„Kerk in Nederland moet profetisch spreken”

Dr. C. M. A. van Ekris beeld IZB

De kerk in Nederland heeft dringend een profetisch beraad nodig. „Zelfkritiek is een belangrijk kenmerk van profetie.”

Dat stellen ds. C. Blenk, dr. C. M. A. van Ekris, ds. E. K. Foppen en K. van Noppen.

Ze schreven voor het studiecentrum Areopagus van de IZB (vereniging voor zending in Nederland) een artikel om daarmee de bezinning binnen de christelijke gemeente te bevorderen. Aanleiding voor het artikel zijn meerdere crises die momenteel tegelijkertijd gaande zijn in de wereld. De auteurs wijzen op de coronapandemie, de ecologische crisis, de morele crisis en de crisis in de onderlinge verhoudingen.

2020-07-08-OPN1-protest-6-FC_webKerk heeft dringend profetisch beraad nodig

De schrijvers vragen zich af of de kerk nog wel profetisch genoeg is. „Profetie kun je omschrijven als „iets gezien hebben en daardoor wat te zeggen hebben.” Laat de kerk dat eens in een beraad aan de orde stellen. Laat de kerk zichzelf daarin eens kritisch bevragen.”

Oordeel

„Gesteld dat we vandaag te maken hebben met een oordeel, dan is de keerzijde daarvan: zelfkritiek, een belangrijk kenmerk van profetie”, stellen de auteurs. Als je al kunt spreken over een oordeel, wat zou de reden dan zijn dat God zo spreekt? „Wees maar voorzichtig in het duiden”, stellen de schrijvers. „Wat betreft het profetisch spreken zaten we er in de 20e eeuw meestal naast of kwamen we te laat.”

Als voorbeelden noemen ze, naast de Jodenvervolging, kolonialisme en racisme. De vraag die dan rijst: „Is er een bepaald defect in ‘onze’ theologie, waardoor zulke blinde vlekken konden ontstaan en blijven bestaan?”

Hoop

De auteurs sluiten af met de hoop die er voor de kerk is. „Wat mogen we hopen? Als de crisis van de kerk is dat zij zo verwereldlijkt is, dan is het geen vreemde gedachte dat God ons momenteel uitschudt. Op het gevaar af dat we als zwartkijkers te boek komen te staan: onze hoop is aangevochten. Het is een heimelijke hoop, op een meesterzet, dat de Levende Zelf in ons midden komt, als de nood het hoogst is.”