontving. De gemeente bracht een beroep uit, dat hij aannam.

Verzet

Zo werd Mackenzie in 1782 tot grote vreugde van het volk aan de afgelegen westkust er tot herder en leraar bevestigd. Toch werd de blijdschap bij een aantal dorpelingen getemperd. Mackenzies waarschuwende prediking stuitte op verzet, ook omdat hij concrete zonden als drankmisbruik en zondagsontheiliging ter sprake bracht. Spoedig werden echter vruchten van bekering gezien. Mackenzie probeerde zijn hoorders het gewicht van de eeuwigheid voor te houden. De Heere vervulde op Zijn tijd de belofte die hij had ontvangen.

Zijn prediking was altijd nieuw. Schatten uit het Woord bracht hij naar voren. Indringend en benadrukkend was zijn aanspraak. Mackenzie sprak met gezag en grote ernst. Eerlijk handelde hij met de gewetens. Hij probeerde aangevochten zielen te vertroosten en onbekeerden te doen ontwaken. Kortom, zijn woord was met kracht.

Verstokte zondaren werden aangeraakt en verkondigden Gods lof, zoals de oude Muckle Kate. Haar gedaante was lelijk, maar afschuwelijker was haar zondig leven. Zij had zich schuldig gemaakt aan alle overtredingen van Gods wet, uitgezonderd moord. Lachlan vond haar toestand echter niet hopeloos. Hij probeerde haar voor het Evangelie te winnen. Maar alle bezoeken en het aandringen om naar de kerk te gaan, waren vruchteloos. Mackenzie gooide het over een andere boeg. Hij schreef een verslag van haar zondig leven in versvorm en maakte de melodie erbij. Haar vrienden zongen het vers in het bijzijn van Kate. Wat de predikant niet kon bereiken, gebeurde nu in enkele ogenblikken. De oude vrouw ontving een pijl in haar geweten bij het horen van haar goddeloze daden.

Na een tijd van diepe overtuiging van haar zonden kwam de uitkomst. Zij had zich blind gehuild vanwege haar zonden. In het derde jaar van haar zielensmart vroeg Mackenzie of ze aan het avondmaal wilde deelnemen. Dat wilde zij onder geen voorwaarde. De dag van de bediening van het avondmaal was aangebroken. Velen waren aangegaan en Mackenzie maakte aanstalten om de plechtigheid te besluiten. De duizenden die onder de open hemel waren bijeenvergaderd, luisterden naar het slotwoord.

Opeens klonk een schreeuw als van een vrouw in nood. Zo luid dat de 104 omliggende heuvels de echo weerkaatsten. Het was Muckle Kate. Lachlan kende de stem en wist waarom zij om hulp riep. Hij drong tussen het volk door naar de plaats waar Kate zat, vatte haar bij de hand en leidde haar naar de tafel. Hij liet de tekenen van brood en wijn weer op de tafel zetten. Daar ontving Muckle Kate voor de ogen van de duizenden aanwezigen de tekenen van het lichaam en bloed van de Zaligmaker der wereld. Tijdens deze plechtigheid kwam zij tot volle ruimte. Mackenzie sprak over de woorden: „En daar zal niet een klauw achterblijven.” Deze toespraak werd zo rijk gezegend dat ongeveer 200 zielen een gevoel van hun verloren staat buiten Christus inleefden.

Profetische gaven (in de zin van charismatische gaven), eigende Mackenzie zich niet toe. Deze waren wat hem betreft beperkt gebleven tot de eeuw van de apostelen. Maar de traditie heeft vele voorbeelden nagelaten dat zijn voorzeggingen uitkwamen. Zoals toen hij van de kansel tot de jongemannen sprak: „Ga op je knieën vanavond en zijt ernstig bezig aan de troon der genade. Je behoefte om dat te doen is groot. Een grote breuk zal je overvallen. Er zijn vandaag vijf jongemannen in ons midden die binnen zes weken in de eeuwigheid zullen zijn.” Het plotselinge overlijden van vijf jongemannen van niet ouder dan 26 jaar bewezen de waarheid van deze ontzaglijke profetie.

Graf

James Campbell, die een boek met de nagelaten geschriften van de profeet van de Hooglanden samenstelde, bezocht eens het graf van Mackenzie op het kerkhof van Lochcarron. Bij de ruïne van het kerkgebouw vond hij de overblijfselen van twee bomen waren omgevallen. Had de ‘profeet’ niet voorspeld dat aan de beide zijden van de preekstoel twee bomen zouden groeien, van een in dit gebied onbekende soort? Wanneer de Waarheid uit Lochcarron zou wijken en de afval van de laatste tijden aanvangen, zouden de takken in elkaar groeien en de ondergang bewerken.

Ook in Lochcarron zegevierde de geest van de afval. Desondanks bleek de vrucht van het door Mackenzie gestrooide zaad onuitroeibaar. Daar getuigde Mackenzie van toen hij bezoek kreeg van Sir John Stewart die in opdracht van de regering gegevens over Lochcarron zocht. Op de vraag of er altijd een christen in Lochcarron zou blijven, antwoordde Mackenzie vastberaden. Hij wees naar het water van de baai dat tegen de oever klotste. In de Keltische taal antwoordde hij dat zolang als de golven op de rotsen zouden slaan, er altijd een christen in zijn woonplaats zou blijven.

Vlak bij het graf van de oude Muckle Kate op de begraafplaats van Lochcarron is het lichaam van haar geestelijke vader begraven, Lachlan Mackenzie.