Kanselruil als blijk van onderlinge herkenning

Kanselruil
De dorpskerk van Abbenbroek. beeld Bram van de Biezen Bram van de Biezen
6

Kanselruil tussen verschillende kerkverbanden. Het komt steeds vaker voor, al dan niet kerkelijk geregeld. Soms kruipt het bloed waar het volgens de synodale regels niet kan gaan. „De kerkmuren worden lager, kanselruil is een mooi symbool van eenheid.”

Kanselruil is een teken van inter­kerkelijk verkeer dat historisch gevoelig ligt. Hoe ‘zwaarder’ de ambtsvisie en de eigen kleur van de kerk, des te moeilijker dit wordt. De Rooms-Katholieke Kerk staat protestantse voorgangers niet toe om voor te gaan tijdens de liturgie omdat zij niet officieel gewijd zijn volgens de regels van Rome en niet staan in de apostolische successie. De opkomst van de oecumene sinds de twintigste eeuw heeft echter geleid tot een hausse aan bilaterale dialogen, die onder meer voorzien in kanselruil en andere vormen van samenwerking.

Ook in de brede reformatorische gezindte is de laatste decennia in allerlei verbanden een gereformeerde oecumene gegroeid, nationaal en internationaal. Die heeft onder meer geresulteerd in kanselruil. Een simpele les uit de praktijk leert dat wie brede contacten heeft, al gauw op de kansel van de ander komt. Uitnodigingen zijn vaak het gevolg van persoonlijke contacten. Men herkent elkaar in een gereformeerde prediking en als de plaatselijke kerkenraad ermee instemt, is een preekbeurt doorgaans snel geregeld.

Wanneer dit alles landelijk ook nog eens goedgekeurd en vastgelegd is, mag zelfs een dergelijke ruil legitiem heten. Maar ook buiten deze regelingen om zijn er allerlei plaatselijke initiatieven ontstaan. De vraag laat zich echter stellen: is er sprake van wildgroei en hapsnapbeleid? Moet er meer officieel geregeld worden, of juist niet?

Eerste ruil

In 2012 vond tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) de eerste officiële kanselruil plaats. Ds. J. Joppe (hhg Woudenberg) ging voor in christelijk gereformeerd Middelharnis. Ds. G. R. Procee (cgk Middelharnis) vervulde een beurt in Woudenberg.

Dit initiatief heeft zich herhaald in tal van gemeenten. Hersteld hervormd Apeldoorn kent inmiddels al enige jaren christelijke gereformeerde voorgangers in de personen van ds. J. Westerink, prof. dr. J. W. Maris, dr. M. J. Kater en dr. A. Huijgen. Ook staan er dit jaar verschillende diensten genoteerd, evenals een hele zondag ruilen met ds. H. Polinder te Urk. „Het ruilen neemt dus steeds meer toe”, aldus de plaatselijke hersteld hervormde predikant, dr. R. van Kooten. „Persoonlijk en als gemeente weten wij ons erg verbonden met de predikanten van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Zelf ga ik sinds 2014 rond de sterfdatum van onze zoon Peter in november een zondag voor in christelijk gereformeerd Kerkwerve, waar hij lid was, wat in vele opzichten heel waardevol is.”

De CGK verbreedden inmiddels hun beleid ten aanzien van kanselruil in 2013 met het besluit om de kansels ook open te stellen voor alle predikanten uit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die zich „in de uitoefening van hun ambt verbonden hebben aan de gereformeerde belijdenissen.” Op 30 maart 2014 stonden ds. A. J. Mensink (PKN) en ds. W. van ’t Spijker (CGK) op elkaars kansel. Ds. Mensink, voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, leidde de dienst in Hilversum, terwijl ds. Van ’t Spijker, voorzitter van het deputaatschap eenheid van de gereformeerde belijders van de CGK, voorging in Krimpen aan den IJssel.

Nog een (willekeurig) voorbeeld: ds. A. J. Post, predikant van de hervormde gemeente in Nieuw-Beijerland, ging dit jaar voor in de christelijke gereformeerde Gedachteniskerk te Oud-Beijerland. Het betrof een ruilbeurt met dr. J. W. van Pelt, die in Nieuw-Beijerland preekte.

Wie verder terugkijkt in het verleden, ziet echter tal van ruilbeurten die de publiciteit niet gehaald hebben. Soms gaat de geschiedenis van deze samenwerking nog verder terug, zoals in Maarssen, waar er sinds meer dan tien jaar een samen­werking is tussen de hervormde gemeente en de christelijke gereformeerde kerk. Deze samenwerking heeft geresulteerd in gezamenlijke diensten onder verantwoordelijkheid van de beide kerkenraden. Sinds 2014 wordt ook samen het avondmaal gevierd. Afgesproken is om dit jaarlijks te doen. Al enkele jaren worden alle avonddiensten in de maanden juli en augustus gezamenlijk gehouden, met afwisselend een predikant uit de CGK en de PKN.

