Kritiek op preek moet pastoraal zijn

De preek
beeld Sjaak Verboom

Kritiek op de prediking is legitiem. Maar het luistert nauw hoe die kritiek wordt verwoord. En wat het doel is.

Protestanten zijn er bijzonder trots op. Dat in hun kerken het Woord centraal staat. Niet zelden wordt, in een nieuw protestants kerkgebouw, met een glunderend gezicht gewezen naar de kansel met de geopende Bijbel op de lezenaar. „Zelfs in de indeling van het kerkbouw is terug te zien dat wij het Woord in het centrum plaatsen”, heet het dan.

Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat die centraal staande preekstoel in de praktijk van de erediensten vooral de predikant centraal stelt. Want vanaf die kansel wordt in een kerkdienst enkele minuten uit de Bijbel gelezen en daarna een halfuur, drie kwartier of langer gepreekt door de predikant.

Dat deed een rooms-katholieke bezoeker van een protestantse kerkdienst ooit opmerken dat in de protestantse erediensten niet het Woord, maar de prediker in het middelpunt staat.

Een protestant die thuis is in de Bijbel zal direct repliceren dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor door het gepredikte Woord van God.

Toch is de persoon van de prediker in de protestantse erediensten bovengemiddeld belangrijk. En het kan niet anders of er komt, van welke kant dan ook, kritiek op de manier waarop die predikant preekt.

Bij mezelf heb ik ontdekt dat mijn kritiek zelden voldoet aan de eisen die ik stel aan de preek. Van de preek verwacht ik van alles, maar aan m’n kritiek stelde ik niet zelden geen enkele eis. En dan kan het zomaar heel erg fout gaan. Omdat de predikant me al bij het begin van de dienst ergert, bijvoorbeeld. Door z’n verschijning, de manier waarop hij z’n handen gebruikt, z’n uitspraak, z’n accent.

Voor je het goed en wel doorhebt, lopen in zo’n geval ergernis en kritiek in elkaar over. En ergernis is een onaanvaardbaar fundament voor kritiek.

Een predikant wordt geacht een pastorale houding te hebben. Maar van een kritisch gemeentelid mag dat zeker óók verwacht worden. Waarom stuur ik een predikant een mail met opmerkingen over zijn preek? Of waarom stel ik hem die bepaalde vraag? Om hem vast te laten lopen en dan te laten zien dat ik het antwoord allang weet? Of omdat ik oprecht graag extra informatie krijg?

Stuur ik trouwens alleen maar kritische mailtjes of briefjes? Of is er ook ruimte om een compliment te maken? Niet iedere positieve opmerking richting een predikant is per definitie slijmen. Sterker: het kan voor een predikant weleens hard nodig zijn iets positiefs te horen.

Kan ik me ook beheersen in het leveren van kritiek? Durf ik de verontschuldigingen die ik voor mezelf graag gebruik als er kritiek op mij is ook in stelling te brengen als ik over een preek oordeel? En is het soms niet beter te bidden dan te mailen?

Heb ik er eigenlijk wel een idee van wat het betekent om iedere zondag, ongeacht wat er in de week allemaal is gebeurd, twee keer de kansel te moeten beklimmen om te preken? Om geestelijk te zijn? Om steeds maar weer je innerlijk bloot te leggen, terwijl dat er ook bij een predikant weleens armetierig bij kan liggen?

De vraag of je wel kritiek mag leveren op een ambtsdrager, een van God gezondene, leeft bij mij eerlijk gezegd minder sterk. Het is heel reformatorisch om te onderzoeken of de dingen die op de kansel gezegd worden in overeenstemming zijn met de Bijbel. Met dat onderzoek is niets mis, met de verwoording soms wel.

En als je –belangrijke– zaken al vaak op een goede manier hebt aangekaart bij de predikant maar er verandert niets? Stem dan niet met de voeten door een andere wijkkerk of een gemeente van een ander kerkverband te bezoeken. Doe het een predikant niet aan dat hij als z’n collega preekt via de kerktelefoon altijd de klapstoelen hoort ratelen, terwijl hij weet dat het kerkgebouw er ’s avonds, als hij op de kansel staat, uitziet als een gatenkaas.

„Maar ik krijg geen enkele voeding meer door deze prediking.” Des te meer reden om veel voor de predikant te bidden.

En wat die voeding betreft, die is er toch vast wel uit het lezen van het Bijbelgedeelte, uit het zingen van de psalmen en niet te vergeten uit votum en groet én de zegen aan het einde van de dienst?

Een noodrantsoen? Misschien. Maar toch altijd méér dan genoeg om in leven te blijven.

Lees hier alle artikelen over het thema ”De preek”.