„Jongere wil op catechisatie ervaringsverhaal horen”

Aan de Theologische Universiteit Kampen vond vrijdag een symposium over jongerencatechese plaats. beeld RD

Kerken moeten doorgaan met catechiseren, vindt dr. Hans Meerveld. Catechisatie is echter niet zozeer kennisoverdracht, maar „het vertellen van ervaringsverhalen die jongeren raken.”

Dr. Meerveld sprak vrijdagmiddag op een symposium in Kampen. Hij nam afscheid als docent aan de Hogeschool Viaa in Zwolle en de Theologische Universiteit Kampen (TUK).

Dr. Meerveld promoveerde vorige maand op een onderzoek naar de opbrengst van jongerencatechese. Uit zijn studie blijkt dat jongeren catechisatie unaniem positief beoordelen. „Mijn eerste stelling bij het proefschrift luidt dan ook dat catechisatie belangrijk is voor het geloofsleren van jongeren.”

Volgens dr. Meerveld is het catechetisch onderwijs qua aanpak en methode nog nooit zo professioneel geweest als nu. Tegelijk bestaat het gevaar dat catechese louter kennisoverdracht wordt en dat de catechese teveel door een „onderwijs-technische bril” wordt bezien.

Kloof

Er bestaat een kloof tussen de gemiddelde catechisant en de catecheet, zei dr. Meerveld. „De catecheet moet beseffen dat jongeren een totaal andere invulling of interpretatie kunnen geven aan Bijbelverhalen of kerkelijk-dogmatische begrippen.”

De catecheet zou meer moeten uitdagen en confronteren, vindt hij. De catecheet is meer de „drager” dan de „overbrenger” van het Evangelie. „Daarom behoeft de catecheet niet per se theologisch hoog opgeleid te zijn.”

In de praktijk worden catechisaties steeds vaker door gemeenteleden gegeven, signaleert dr. Meerveld. Hij wees op het belang van harmonieus samenwerken van predikanten en „praktisch-gevormde gelovige vrijwilligers.”

De onderlinge verbondenheid tijdens catechisaties ervaren jongeren als „kerk-zijn.” Om die reden moeten al hun vragen „bloedserieus opgevat en behandeld worden.”

Enkele deskundigen gaven een reactie op de lezing van dr. Meerveld. Dr. Hans Schaeffer, hoofddocent praktische theologie aan de Theologische Universiteit Kampen, uitte zijn waardering voor Meervelds promotieonderzoek „omdat daarin het leren als geloofsleren wordt opgevat. Het is tevens ingebed in de christelijke praktijk.”

Geloofsinhoud

Dr. Schaeffer vroeg ook aandacht voor het „eigen maken”, het zelfstandig en persoonlijk verwerken van de geloofsinhoud. Volgens hem stelt dr. Meerveld terecht de veranderde culturele en kerkelijke context van de ontzuiling aan de orde.

In een tijdsgewricht waarin mensen hun eigen kerk kiezen en waarin geloven een optie is, moeten ook de predikantsopleidingen aandacht geven aan nieuwe vormen van catechiseren, stelde hij.