In elkaar overlopen

Ondertussen wordt er zo breed geruild dat PKN, CGK en HHK in elkaar overlopen. Zo ging dr. A. Huijgen, christelijk gereformeerd predikant te Genemuiden, voor in hervormd Voorthuizen, hersteld hervormd Apeldoorn (enkele malen), hersteld hervormd Kralingseveer en hervormd Genemuiden. Bij Voorthuizen en Genemuiden ging het daadwerkelijk om kanselruil.

Dr. Huijgen vindt het een goede zaak dat zijn kerkverband de mogelijkheden van kanselruil heeft geschapen en dat ook wil stimuleren, zo zegt hij desgevraagd. „De kerkmuren worden lager, het is een mooi symbool van eenheid. Natuurlijk zijn er risico’s dat je de samenwerking binnen je eigen kerkverband relativeert of dat je de suggestie wekt aan een schijneenheid te werken. Maar in deze tijd met zo veel verdeeldheid zijn het kleine stapjes naar meer onderlinge erkenning en een teken van verbondenheid in het Evangelie.”

„Onsje zwaarder”

Ook vanuit de PKN neemt kanselruil toe, maar moet deze nog meer zijn beslag krijgen, zo valt hier en daar te horen. Afgelopen nieuwjaarsdag gaf de christelijke gereformeerde ds. F. W. van der Rhee (Rotterdam-Oost/Capelle aan den IJssel) op zijn weblog aan dat het wat hem betreft wel „een onsje zwaarder” mag worden. Zijn gemeente was op oudejaarsavond voor het eerst op bezoek bij de hervormde wijk­gemeente Schollevaar, en op nieuwjaarsmorgen gebeurde dat andersom. Vooralsnog maken de gezamenlijke diensten deel uit van een proces van samensprekingen, dat vermoedelijk dit jaar zal worden afgerond.

De samenwerking tussen PKN en CGK komt langzaam van de grond, maar veel schot lijkt er niet in te zitten, constateert de predikant. Hij heeft het vermoeden dat het mogelijk te maken heeft met de „volkskerkgedachte” en de afkeer van de Afscheiding. „Ik denk dat hervormde predikanten niet tegen samenwerking zijn, maar merk in sommige gemeenten een bepaalde koud­watervrees bij kerkenraden. Zoiets als: ze zijn van ons afgescheiden, en kunnen we hen dan zomaar toelaten op onze kansels? Het heeft denk ik ook te maken met het feit dat de CGK al een langere tijd de traditie kennen van de kleine oecumene. In de PKN is dat niet het geval.”

Ds. Van der Rhee heeft ook zijn vragen bij bepaalde aspecten van het synode­besluit van de CGK. Dat laat het namelijk aan de plaatselijke kerkenraad over om te beoordelen of een predikant uit de PKN voldoende gereformeerd is. „De praktijk leert echter dat een kerkenraad dat niet gemakkelijk zal doen. Zo’n toetsing krijgt al snel iets van een beoordelingsgesprek.”

Een andere bijzonderheid van het synode­besluit is dat het zich sterk richt op persoonlijke contacten tussen predikanten. „Maar moet kanselruil afhangen van de toevalligheid van deze contacten?” zo vraagt ds. Van der Rhee zich af. „Ik zou het jammer vinden dat als de predikant verhuist, dit initiatief dan ook snel verdwijnt. We moeten geen hapsnapbeleid krijgen dat afhankelijk is van toevallige ontmoetingen, in plaats van dat de verantwoordelijkheid bij de kerkenraad ligt, waardoor samen­werking meer structureel vorm krijgt. Vooral dat laatste wil ik toejuichen. Ik zou het in deze tijd heel goed vinden om elkaar over de kerkmuren heen te vinden, ook voor een jonge generatie. Langs die weg mag je ook zegen verwachten als kerk.”

Ds. A. J. Mensink, voorzitter van de Gereformeerde Bond, heeft weinig zicht op hoe het kanselverkeer functioneert tussen hervormde gemeenten en de diverse reformatorische kerken, zo zegt hij desgevraagd. „Ik heb wel de indruk dat het nog niet veel gebeurt. Kanselruil hangt af van de kerkenraden, die een eigen uitnodigingsbeleid hebben. Maar als ik zo de recente reacties op de kanselruil in Nieuw-Beijerland lees, gebeurt het ook veel meer dan bekend is. Ik heb ook de indruk dat best veel hervormde predikanten willen ruilen, zeker de jongeren onder hen. Dat het ruilen uiteindelijk toch weinig gebeurt, heeft wellicht te maken met het feit dat gemeenten weinig zicht op elkaar hebben.”

Publieke uitnodiging

Soms is er sprake van een publieke uit­nodiging. Deze krant meldde vorig jaar dat de hervormde gemeente van Valburg (PKN) „ruimte wil bieden aan proponenten en predikanten uit Schriftuurlijk-bevindelijke kring buiten de PKN” om in kerkdiensten voor te gaan.

