Internetkerk, maar sacramenten offline

Kerk en sociale media
Mijnkerk.nl
2

UTRECHT – Een onlinegemeenschap waar mensen 24 uur per dag en zeven dagen in de week terechtkunnen met hun vragen en hun geloof, emoties en twijfels kunnen delen. Dat moet de internetkerk worden die de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) volgend jaar wil starten.

www.mijnkerk.nl gaat de eerste Nederlandse internetkerk heten, kondigde de Protestantse Kerk vorige week aan. Deze nieuwe stap past bij het missionaire karakter van de kerk, aldus de initiatiefnemers, omdat de kerk is „daar waar mensen zijn.”

Projectleider is ds. Pieter Versloot, begeleider ”Nieuwe vormen van gemeente-zijn” in de Protestantse Kerk. Hij legt uit dat de kerk op het web een échte kerk wordt, waarvan mensen lid kunnen worden. „De leden van de gemeente sluiten zich bewust aan bij een digitale kerk. Dit heeft consequenties voor het pastoraat, dat normaal gesproken zal plaatsvinden door middel van bijvoorbeeld e-mail, Skype of Twitter. Mogelijk worden er op termijn afspraken gemaakt met gemeenten in het land die op verzoek daadwerkelijk een pastoraal bezoek kunnen afleggen.” Offline dus.

Gemeenschap

Kerk-zijn kan niet alleen online, reageert dr. William den Boer –docent aan de Theologische Universiteit Apeldoorn– op het initiatief. Den Boer is webcoördinator van de websites www.gelovenindekerk.nl en www.vragenovergeloven.nl, een initiatief van deputaten evangelisatie van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en van de IZB, de vereniging voor zending in Nederland van de Protestantse Kerk.

„Het initiatief om missionair aanwezig te zijn op internet, ondersteun ik”, zegt hij. „Het is mooi dat mensen die op zoek zijn, op het web ook iets goeds kunnen vinden.” Tegelijk stelt Den Boer dat een digitale kerk nooit een fysieke kerk kan vervangen. „Het wezenlijke van wat kerk-zijn inhoudt, ligt onder meer in de ontmoeting met elkaar. Denk aan mensen die door ziekte of ouderdom niet meer in staat zijn een kerk te bezoeken. Je hoort dan vaak dat zij juist de echte ontmoeting met elkaar missen. Een internetkerk kan zoiets nooit vervangen.”

Het Woord kan via internet verspreid worden, gaat Den Boer verder, „maar je kunt bijvoorbeeld geen avondmaal vieren. De sacramenten, zichtbaar en tastbaar, horen wezenlijk bij het kerk-zijn.”

Hoewel Amerikaanse internetkerken de mogelijkheid bieden om online avondmaal te vieren, kiest Mijnkerk.nl ervoor om de sacramenten offline te laten plaatsvinden. Projectleider ds. Versloot: „Doop en avondmaal vinden plaats in een ruimte ergens in het land, afhankelijk van de woonplaats van degene die het avondmaal wil vieren of gedoopt wil worden.”

Pioniersplek

Mijnkerk.nl is een pioniersplek, zo is te lezen op de site. „Dat wil zeggen dat de Protestantse Kerk daarmee nieuwe groepen wil bereiken: mensen die niet (meer) in de kerk komen, op plaatsen waar de kerk niet of nauwelijks is vertegenwoordigd.”

Wat Den Boer betreft is het „droomplaatje” van het project waar hij zelf bij betrokken is dat er uiteindelijk een „landelijk netwerk van betrokken kerken en vrijwilligers ontstaat, waardoor vragenstellers en zinzoekers gekoppeld kunnen worden aan vrijwilligers uit de eigen omgeving. Wanneer er dan behoefte ontstaat aan een echte ontmoeting met een christen, of men een kerkdienst wil gaan bezoeken, is dat ook te realiseren via de betrokkenen bij het project. Je merkt wel dat de stap van achter het scherm naar een bestaande gemeente erg groot is.”

Een predikant heeft de kerk nog niet, daarvoor is een vacature uitgeschreven. De te benoemen pastor zal parttime in dienst komen van de PKN en werken vanuit het Protestants Landelijk Dienstencentrum in Utrecht. De predikant zal ook de wekelijkse diensten op zondag verzorgen op de website.

Vooralsnog wordt geen kerkenraad geïnstalleerd. „Er is besloten eerst te werken met een team van betrokkenen dat verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen. In de toekomst wordt er mogelijk een kerkenraad samengesteld uit betrokkenen”, vertelt ds. Versloot.

Ook een directe lijn naar een classis ontbreekt. „Gezien het unieke karakter van de internetkerk is besloten het project vooralsnog onder te brengen bij het Landelijk Dienstencentrum. Mogelijk volgt er in de toekomst een vertegenwoordiging op classis en synode.”

De Protestantse Kerk hoopt dat binnen vijf jaar zo’n 10.000 internetkerkgangers de kerk bezocht hebben. Zou de site ook een doelwit kunnen zijn voor grappenmakers? Die ervaring heeft Den Boer als webcoördinator niet. „Wij hebben via de websites geen ongepaste reacties gehad.”