„Hoe minder ik zie, hoe meer ik geloof”

ELSPEET – Ds. C. Stelwagen ging maandag met emeritaat. Over de toekomst is hij ondanks alles niet pessimistisch. „God is nog lang niet klaar met Nederland.” Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Hij is niet bang voor pittige uitspraken. „Maar ik wil er niemand mee kwetsen.” Ds. C. Stelwagen heeft in verband met zijn emeritaat maandag afscheid genomen van de hervormde gemeente van Elspeet. Over twee maanden volgt een verhuizing naar Damwoude. „God is nog niet klaar met Nederland. Hoe minder ik dat zie, hoe meer ik het geloof.”

De pastorie in Elspeet staat schuin tegenover de dorpskerk. Ds. Stelwagen, wijzend uit het raam van z’n studeerkamer: „Daar staat duizend jaar trouw van God in steen. Daar ben ik wel eens onder verbroken geweest als het moeilijk was. Dat God doorgaat.”

Het huis is immens, de tuin uitgestrekt, de studeerkamer zeer ruim. „Zo’n 60 meter aan boeken kan er mee naar Damwoude”, meldt ds. Stelwagen. „De rest moet weg.”

In de studeerkamer hangen drie portretten: Maarten Luther, Johannes Calvijn en Willem van Oranje. „Die laatste hangt er pas kort. Ik heb net voor de scheuring in 2004 gepreekt in Delft, in de Nieuwe Kerk, waar Willem van Oranje begraven ligt. Dat was zo’n bijzondere ervaring voor me. Later kwam ik dit portret tegen op een rommelmarkt. Hoe dan ook: dat moet mee naar Damwoude.”

De predikant dient de hervormde gemeente van Elspeet sinds 1995. „En het afscheidnemen doet me pijn. Nooit gedacht dat ik nog eens zo verknocht zou raken aan deze gemeente.”

Omgebogen

Chris Stelwagen is een late roeping, zoals dat heet. „Ik heb jaren voor de klas gestaan en deed dat werk met m’n hele hart. Maar de Heere werd me te sterk. Het ging niet meer als leraar. Ik moest theologie studeren, alles werd omgebogen in m’n leven. Het kon niet, maar het moest.”

Hij was 27 jaar toen hij aan de studie begon. „En alles ging zo voorspoedig. Ik ben door de studie heen gewandeld, ondanks alle aanvechtingen vanbinnen. En financieel hebben we nog nooit zo’n beste tijd gehad, ondanks dat we het niet breed hadden als gezin. Wonderlijk, wonderlijk.”

Driesum werd zijn eerste gemeente. Montfoort volgde en daarna Harskamp. En daar werd in 1995 de beroepsbrief vanuit Elspeet bezorgd. „Ik wist één ding heel zeker: daar ga ik niet naartoe. Ik wilde niet. Ik zag als het ware een donkere wolk hangen boven Elspeet, terwijl ik niet wist wat het was. Ik bedankte, maar heb het daar maar een halfuur mee uitgehouden. Het werd me zo benauwd. Toen heb ik de telefoon gegrepen en gevraagd of ik nog komen mocht. Het moest, er zat niks anders op.”

In 1997 werd bij de eerste vrouw van ds. Stelwagen kanker geconstateerd. „Ze is gestorven. En dat was ontzettend. Ik heb aan de Heere gevraagd of die donkere wolk nu leeggeregend was. Maar dat was niet zo.”

Dochter Edith (toen 26) gaf haar baan als onderwijzeres op en nam de huishoudelijke zorg voor het gezin met elf kinderen op zich. „Ik wilde per se dat ze één dag per week bleef werken op de school in Wouterswoude. Dat deed ze. Maar het was veel te zwaar voor haar. Ze wilde het zo goed doen. Een paar dagen voordat ze in 2002 een dodelijk ongeluk kreeg, hebben we hier aan de keukentafel zitten bidden of de Heere een oplossing zou willen geven. Maar we hadden nooit gedacht dat Hij het zo zou doen, door haar weg te nemen.”

Gebroken

Op maandagavond vertrok Edith naar Wouterswoude. Ze zou dinsdagavond weer terugkomen in Elspeet. Onderweg naar Friesland kreeg ze een auto-ongeluk en overleed. „We denken dat ze in slaap is gevallen.”

Gebroken bleef de predikant met zijn gezin in de pastorie achter. „Ik wankelde door het dorp. Echt. We waren gebroken. Waarom, waarom?”

