Kerk zoekt naar rol in de samenleving

Is het mogelijk om ook het Woord van God te laten spreken bij het bieden van zorg? Tijdens de landelijke evangelisatiedag van de Gereformeerde Gemeenten, zaterdag in Veenendaal, stond onder meer deze vraag centraal. beeld Niek Stam Niek Stam

GOUDA. De overheid vraagt kerken om een rol te spelen in de participatiesamenleving. Hoe kan de kerk de ruimte die ze krijgt goed benutten? En is het mogelijk om ook het Woord van God te laten spreken bij het bieden van zorg? Tijdens de landelijke dag van de evangelisatie van de Gereformeerde Gemeenten stonden deze vragen centraal.

Voorzitter van het deputaatschap evangelisatie, ds. B. Labee, hield een lezing over de participatiesamenleving en christelijke barmhartigheid. De Veenendaalse predikant legde uit dat in de participatiesamenleving burgers zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen leven en dat van hun omgeving. De overheid speelt daarbij geen 
rol of slechts een kleine rol.

Op kerken komt de vraag af of zij zorg van tijdelijke aard op zich kunnen nemen. „Het begrip participatiesamenleving is mede bedacht om een oplossing te bieden voor de toenemende zorgkosten”, aldus de predikant. „In Veenendaal bestaat al jaren een overleg tussen pastores en het college van burgemeester en wethouders. Vorig jaar was er voor het eerst vanuit de overheid plotseling opmerkelijk veel behoefte aan dit overleg. Er wordt veel verwacht van kerken. We kunnen er de hand van de Heere wel in opmerken dat we nu als kerken zo betrokken worden bij de samenleving.”

Samaritaan

De predikant moedigde de aanwezigen aan om de ruimte die de overheid biedt te benutten. Vanuit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan legde hij eerst uit hoe het niet moet. „Na Genesis 3 is de mens blind geworden voor zijn naaste. Misschien lijken we meer op de priester dan we zouden willen. Hij was heel principieel, liet de gewonde man misschien wel liggen omdat hij bang was om zich te verontreinigen. Misschien dacht hij wel: als God het wil komt er vast iemand anders om die man te helpen. Ook de leviet betoont zich geen naaste. Hij gaat niet naast de gewonde man zitten.”

Ds. Labee riep de evangelisatievrijwilligers ertoe op om de houding van de Samaritaan aan te nemen. „Ga naar mensen toe, neem de tijd voor hen. De wetgeleerde vroeg: „Wie is mijn naaste?” Maar Jezus vraagt: „Wie is de naaste van dat slachtoffer?” In de barmhartige Samaritaan tekende de Heere Jezus eigenlijk Zichzelf. Hij gaf Zijn bloed, opdat verloren zondaren niet dood zouden bloeden.”

Vertrouwensband

Omdat evangelist G. Baan niet aanwezig kon zijn, las algemeen secretaris G. Geijtenbeek zijn lezing voor. Baan schreef een praktische handreiking over de rol van de kerk bij een zich terugtrekkende overheid. „Wij maken deel uit van deze samenleving, dus de vraag van de overheid gaat ook ons aan. Laten we de naaste liefhebben met de daad en het Woord. Meestal gebruiken wij de andere volgorde. Maar het is belangrijk om eerst een vertrouwensband op te bouwen, te luisteren, kennis te nemen van de ander.”

Een voorbeeld van deze manier van werken is een spelletjesmiddag die de evangelisatiepost in Alkmaar organiseerde voor kinderen uit de buurt, aldus Baan. Zestig kinderen bezochten de middag, die geen evangeliserend karakter had.

Tijdens het forum komt de vraag aan de orde hoe de kerk nu tegenover de overheid moet staan. Enerzijds wil de overheid de daadkracht van de kerken gebruiken. Anderzijds vraagt ze christenen om te emanciperen op bijvoorbeeld het gebied van homoseksualiteit.

J. J. Opschoor, penningmeester van het deputaatschap maatschappelijke zorg, reageert: „We moeten maar gewoon doen wat onze hand vindt om te doen. We doen vaak goed aan de huisgenoten des geloofs, maar de tekst luidt: „Laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.” Laten we de ander niet vergeten.”

Jolanda Modderkolk, medewerkster bij een kinderevangelisatieclub in Rotterdam-Zuid: „Ons gedrag als christenen zou niet anders moeten worden dan vóór de introductie van de participatiesamenleving.”