Kansel op Sint Philipsland bood in oorlog schuilplaats aan student

Han Vermeulen bij de kansel in Sint Philipsland waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderduiker verborgen zat. De oud gereformeerde predikant ds. W. H. Blaak gaf Cees van Nieuwenhuizen een schuilplaats. beeld RD, Henk Visscher
4

Niet alleen ds. R. Kok uit Veenendaal liet in de Tweede Wereldoorlog een onderduiker in de preekstoel wegkruipen. Ook ds. W. H. Blaak uit Sint Philipsland deed dat. De oud gereformeerde predikant gaf Cees van Nieuwenhuizen een schuilplaats.

De kerk van de oud gereformeerde gemeente in Sint Philipsland dateert uit 1871, zo staat op de voorgevel van het gebouw aan de Achterstraat. Het onderging in de loop van de tijd verschillende verbouwingen, om meer mensen plaats te kunnen bieden, maar de preekstoel bleef dezelfde.

„Hierop heeft ds. Pieter van Dijke, die deze gemeente stichtte, nog gestaan”, zegt Han Vermeulen. Hij is in Sint Philipsland geboren en woont nu in Meteren. Hij publiceerde diverse boeken over oud gereformeerde voorgangers. In reactie op een artikel over ”Japie”, die in de oorlog een schuilplaats vond in de kerk van de gereformeerde gemeente in Veenendaal, berichtte hij over een soortgelijk geval in de kerk in Sint Philipsland.

Vermeulen wijst het gat aan de achterzijde van de preekstoel aan waar de jongeman zich verschillende keren doorheen gewurmd moet hebben om in zijn schuilplaats te komen. „De situatie was toen anders dan nu. Na de watersnoodramp in 1953 is de kerkvloer zo’n halve meter opgehoogd. In de oorlog was er dus aanmerkelijk meer ruimte onder de preekstoel.” Hij laat het zien op een oude foto. „Toch zat Cees hier opgevouwen.” Vermeulen weet niet hoe vaak de jongeman hier zijn toevlucht moest zoeken. „Ik heb het verhaal verscheidene jaren geleden gehoord en heb toen niet naar de details gevraagd.”

Weigeraar

Cees studeerde medicijnen in Utrecht en kwam in de problemen toen hij in 1943 weigerde een loyaliteitsverklaring te tekenen. Wie tekende, beloofde zich te onthouden van handelingen tegen de Duitsers. Wie niet tekende, mocht niet meer studeren. Weigeraars moesten zich melden bij verzamelpunten en werden via doorgangskamp Ommen in Duitsland tewerkgesteld. Cees meldde zich niet. Hij werkte als tolk voor de geallieerden.

„Dat was in een dorp als Sint Philipsland, waar iedereen elkaar kende, niet zo eenvoudig. Cees was bang voor ontdekking en zocht een onderduikadres. Ds. Blaak, een trouwe Oranjeklant, gaf hem de sleutel van de kerk, zodat hij bij acuut gevaar de kerk in kon om zich te verschuilen in de voet van de preekstoel. Hij heeft er zo goed als zeker enkele keren gebruik van gemaakt.”

Vermeulen vindt het verhaal des te opmerkelijker omdat het gezin Van Nieuwenhuizen, en ook Cees, geen lid van de oud gereformeerde gemeente was. „De vader van Cees was omstreeks 1915 door ds. L. Boone gecensureerd en is toen hervormd geworden. Dat was voor ds. Blaak echter geen reden om Cees niet te helpen.”

Gevaar dreigde er altijd in het kleine dorp, zegt Vermeulen. „In onze latere woning aan de Schoolstraat 16, bij de Kerkring om de hervormde kerk, bevond zich een Duitse commandopost. Vandaar controleerden de soldaten het hele dorp.”

Cees vatte na de oorlog zijn studie medicijnen weer op. Hij werd bedrijfsarts bij de PTT, in Eindhoven en Bergen op Zoom, maar bleef in Sint Philipsland wonen. „Hij heeft zijn belevenissen niet alleen aan mij verteld, maar ook aan bijvoorbeeld zijn predikant. Ds. G. van den Berg memoreerde ze tijdens de rouwdienst na het overlijden van Cees, in 2017.”

Profetieën

Vermeulen noemt ds. Blaak een begenadigde predikant, die in oorlogstijd diverse profetieën deed die later uitkwamen. Een ervan was dat het fonkelnieuwe schip van Leendert en Johanna Abrahamse niet gevorderd zou worden door de Duitsers. „Ds. Blaak zei dat hij te geloven kreeg dat Leendert zijn schip niet aan de Duitsers zou kwijtraken. Kort daarna kwam de Kriegsmarine naar de haven van Sint Philipsland om schepen te vorderen. Een officier stapte de lange loopplank al op, maar toen hij merkte dat die heel erg doorboog en hij natte voeten kreeg, ging hij terug.”

Een ander verhaal betreft de ‘Fliplandse’ militairen die bij het begin van de oorlog op hun post waren. „Ds. Blaak zei dat alle tachtig jongens zouden terugkomen. Toen de weken verstreken, sneerde iemand: „Je hebt het niet geraden, hè?” De predikant raakte in een geestelijke strijd, maar hield staande dat ze allemaal zouden terugkomen. Enige tijd later berichtte de burgemeester dat ook de laatste twee terecht waren.”