Jarig tongewelf in Grote Kerk Naarden

De schildering van Simson in het tongewelf. beeld RD, Anton Dommerholt
18

Het beschilderde tongewelf van de Grote Kerk in Naarden bestaat vijfhonderd jaar. Reden voor Stichting Grote Kerk Naarden en de Vereniging Vrienden van de Grote Kerk om flink uit te pakken. Marlo Reeders, directeur van de stichting, en erfgoedprofessional Welmoed Wijmans geven een rondleiding.

Iedereen heeft zijn eigen gedachten bij de Grote Kerk Naarden. De een denkt aan de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus Passion, een ander aan de uitmoording van de Naardense bevolking in 1572, en weer een ander aan de beschilderde tongewelven. Tijdens de rondgang komt het allemaal langs.

Bezoekers kunnen gebruikmaken van geplastificeerde kaarten met verschillende routes. De ene kant toont de plattegrond van de kerk, de andere kant een route waarin verschillende hoogtepunten worden uitgelicht. Erfgoedprofessional Wijmans verzorgde de teksten.

Bij de ingang van de Grote Kerk loopt tot eind deze maand de tijdelijke tentoonstelling ”Voor en door gebruikers”, waar mensen die een band met het gebouw hebben herinneringen kunnen delen. Vier vrouwen, de gezusters Kroonenburg, staan bij een zijden doopjurk met kant en smockwerk, die ze alle vier gedragen hebben. De oudste van de zussen is inmiddels 79 jaar, de jongste 65.

Route

Voor veel mensen is het beschilderde houten tongewelf op 25 meter hoogte dé reden van hun bezoek aan de kerk. Bezoekers kunnen gewoonweg omhoogkijken om de voorstellingen te bewonderen, maar voor degenen die daar pijn in de nek van krijgen, liggen er ronde spiegels klaar, waarmee ze zonder zelf omhoog te kijken toch het plafond kunnen zien. De routekaarten bieden ook een helpende hand in het bestuderen van de details van de schilderingen, die een oppervlakte van 185 vierkante meter beslaan. In totaal zijn voor het gewelf 1600 eikenhouten planken gebruikt.

De schilderingen, die in 1518 gereedkwamen, vormen samen een Bijbels beeldverhaal. Aan de noordzijde is het lijdensverhaal van Christus afgebeeld. Daartegenover zijn vergelijkbare gebeurtenissen uit het Oude Testament te zien. Zo is er aan afbeelding van Izak die het hout voor zijn eigen offer draagt. De tegenhanger daarvan is een schildering van Christus Die Zijn kruis draagt.

Izak is op het gewelf afgebeeld als een jongen in een wit kleed, die een bos takken op zijn schouder draagt. Voor hem loopt zijn vader, in deftige kledij, die naar hem kijkt. Op de achtergrond zijn andere figuren zichtbaar. De schildering is afgewerkt met een kleurrijke rand met onder andere wapenschilden.

Bij de afbeelding van de koperen slang hoort de kruisiging; tegenover de schildering van Jona die overboord gegooid wordt, staat de begrafenis van Christus.

Opvallend detail in de kerk zijn de zuilen met diepe krassen erin. „Waarschijnlijk slepen middeleeuwers het steenstof uit de zuil om als medicijn tegen de pest te gebruiken”, zegt Wijmans. „Er bestaan ook andere theorieën. Zo zouden soldaten er hun zwaarden aan hebben geslepen.”

Bloedbad

Een van de talloze grafzerken die de vloer bedekken herinnert aan de stadsmoord in 1572. Tijdens een moordtocht lieten de Spanjaarden alle mannelijke inwoners van Naarden bijeenkomen in de Gasthuiskerk, om ze vervolgens te doden. Deze zerk is van Lambertus Hortensius, die het bloedbad beschreven heeft. Achthonderd mannelijke inwoners werden gedood, van wie vijfhonderd in de kerk. „Het heeft zich dus niet in de Grote Kerk afgespeeld”, zegt Reeders, „maar in de toenmalige Gasthuiskerk, destijds in gebruik als stadhuis. Op de plaats daarvan staat nu het Spaanse huis, met een gevelsteen die aan de gebeurtenis herinnert.”

Kerkinterieur

Wie wil weten hoe de Grote Kerk er in de negentiende eeuw uitzag, kan een blik werpen op een schilderij uit die tijd van de hand van Jan Jacob Schenkel. Het hangt precies op de plek waar het geschilderd is. Je ziet dezelfde dikke zuilen en de zeventiende-eeuwse preekstoel; maar de mensen van die tijd zagen er toch echt anders uit.

De Grote Kerk is misschien wel het meest bekend door de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus Passion van J. S. Bach in de week voor Pasen, die traditioneel bijgewoond worden door leden van het kabinet. In een zijgedeelte hangt een eerbetoon aan Johan Schoonderbeek (1874-1924), de oprichter en eerste dirigent van de Nederlandse Bachvereniging. Aan de andere zijde van de kerk staat het kabinetorgel uit 1784, dat vroeger gebruikt werd tijdens uitvoeringen van de Matthäus Passion. Wie op een knop drukt, hoort een opname van het orgel. Natuurlijk met muziek van Bach.