Kerkgeschiedenis met knipoog: Retraite tegen FOMO

Henri Nouwen ging zeven maanden het klooster in. beeld iStock

Het jaar is ruim een maand oud. Grote kans dat uw goede voornemens voor 2018 zijn geveld door het FOMO-virus. Het nestelt zich in uw geest met de symptomen van rusteloosheid, concentratieverlies en overprikkeling.

Henri Nouwen, bekend van zijn boek ”Eindelijk thuis” over de verloren zoon, dook in 1974 zeven maanden het klooster in. Dat had een reden. „Ik klaagde dat er te veel beslag op me werd gelegd, maar was niet op mijn gemak als er niets gevraagd werd. Ik noemde brieven schrijven een last, maar van een lege brievenbus werd ik neerslachtig. Ik ergerde me aan vermoeiende lezingentournees, maar was teleurgesteld als ik geen uitnodigingen kreeg. Ik sprak met nostalgisch verlangen over een leeg bureau, maar was doodsbang voor de dag waarop dat werkelijkheid zou worden.”

FOMO staat voor Fear of Missing Out. De ziekte wordt in verband gebracht met overmatige blootstelling aan sociale media. Fervente gebruikers daarvan raken gedesoriënteerd als ze door de overspoelende hoeveelheid informatie niet elke update kunnen meemaken. De naam is gemunt in 2004, maar met Nouwen hebben we een FOMO’er avant la lettre te pakken. Zijn tegengif: een retraite.

Nouwens kloosterdagen zijn gevuld met zwaar, eentonig en ogenschijnlijk zinloos werk. Zo staat de theoloog enkele keren per week rozijnen te wassen voor in de duizenden broden die gebakken worden. De prijsetiketten blijken op een dag niet meer geldig, omdat de broodprijzen zijn verhoogd.

Terwijl Nouwen bezweet alles aan het omstickeren is, ontdekt hij aan het eind van de lopende band twee monniken die naast de sticker een nieuwe kortingsprijs plakken. Diep geschokt vraagt hij om uitleg. „Benedict zei onmiddellijk: „Zoals het nu is, hebben we een verlaging van zes cent. Als de mensen dat verschil zien, zijn ze eerder geneigd om te kopen.” Ondertussen worden er honderden arbeidsuren besteed aan het verhogen en verlagen van de prijs op een en dezelfde zak brood. Het is een merkwaardig soort monnikenwerk!””

Nouwen kan zijn werk niet loslaten. Toch wijst hij een uitnodiging af om elders een lezing te houden over de Heilige Geest. „Vanmorgen tijdens de meditatie merkte ik ineens, dat ik mezelf zat af te vragen wat ik had kunnen schrijven en ik raakte verward in allerlei ‘boeiende’ ideeën over de Heilige Geest. Toen ik weer opschrok uit mijn gedachtespinsels zei ik tegen mezelf: „Laat je niet afleiden door gedachten over de Heilige Geest, maar bid!” Toen schoot ik in de lach, omdat ik besefte dat de Heilige Geest Zichzelf in de weg stond. Wat kan een mens toch gecompliceerd zijn. Toch is het heel wat anders of ik mijn geest volstop met ideeën over een artikel over de Heilige Geest, of dat ik mijn geest leegmaak, zodat de Heilige Geest in mij kan bidden.”

Heeft het kloostermedicijn gewerkt? Voor eindeloos informatie schiftende FOMO’ers is het antwoord klip-en-klaar. „Het heeft mijn problemen niet opgelost.”

Toch zou Nouwen zijn kloosterperiode voor geen goud hebben willen missen, ook al is hij er geen beter mens van geworden. „Een klooster wordt niet gebouwd om problemen op te lossen, maar om God midden in de problemen te loven.”