Ieder jaar met een vracht hulpgoederen naar Rusland

Het reisgezelschap van Ton van Maanen brengt ieder jaar Bijbels, lectuur en hulpgoederen naar Rusland en voormalige Sovjetlanden. beeld RD
4

Ton van Maanen maakte onlangs met zijn zoon en twee kennissen zijn twaalfde (hulp)reis naar Rusland. Het gezelschap bracht in twee busjes lectuur, machines en hulpgoederen naar Rusland, Kazachstan en Oezbekistan.

Van Maanen (54), wethouder voor de SGP in Geldermalsen, legde met zoon Johan (25), René Vos uit Waddinxveen en Jelle de Pater, uitgever van Om Sions Wil, in tweeënhalve week tijd bijna 14.000 kilometer af.

Vanaf zijn jeugd voelt Van Maanen zich aangetrokken tot Rusland. „Ik las boeken over de geschiedenis van het land, de taiga, de toendra’s. Fascinerend. Toen wilde ik weten hoe het land er echt uitzag. Als je over die eindeloze, eenzame wegen rijdt –of over een bevroren meer– en je ziet de zon opkomen, dan is dat indrukwekkend.”

Maar de aanleiding om elk jaar zo’n lange tocht te maken, zit dieper. „Wat kun je doen in het Koninkrijk van God en hoe kun je meehelpen aan de verspreiding van het Woord? Sinds 1998 ben ik betrokken bij het werk van een evangelisatiepost in Uden. Tot 2002 werden er vooral hulpgoederen naar Roemenië en Hongarije gebracht.”

Toen de noodzaak daarvoor wat minder werd, legden Van Maanen en zijn vriend René Vos zich toe op het brengen van lectuur naar Rusland en de voormalige landen van de Sovjet-Unie. „Christenen kunnen daar wel Bijbels kopen, maar kinder- of platenbijbels zijn er niet. En Bijbels met een groot letterformaat evenmin. Daar is veel behoefte aan. En ook aan boeken van Bunyan, Matthew Henry en de oudvaders. Deze boeken worden gebruikt voor studie en verdieping.”

In Tsjeljabinsk in Rusland leverde het gezelschap zo’n 400 kilo boeken af. Die waren beschikbaar gesteld door Stichting Hulp aan Verdrukte en Vervolgde Christenen. Vervolgens ging de reis naar Alma-Ata in Kazachstan. Daar werden diverse materialen, zoals een houtbewerkingsmachine, gebracht. „Het islamitische regime is streng. Christenen zijn van alles verstoken: ze hebben geen werk en krijgen geen uitkering. Met die machines zetten de mensen een bedrijfje op. Een nieuw gebouw wordt vervolgens ook gebruikt voor samenkomsten.”

Andere materialen werden gebruikt om in studio’s Bijbelgedeelten op te nemen of liedbundels samen te stellen. „Gemeenten kennen soms maar vijf of zes liederen. De liederen worden in een studio opgenomen en de opnames vervolgens verspreid.”

Van Maanen raakt elke reis weer onder de indruk van de mensen die hij ontmoet. „Er is honger naar het Woord. Gemeenten kijken uit naar onze komst. De saamhorigheid is groot. Je ervaart iets van de gemeenschap der heiligen.”

Het resultaat van de hulpacties is moeilijk te meten, zegt Van Maanen. „Soms worden dingen in beslag genomen of komen spullen niet op de goede plaats. Het is niet aan ons om te bepalen wat het effect is van ons werk. God rekent anders dan wij. Zijn wegen zijn anders dan onze wegen. We doen dit werk in afhankelijkheid van Hem. De Heere geeft ons hiervoor de kracht en financiën. Hij geeft ook de wasdom.”