Hoe nu verder, na alle ophef over Nashville?

Nashvilleverklaring
Op menige plek in Nederland ging maandag de regenboogvlag uit, als reactie op de Nashvilleverklaring die zaterdag werd gepubliceerd. beeld ANP, Jeroen Jumelet
3

Zelden zal een publieke verklaring zo veel commotie hebben opgeroepen als de Nashvilleverklaring over (homo)seksualiteit de afgelopen dagen. Hoe nu verder? Dr. Maarten Klaassen, lid van de informele werkgroep achter de verklaring, en prof. dr. Maarten Kater, die de verklaring eind december ontraadde, reageren.

Dát de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring tot enige reuring zou leiden, daar had dr. Klaassen „wel een beetje rekening mee gehouden. Maar in déze mate heeft het me toch verrast.”

De hervormde predikant uit Arnemuiden trad maandag op als woordvoerder van de werkgroep. „Ik heb Trouw te woord gestaan, de NOS twee keer, 3FM, en verder een heleboel telefoontjes en mailtjes gehad. Het was hectisch.”

Studiedag

De commotie laat zien „hoe extreem gevoelig dit onderwerp in onze samenleving is geworden”, zegt dr. Klaassen. „Blijkbaar hebben we een open zenuw geraakt. Je merkt ook dat het begrippenkader rond huwelijk en seksualiteit compleet anders is geworden. Homoseksualiteit is voor veel mensen in Europa een optie naast andere opties geworden. Ik heb geprobeerd uit te leggen dat de kerk dit standpunt twintig eeuwen heeft ingenomen, en dat ook de Rooms-Katholieke Kerk er zo over denkt. Maar je bent al heel snel antihomo. En je krijgt te horen dat de kerk er niet in zijn geheel zo over denkt.”

Was de ophef te voorkomen geweest, als de verklaring bijvoorbeeld niet de suggestie had gewekt dat homoseksuele en transgendergevoelens op zichzelf al zondig zijn en mensen hiervan genezen kunnen worden? Dr. Klaassen: „Dat punt kwam inderdaad regelmatig terug. En ik weerspreek ook niet dat er soms verandering mogelijk is – maandag heb ik het voorbeeld van Rosaria Butterfield genoemd. Maar dat gebeurt lang niet altijd. Achteraf denk ik ook: dat hadden we misschien in een toelichting moeten verwoorden. Het stáát ook niet zo expliciet in de verklaring, maar mensen interpreteerden de zinnen hierover wel zo.”

Hoe nu verder? „Waarschijnlijk weten we na vanmiddag meer. In een eerder stadium is een studiedag genoemd, waarop in een aantal lezingen met elkaar van gedachten kan worden gewisseld. Heel jammer vind ik het bijvoorbeeld ook dat deze verklaring binnen de gereformeerde gezindte zo veel verdeeldheid heeft opgeroepen. Dat er een vervolg moet komen, staat voor mij dus vast.”

Zwijgen

Prof. Kater wil „geen grote woorden gebruiken, en al helemaal niet zeggen: Zie je wel, hier hadden we nu voor gewaarschuwd. Want ik ben er gewoon van slag van.” Samen met zijn collega prof. dr. Arnold Huijgen schreef hij eind december een opinieartikel in het Reformatorisch Dagblad. De christelijke gereformeerde hoogleraren waarschuwden voor te snelle „klip-en-klaar statements” rond (homo)seksualiteit en de „genderideologie.” Op dat moment liep de handtekeningenactie voor de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring al. De beide christelijke gereformeerde hoogleraren voorzagen „brokken” en pleitten eerst voor een „gezamenlijke bezinning, over kerkmuren heen.”

Zaterdag verscheen de verklaring toch, voorzien van een naschrift. Vrijwel meteen stak de storm op – in politiek, kerk en media. Prof. Kater: „Eigenlijk vind ik „hoe nu verder” niet de juiste vraag. Die suggereert dat we wéér verder moeten. Even wat repareren om ons ergste gezichtsverlies te herstellen en dan vinden we weer een nieuwe route. Maar misschien moesten we eerst maar eens een poosje zwijgen voor Gods aangezicht. En dat bedoel ik niet vroom, of in de zin van wegkruipertje doen, want dan wordt het nog tactiek. Nee, zwijgen. Omdat we kwetsbare mensen, hoe onbedoeld dan ook, pijn hebben gedaan, en zo de verkondiging van het Evangelie niet hebben gediend.”

De hoogleraar denkt niet dat het tumult met een enigszins anders geformuleerde verklaring te voorkomen was geweest. „Nee. Daarvoor is deze verklaring toch te Amerikaans. In Amerika heeft het document óók tot polarisatie geleid, en hier zie je precies hetzelfde gebeuren. Ik snap ook niet dat mensen nu zeggen dat ze hierdoor overrompeld werden. Hier kon je op wachten. En ga dan ook niet in de slachtofferrol zitten, of denken dat je je profetische rol hebt vervuld. Arglistig is ons hart.”

Maar, de vrijzinnige vereniging Op Goed Gerucht binnen de Protestantse Kerk in Nederland organiseerde in november óók een handtekeningenactie. Prof. Kater: „Natuurlijk snap ik dat je daar op wilt reageren. Maar deze thematiek leent zich niet voor statements. Je verootmoedigt je ook niet door middel van een statement, je verootmoedigen doe je in de binnenkamer. En dan denk ik dat we als kerken al genoeg aan onszelf hebben.”