Kootwijk, doleantiekerk tussen heideveld en zandverstuiving

Kootwijk. beeld RD, Anton Dommerholt
5

Net buiten het Veluwse dorp Kootwijk –tussen heidevelden en zandverstuivingen– bevindt zich het ”kerkje op de heuvel”. Het staat er al honderd jaar onder de bomen, als een baken in de tijd. Rondom is het blad gevallen. Het is herfst.

Als er tachtig kerkgangers zijn, zit het kerkje propvol. Maar dat is al sinds de jaren zeventig niet meer zo. Er wordt alleen nog op zondagochtend dienst gehouden, dan zijn er gemiddeld zo’n dertig, veertig kerkgangers. Diaken Albert Bouman: „Vijftig jaar geleden moest de vouwwand er nog weleens uit. Dan zat ook de consistorie vol. ’s Zomers maakten we het wel mee dat er mensen naar huis moesten worden gestuurd, omdat er niemand meer bij kon. Maar de secularisatie gaat ook de Veluwe niet voorbij.”

In de kerkzaal staan zestien banken te wachten op dingen die komen gaan. Door lage ramen in de zijgevels kruipt aarzelend het najaarslicht naar binnen. Achterin staat een klein pijporgeltje op de kerkvloer, gebouwd door de Duitse firma Streichert. Vier kroonluchters hangen aan het kerkdak. Het bescheiden liturgisch centrum staat vol met een kansel, een doopvont, twee kerkenraadsbanken en een liturgietafel, met daarop een houten kruis, een Statenbijbel die openligt bij ”De Prophete Jesaia”, en een stenen avondmaalsstel.

Het kerkje op de heuvel is de oudste doleantiekerk van Nederland. In 1886 besloot de kerkenraad van de hervormde gemeente van Kootwijk mee te gaan met de Doleantie (kerkscheuring in 1886 onder leiding van Abraham Kuyper). Ook na 34 beroepen was de gemeente vacant gebleven. Het 35e beroep ging naar een kandidaat, Jan Hendrikus Houtzagers, de eerste afgestudeerde theologisch kandidaat van de kort daarvoor opgerichte Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Bouman: „Het leek een wanhopig beroep. Een beroep op een kandidaat van de VU moest wel tot problemen met de kerkelijke besturen leiden.”

Houtzagers kwam. De hervormde kerkbestuurders staken echter een spaak in het wiel en schorsten de kerkenraad, waarop de Kootwijkse broeders een dag later al besloten om de schorsing niet te erkennen, het hervormde „juk” af te werpen en met de Doleantie mee te gaan. Vooralsnog bleef de gemeente waar ze was, in de hervormde kerk aan de Dorpsbrink. Keurig betaalde men de huur ervan. Er leek niets veranderd, behalve dan dat de Kootwijkse schapenhouders weer een predikant hadden.

In 1919 was het gedaan met het dolerend kerken in de vaderlandse kerk. Ze moesten eruit. Binnen enkele maanden werd, op een paar honderd meter afstand, de nieuwe gereformeerde kerk gebouwd, het kerkje op de heuvel, toen nog met een rieten kap. Ds. Houtzagers legde eigenhandig de eerste steen. Toen had Kootwijk, met minder dan 200 inwoners, opeens twee kerken.

Glas-in-lood

Parmantig staat het bakstenen zaalkerkje op de heuvel. Rechts is de consistoriekamer aangebouwd. Op het dak staat een dakruiter. Binnen bevinden zich, naast de kansel, twee glas-in-loodramen die in jaartallen de geschiedenis weergeven. In het ene raam staat ”1886”, in het andere ”1919”.

Aan een van de muren hangt de ”dooprol”, de lijst met namen van dopelingen. Het waren er zes in de afgelopen vijftien jaar. In de consistoriekamer zijn de portretten te zien van de predikanten die de gemeente hebben gediend, te beginnen met dat van ds. Houtzagers.

Bouman typeert de gemeente als „aan de behoudende kant”: „We kennen wel vrouwelijke ambtsdragers en er gaan ook vrouwelijke predikanten voor. Maar kinderen aan het avondmaal, dat kan hier niet. Het gaat er bij ons vrij traditioneel aan toe. We zijn echt gereformeerd, zij het niet heel streng. Noem ons midden-orthodox.”

Begraven aan de Kerkhofweg

Jan Hendrikus Houtzagers (1857-1940) had theologie willen studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Echter, zijn moeder zag liever dat hij naar de kleinere Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam zou gaan. Het stelde de jonge Houtzagers wel voor problemen. Hij aarzelde en weifelde. Driemaal liet hij zich bij de VU inschrijven en driemaal liet hij zich weer uitschrijven. Uiteindelijk koos hij toch maar voor de universiteit van Abraham Kuyper. Op zondag 7 februari 1886 werd Houtzagers door ds. F. P. L. C. van Lingen (Zetten) bevestigd tot predikant van Kootwijk. Hij deed intrede met een preek over 1 Korinthe 3:7. Tot aan zijn emeritaat bleef hij in Kootwijk. Hij ligt er ook begraven, op de begraafplaats aan de Kerkhofweg.