Jom Jeroesjalajiem: droom werd werkelijkheid

Optocht tijdens Jom Jeroesjalajiem in 2007. beeld Wikimedia

Als er iets is wat een Jood na aan het hart ligt, is het de stad Jeruzalem. Zondag, precies 52 jaar geleden, kwam de stad na bijna 2000 jaar weer geheel in handen van Israël.

Reden voor een feest: Jom Jeroesjalajiem, Jeruzalemdag. Eeuwenlang klonken tijdens de sedermaaltijd de hoopvolle woorden: „Volgend jaar in Jeruzalem.” Ze vervulden Joodse harten met heimwee en weemoed. Zou het er ooit van komen?

In 1948, het jaar van de oprichting van de staat Israël, wordt de Joden de zeggenschap over Jeruzalem ontzegd. De stad zou onder internationaal toezicht worden geplaatst. Tijdens de heftige Onafhankelijkheidsoorlog die volgt, veroveren Israëliërs de westelijke helft van de stad. Het Jordaanse leger neemt bezit van Oost-Jeruzalem. Tussen beide stadshelften verrijst een kilometerslange scheidingswand. Van neutraal terrein is geen sprake meer. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de wijze waarop de Jordaanse bezetter omgaat met Joods erfgoed. Tientallen synagogen worden vernield. Zelfs de talloze Joodse graven op de Olijfberg zijn niet veilig. Grafstenen worden geroofd en gebruikt als wegverharding.

Echter, gebeden blijven klinken, dromen blijven bestaan. In 1967 is daar plotseling toch het moment waar eeuwenlang naar uitgekeken is. Tijdens de Zesdaagse Oorlog verzekert de Israëlische regering de Jordaniërs ervan dat ze Oost-Jeruzalem niet zal aanvallen, tenzij de oosterbuur zich mengt in de strijd. Dit laatste gebeurt toch. Korte tijd later is heel Jeruzalem in handen van de Israëliërs. Weinig Joden houden het droog als ze de beelden zien: moegestreden paratroepers bij de Klaagmuur en een wapperende vlag met davidsster op de Tempelberg.

De verovering van Oost-Jeruzalem staat in het collectieve Joodse geheugen gegrift. „Volgend jaar in Jeruzalem?” De Eeuwige heeft het waargemaakt. De Knesset, het Israëlische parlement, besluit de 28e Ijar te bestempen als nationale feestdag: Jom Jeroesjalajiem.

De feestdag heeft slechts een gering religieus karakter. Naast enkele formele plechtigheden en de nodige uitbundige feesten is er een optocht door de stad. Het verzoek van de organisatie om ook moslimwijken te mogen aandoen, wordt vaak verboden om ongeregeldheden te voorkomen.

De Arabische inwoners van Jeruzalem proberen de feestdag ondertussen te negeren. Hoewel een groot deel van hen sinds 1967 formeel gelijke rechten heeft als Israëli’s, bestaat er in de praktijk veel ongelijkheid. Het blijft voor het stadsbestuur een uitdaging om hier een einde aan te maken.

Jeruzalem is inmiddels 52 jaar weer geheel in handen van de Joden. Dit gegeven wordt door veel landen betwist. Alle politieke gevoeligheden ten spijt, veruit de meeste inwoners van Jeruzalem verlangen slechts één ding: dat de stad zijn naam weer eer aan doet. Jeruzalem, stad van de vrede.

De auteur werkt in Jeruzalem, als Israëlconsulent voor het Centrum voor Israëlstudies (hetcis.nl). Een jaar lang schrijft hij op elke Joodse feestdag een bijdrage voor het Reformatorisch Dagblad. Vandaag deel 12: Jom Jeroesjalajiem.