„Joodse bril nodig om Bergrede te kunnen lezen”

Mazin. beeld RD

Christenen lezen de Bergrede vanuit hun eigen perspectief. Maar Jezus was een Joodse rabbijn, en zijn hoorders waren Joods. Hij gebruikte typisch Joodse termen. Daarom kan de Bergrede alleen worden verstaan vanuit het perspectief van Israël, kortom: met een Joodse bril.

Dit zei Leon Mazin, Messiasbelijdend voorganger van de Shavel Tsion-gemeente in Haifa, maandag in het Groningse Leek.

Mazin is deze week op uitnodiging van Stichting Steun Messiasbelijdende Joden in Nederland op tournee met een lezing over ”De Bergrede in het perspectief van Israël”. Op de eerste avond van zijn tournee, in Leek, waren zo’n vijfentwintig belangstellenden aanwezig.

Mazin heeft in Haifa steun verleend aan uit Rusland teruggekeerde Joden. Hij was onder meer actief in het opzetten van een gaarkeuken, een muziekschool en een theologische opleiding.

Mazin zei maandag dat Bijbellezers, die onbekend zijn met de typisch Joodse achtergronden van het boek Mattheüs, niet in staat zijn de Bergrede te begrijpen, laat staan goed uit te leggen. „Een goed begrip van de rabbijnse traditie is noodzakelijk.”

Discipelschap

De Bergrede begint met te zeggen dat de discipelen op dat moment in een cirkel rond Jezus stonden. Zij hoorden rechtstreeks wat Jezus zei en dat is nu precies kenmerkend voor het ware discipelschap, aldus Mazin. „Mattheüs zegt: „En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen.” Deze uitdrukking verwijst naar God, Die de levensadem in Adam blies. Met het openen van Zijn mond, gaf Jezus ruimte aan het blazen van de Geest. Sinds Maleachi had de Geest van de profetie in Israël gezwegen, maar nu, met het spreken van Jezus, spreekt de Geest weer tot Israël.”

In Mattheüs 5 was het niet de bedoeling van Jezus iets totaal nieuws te brengen. „Integendeel, Hij verwees continu naar Israëls verleden. In de eerste zaligspreking, „Zalig de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen”, zit een verwijzing naar de wetgeving op de Sinaï. De tweede zaligspreking, „Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden”, staat in verband met de rouw van koning David in Psalm 51. Alleen zij die diep berouw hebben en die treuren alsof er een geliefde gestorven is, leren ook echt de diepte van de vertroosting kennen.”

Heiliging

De zaligspreking over „het smaadheid dragen om Mijnentwil” is volgens Mazin alleen te begrijpen vanuit het Hebreeuwse ”Qedosh hashem”, de heiliging van de Naam. „Die heiliging is zo fundamenteel, dat een compromis niet mogelijk is. De drie jongelingen in Babel stierven liever dan die Naam te ontheiligen door te knielen voor een afgod.”