Emotioneel: „Nu mag ik soms zeggen dat ik het zowel haar als m’n eerste vrouw gun. We hebben er twee bij Christus waar we nooit meer voor hoeven te zorgen.”

Inmiddels is de predikant hertrouwd met een zus van zijn overleden vrouw. „Daar dank ik God ootmoedig voor.”

Storm

De scheuring in de hervormde gemeente van Elspeet in 2004 noemt de predikant een storm. „De overgrote meerderheid van de gemeente is hersteld hervormd geworden. Wij zitten op zondagen nog met zo’n 350 kerkgangers in de kerk. En er kunnen zo’n 1000 mensen in het gebouw. Dat is aangrijpend.”

Lang stond ook ds. Stelwagen op het standpunt dat hij niet zou meegaan in een SoW-kerk. „Maar dat is allemaal anders geworden. Ik mocht niet weg. Ik mocht niet weglopen onder de schuld. Ik moest hervormd predikant blijven, maar nu in de Protestantse Kerk.”

Samen met één ouderling ging ds. Stelwagen mee in de PKN. „Dat was natuurlijk niet gemakkelijk. Maar als ik terugkijk, kan ik niet anders zeggen dan dat de Heere ons door alles heen toch heeft willen zegenen.”

Na de scheuring in 2004 stortte ds. Stelwagen in. „Ik viel van de trap, strompelde weer naar boven, viel nog eens, en heb vervolgens twee weken in bed gelegen. Ik weet er zelf niet veel meer van, maar het was niet best. Ik kon niets meer. Ik moest naar de Arboarts en die heeft me voor de helft afgekeurd. Het kon niet meer, het ging niet. Nu ik 64 ben geworden, was er de mogelijkheid om met emeritaat te gaan en daar heb ik gebruik van gemaakt. Het is goed zo. De Heere heeft er vrede over gegeven.”

Naast het gemeentewerk heeft ds. Stelwagen veel werk gedaan in andere organisaties. „Ik ben bijvoorbeeld al heel lang lid van de Stichting Reformatorische Publicatie, de uitgever van het Reformatorisch Dagblad. Prachtig werk, ik hoop dat ik dat nog eventjes mag blijven doen.”

Uitstroom

Over de gereformeerde gezindte is hij niet zo positief. „Toen we de naam christelijk hebben ingeruild voor reformatorisch, is het misschien wel misgegaan. Want het kan zomaar dat je dan Christus inruilt voor de reformatoren. En begrijp me goed: ik weet heus wel dat die naamgeving ter onderscheiding was en dat is prima. Maar er is meer aan de hand onder ons. Het grote probleem van onze gezindte is dat we de wet uit de ark hebben gehaald en ermee aan het modderen zijn gegaan. En dat moet mislukken. Alleen in de Ark, in Christus, is de wet op z’n plaats.

Zo veel mensen doen niet anders dan heen en weer zeulen tussen de berg Sinaï en Golgotha. De wet slaat ze nooit helemaal dood, en ze worden ook nooit helemaal vrijgesproken door Christus. We denken in de reformatorische kring dat de wet gehoorzaamheid werkt. Maar de Bijbel zegt dat de wet overtreding werkt. En als je dat gelooft, dan weet je ook dat het niet helpt om steeds langere reglementen op te stellen om alles dicht te timmeren. We bevorderen alleen maar de uitstroom.”

Ook over de Protestantse Kerk is ds. Stelwagen niet positief. „Het is allemaal zo grijs geworden. Er is zo veel actie. Allemaal wet. Links en rechts. We moeten zo veel. Maar we moeten als goddelozen gerechtvaardigd worden. Dát moeten we. En levenslang geoefend worden in zondag 1 en 23 van de Heidelberger Catechismus.”

Israël

Pessimistisch voor de toekomst is hij echter niet. „God is nog lang niet klaar met Nederland. En hoe minder ik ervan zie, hoe meer ik het geloof en hoe meer ik hoop. Op die zo lang gewenste dagen, van Uw gunstrijk welbehagen, zoals de dichter van Psalm 102 het zingt. Let op de vijgenboom, zegt de Heere Jezus. En dat is Israël. We hunkeren naar de dag dat onze oudste broeder buigt aan de voet van het kruis. En tot die tijd zeg ik tegen mezelf en tegen m’n ambtsbroeders: predik het Woord, predik Christus de Gekruisigde en Hem alleen en Hem volkomen.”