JBGG-directeur: Toerusten gemeenten uitgangspunt

Laurens Kroon. beeld JBGG

Jongeren lopen met tal van vragen op geestelijk gebied, maar binden zich niet zo gemakkelijk. Wat betekent dat voor een kerkelijke jongerenorganisatie? „Het is een zoektocht om relevant te blijven.”

De eerste winterbijeenkomsten van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten (JBGG) zijn achter de rug. Dit seizoen worden niet meer alle +16-activiteiten landelijk onder het ”Check-in”-label geregeld, zegt directeur Laurens Kroon. Het zijn nu regionale commissies die, meestal onder de vlag van de bond, activiteiten organiseren.

JBGG_Check_InJBGG reorganiseert regioactiviteiten

De eerder dit jaar ingezette koers heeft te maken met een aantal ontwikkelingen, legt Kroon uit. De bezoekersaantallen van regionale +16-avonden wisselden. Bovendien kampt de JBGG met een tekort aan vrijwilligers in de regio’s. Vanuit het kantoor in Woerden moest daarom te veel energie gestoken worden in het in stand houden van activiteiten voor een steeds kleinere groep. Kroon: „Jongeren binden zich eerder aan een plaatselijke gemeente dan aan een landelijk verband. In de samenleving worden instituten niet meer als relevant ervaren. Een landelijke jongerenorganisatie van een kerkgenootschap behoort ook tot de instituten. Dus is het een zoektocht hoe we relevant blijven.”

Een bezinning op deze ontwikkeling zorgde ervoor dat het ondersteunen van plaatselijke gemeenten meer dan voorheen een uitgangspunt is geworden van de bond, zegt Kroon. „De gemeente is dé plaats om jongeren aan het Woord en aan de Heere te binden. Dat past bij de missie van de JBGG. In de plaatselijke gemeenten willen we jongeren ontmoeten. Belangrijker is nog dat in de gemeente mensen toegerust zijn om jongeren te bereiken. Daar willen wij aan bijdragen.”

De omslag betekent niet dat de bond alle landelijke en regionale activiteiten loslaat. „We blijven bijvoorbeeld -16-bondsdagen, de +16-jongerendag en conferenties organiseren. Ook via de Koersvakanties en het jongerenblad Daniël ondersteunen we jongeren en hun ouders.”

Is het denken over de toekomst begonnen bij de teruglopende belangstelling voor JBGG-activiteiten?

„Nee, gemeenten vragen ons meer en meer om mee te denken over de zorg voor jongeren. Kerkenraden en leidinggevenden worstelen met de betrokkenheid van jongeren bij de gemeente. Jongeren maken meer hun eigen keuzes, ook als het gaat om persoonlijke bezinning. Desondanks stijgt nog steeds het aantal jongeren dat in het geheel van de Gereformeerde Gemeenten bereikt wordt via het jeugdwerk.”

Lukt het de jeugdbond om voeling te houden met wat er regionaal gebeurt?

„We moeten leren loslaten, in vertrouwen. Regionale commissies hebben meer verantwoordelijkheid gekregen. Willen ze onder de vlag van de JBGG blijven opereren, dan is het nodig om zaken te blijven afstemmen. Enerzijds legt het bij ons de vraag neer wat wezenlijk is voor het jeugdwerk is en wat niet. Anderzijds kunnen op deze manier kennis en ervaring gedeeld worden.”

Welke rol speelt secularisatie?

„De heersende cultuur dringt ook door in de Gereformeerde Gemeenten. Denk aan individualisering. Jongeren zijn beter te bereiken via kleine groepen dan via grote instituten. Maar het is niet onmogelijk om als jongerenorganisatie een rol van betekenis te spelen. Het geheim zit onder meer in het scheppen van een intieme, positieve sfeer. Daarvoor hebben we ook de kerkenraden en ouders nodig, die tegen het individualisme in hun kinderen en jongeren moeten stimuleren trouw en betrokken te zijn aan de gemeente waarin de Heere hen een plaats gaf.”

Meerdaagse conferenties van de jeugdbond zijn vaak volgeboekt.

Jeugdwerkadviseur Jaco Pons, die ook bij het gesprek aanwezig is: „Voor een deel heeft dat te maken met mond-tot-mond reclame: een groep die het daar goed naar zijn zin heeft gehad, keert niet alleen zelf de volgende keer terug, maar weet ook anderen te enthousiasmeren. Een andere reden is de gekozen aanpak. De conferenties zijn relatief kleinschalig. Het programma is geconcentreerd rond het Woord.”

Kroon: „Wat ons opvalt, is dat jongeren graag naar een dominee luisteren. Als een predikant een lezing houdt, trekt die meer publiek dan een andere spreker. Predikanten zetten zich graag in, maar je merkt dat ze het druk hebben: er is een tekort aan predikanten in de Gereformeerde Gemeenten. Dat betekent dat we niet alles kunnen doen wat we willen. Gelukkig zien we dat de persoon van de inleider niet allesbepalend is. Bijeenkomsten over wezenlijke onderwerpen als het heilig avondmaal of belijdenis doen blijven in trek. Het Woord doet kracht, ook vandaag onder onze jongeren.”