„Hoewel ik uitsluitend positieve reacties op ons voornemen heb ontvangen”, zo reageert de plaatselijke predikant ds. B. van Leeuwen, „was er slechts één predikant –uit de Hersteld Hervormde Kerk– die spontaan aanbood in een kerkdienst voor te gaan. Vervolgens zijn er enkele predikanten benaderd. Een predikant uit de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft toegezegd te willen voorgaan. De gevraagde predikanten van de Gereformeerde Gemeenten gaven over het algemeen te kennen dat ze daartoe kerkelijk geen mogelijkheden zien, ondanks dat sommigen persoonlijk van harte met dit initiatief instemden.”

Ds. Van Leeuwen zou graag meer toe­nadering zien: „Kerkelijke verdeeldheid is in strijd met het bevel van de Zaligmaker, Die wil dat „zij allen één zijn.” We klagen over de geringe doorwerking van de Heilige Geest, maar wij kunnen de Geest ook door onze verdeeldheid bedroeven.”

Katholieke gezindheid

Grensverkeer tussen de PKN en de HHK is er weinig, wat verklaarbaar is vanwege de gevoeligheid van de scheuring ruim tien jaar geleden. Hier en daar vindt dit verkeer echter wel plaats. De hersteld hervormde gemeente van Abbenbroek, waar ds. A. A. F. van de Weg predikant is, is er een voorbeeld van. „De regel van onze gemeente is dat we het uitnodigingsbeleid van voor 2004 blijven handhaven. De hele gemeente is destijds hersteld hervormd geworden, hoewel veel ingeschreven dorpsbewoners dat waarschijnlijk niet eens bewust beseffen.”

Ds. Van de Weg juicht kanselruil van harte toe. „Waar ik uitgenodigd wordt om te komen preken, daar ga ik naartoe. Zo ben ik verschillende keren in diverse gemeenten van de Christelijke Gereformeerde Kerken voorgegaan. Ik ervaar ook geestelijke herkenning bij broeders in de Protestantse Kerk, ondanks het feit dat zij een andere keus gemaakt hebben. Ik hoop persoonlijk ook dat de mogelijkheden tot kanselruil tussen de PKN en de HHK verder zullen worden verruimd dan dat nu het geval is. Ik leef in een omgeving in de Randstad waar de geestelijke kaalslag en de secularisatie dermate doorgaan dat we het ons niet kunnen veroorloven om gescheiden op te trekken. Verder laat je met kanselruil iets zien van een katholieke gezindheid die ieder christen eigen moet zijn. Geestelijke herkenning is een belangrijke drijfveer om over eigen kerkmuren heen te kijken.”

Ds. J. Koppelaar, hersteld hervormd predikant in Katwijk, gaat regelmatig voor in gemeenten die behoren tot de PKN. „Mijn standpunt is altijd geweest dat ik niet beroepen ben door een landelijk kerkverband, maar door een plaatselijke gemeente. Een van mijn vorige gemeenten, Abbenbroek, heeft destijds gekozen om over te gaan naar de Hersteld Hervormde Kerk, en daar was ik het zelf mee eens. Maar had de gemeente anders gekozen, dan had ik mij ook daarnaar gevoegd. Ik heb in 2004 tussen twee kwaden moeten kiezen, niet tussen één die goed was en één die kwaad was. Als een gemeente in de PKN mij vraagt om te preken, dan ga ik ernaartoe. Ik denk dat wij tijdens de grote verdrukking in de toekomst weer naar elkaar toe gedreven zullen worden. Laten we nu dan maar zo dicht mogelijk bij elkaar blijven, dan hoeven we straks niet zover meer te lopen.”

Dit is het eerste deel van een tweeluik in Accent over kanselruil. Over twee weken het slot.


Kerkelijke regelingen rond kanselruil

Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), de Protestantse Kerk in Neder­land (PKN) (inclusief de Gereformeerde Bond), de Hersteld Hervormde Kerk (HHK), de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) zijn er de laatste jaren verschillende regelingen ontstaan die kanselruil mogelijk maken.

De CGK kennen een lange traditie van samenwerking met de GKV en de NGK, resulterend in een toenemend aantal samenwerkings­gemeenten en vormen van kanselruil. Het eerste deel van dit tweeluik richt zich vooral op de overeenkomsten tussen CGK, PKN en HHK, omdat die van recente datum zijn. In 2010 besloten de CGK tot kanselruil met predikanten uit de HHK. De synode van de HHK besloot in 2012 dat ook in omgekeerde richting toe te staan.

Ter rechterzijde –globaal de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland)– zijn er geen officiële regelingen met betrekking tot kanselruil, maar gebeurt het desondanks regelmatig dat predikanten –doordeweeks– in elkaars gemeenten voorgaan.