In Staphorst belijdt de pastoor op zijn sterfbed zijn ”vergissing”

ReformatieNL
De Dorpskerk in Staphorst. beeld Sjaak Verboom

Pastoor Geert Roeper van Staphorst belijdt op zijn sterfbed dat hij heeft gedwaald. De leer van de Reformatie is toch juist. „Kinderkens, het is eene vergissing geweest”, spreekt de stervende pastoor in 1588 volgens overlevering tegen zijn geschokte parochianen.

Wat gaat er aan de vestiging van de gemeente vooraf?

In de Overijsselse steden is al vroeg sprake van lutheranen, wederdopers en vanaf de jaren zestig ook van calvinisten. Ongeveer vanaf 1580 zijn het dicht bij Staphorst gelegen Hasselt en Zwolle vast in handen van de opstandelingen. Het platteland is echter niemandsland. Regelmatig trekken staatse of Spaanse troepen plunderend rond. Staphorst is soms compleet ontvolkt. Het dorp is in deze tijd „meest leedich en verlopen”, noteert een geschiedschrijver. Waarschijnlijk heeft dat de verhuizing naar de huidige lintbebouwing bespoedigd.

Hoe krijgt de Reformatie in Staphorst gestalte?

Het jaar 1596 wordt vaak genoemd als het officiële jaar van de invoering van de Reformatie in Staphorst. Vanaf dat jaar heeft het dorp een predikant, die als zodanig wordt genoemd en ook de provinciale kerkelijke vergaderingen bezoekt. Er zijn echter aanwijzingen dat er in Staphorst al ver voor de komst van de eerste predikant een kern van gereformeerden is.

Op 22 december 1580 wordt Roeloff Hermansz toegelaten als lid van de gereformeerde gemeente van Kampen. Hij heeft een attestatie van Staphorst bij zich. Dat veronderstelt de aanwezigheid van een calvinistische gemeente in het dorp. Opmerkelijk is overigens dat er op de eerste provinciale synodes geen melding wordt gemaakt van het bestaan van een gemeente in Staphorst.

In de nacht van 14 op 15 juli 1580 zijn Staphorst en Rouveen veroverd door staatse troepen, maar die vertrekken weer. De dreiging blijft. In 1583 bivakkeren er Spaanse troepen bij het naburige Rouveen met de bedoeling van daaruit Hasselt te overrompelen.

Het zal nog jaren duren voordat Staphorst echt overgaat naar het gereformeerde kamp. In 1588 sterft Heer Geert, zoals pastoor Roeper wordt genoemd, evenals een deel van zijn parochianen aan de pest. Volgens het zeventig jaar later aangelegde ”Kerckenboek” is vervolgens ene Jan Pannekoek actief. Hij is „meest Paaps.”

De zielzorg in Staphorst heeft in deze tijd iets van een vrije markt. Het lijkt erop dat verschillende mensen ongeordend hun diensten komen aanbieden, waarbij het soms ook niet geheel duidelijk is aan welke kant ze staan. Het is een diffuse overgangstijd waarbij de grenzen tussen Rome en Reformatie niet helder zijn. Een deel van de dorpelingen behoort tot de wederdopers.

Hoe groot is de gemeente in die beginjaren?

Het exacte aantal leden is niet te geven. De eerste ledenlijst wordt pas in 1658 aangelegd door ds. Theodorus Noortbergh. Waarschijnlijk begint de gemeente met enkele tientallen leden. In de loop van de zeventiende eeuw voegt bijna het gehele dorp zich bij de gereformeerden. Rond 1660 komt volwassendoop van nieuwe leden nog een aantal keren voor.

Wie is de eerste predikant?

In 1596 wordt Antonius Fabritius, ook wel Smittius genoemd, aan de gemeente verbonden. Het is niet helemaal goed gegaan met de classicale toestemming, maar hij verschijnt wel op kerkelijke vergaderingen. Fabritius heeft een mededinger, die ook een beroep doet op kerkelijke inkomsten, maar niet op de provinciale synodevergaderingen komt. De provinciale synode stelt Fabritius in het gelijk.

Hoe ontwikkelt de gemeente zich verder?

Fabritius vertrekt in 1601 naar Zwartsluis. Hij moet van de provinciale synode nog wel zo nu en dan in Staphorst blijven preken, omdat anders de rooms-katholieken of de wederdopers te veel invloed krijgen. Men is niet voor niets beducht voor roomse invloed.

Op het klooster Dikninge en landhuis de Havixhorst bij het naburige De Wijk gaan illegale geestelijken voor. Op kloosterhoeve Olde Staphorst logeert waarschijnlijk met enige regelmaat een rooms-katholieke zielzorger. Ook de wederdopers hebben een sterke positie in het waterrijke noordwesten van Overijssel nabij Staphorst.

De opvolger van Fabritius, Rudolphus Uterwijck, heeft een bijzondere staat van dienst. Hij is in Friesland maar liefst drie keer afgezet. Uterwijck blijft tot 1617 aan de gemeente van Staphorst verbonden. In dat jaar gaat hij met emeritaat. Vijf jaar later sterft hij. Uterwijck wordt opgevolgd door zijn schoonzoon Lambertus Hanecamp, die maar liefst veertig jaar blijft. Aanvankelijk wordt hij verdacht van remonstrantisme, maar de classis en de provinciale synode spreken Hanecamp na onderzoek vrij. Rond 1620 wordt er geklaagd over de aanwezigheid van veel remonstranten en wederdopers in Staphorst en omgeving.

In Hanecamps tijd komt er waarschijnlijk een iets meer geordend kerkelijk leven op gang. De ambten worden vervuld. Er wordt geïnvesteerd in het onderhoud van de kerk. Nog tientallen jaren is er van tijd tot tijd de dreiging van oorlog. Ziekten en natuurgeweld eisen hun tol. Zondag aan zondag wordt het Woord verkondigd. Het trekt zijn sporen in het bedreigde en bevochten bestaan van de Staphorsters.

Dit is de laatste aflevering in de serie Reformatie in de Nederlanden. Alle afleveringen zijn te bekijken op rd.nl/reformatieNL. Over de Reformatie in Staphorst verscheen deze maand het boek ”Bevochten bestaan”, geschreven door de auteur van dit artikel (die op 4 december in Staphorst over het onderwerp spreekt).