Het viervoudige Evangelie van A. B. Simpson

Albert Benjamin Simpson.  beeld Wikimedia
3

Albert Benjamin Simpson (1843-1919) was een Canadese presbyteriaanse predikant. Hij leed vaak aan zware aanvallen van emotionele depressie en psychoses. Op 29 oktober is het honderd jaar geleden dat Simpson overleed.

Vanuit de diepten van zijn depressies rijpte bij Simpson een theologisch inzicht in de praktijk van de heiligmaking die gekenmerkt wordt door overgave aan Christus als Heiligmaker, Die door Zijn Geest doet putten uit Zijn volheid. Hij werd niet alleen bekend door zijn boekje ”Wholly Sanctified” (Volkomen geheiligd), maar ook door zijn missionaire arbeid, waaruit de Cama-gemeenten zijn ontstaan.

Simpsons wieg stond in Bayview op het Prins Edwardeiland, dat in 1873 bij de Canadese federatie werd gevoegd. Het gezin verhuisde naar een boerderij in Chatham in Upper Canada. Hij kreeg een strenge puriteinse opvoeding. Tijdens zijn schooljaren leed hij aan een zenuwinzinking. Geestelijk had hij geen hoop, omdat hij niet wist of hij uitverkoren was. Zijn angst voor de eeuwige straf werd zo groot dat hij zich wilde verdrinken.

Tijdens de opwekking in 1859 kwam hij onder de prediking van de bekende evangelist Grattan Guinness (1835-1910) tot bekering. Hij voelde zich geroepen tot Evangeliedienaar en ging theologie studeren aan het presbyteriaanse Knox College in Toronto. Verschillende psychische en geestelijke crises tekenden in die tijd zijn mentale conditie, maar brachten hem ook tot verdieping van zijn geloof en heiliging. Later getuigde hij dat „zijn gehele theologische opleiding hem zonder enig Bijbels begrip van het liefelijke en eenvoudige Evangelie van Jezus Christus had gelaten.”

Toen hij tot heilszekerheid kwam, ging het mentaal beter met hem. Ook leerde hij dat heiliging geen krampachtige opgave is maar in de eerste plaats een gave die verworven is door Christus. Het boekje van de Engelse puritein Walter Marshall (1628-1680) bracht hem tot een doorbraak, toen hij daarin las: „Het eerste goede werk dat u ooit zult volbrengen is te geloven in de Heere Jezus Christus. Totdat u dit mag doen, zijn al uw werken, gebeden, tranen en goede besluiten tevergeefs.” Nu werd Jezus, zijn Zaligmaker, het enige voorwerp van zijn heiliging.

Zegen

Op de leeftijd van 21 jaar aanvaardde hij een beroep van een presbyteriaanse gemeente in Hamilton, Ontario. Met veel zegen werkte hij hier negen jaar. In korte tijd werden aan deze gemeente 750 nieuwe leden toegevoegd. Simpson raakte overwerkt en kreeg in 1869 en 1871 een inzinking. In 1873 verliet hij Canada om verbonden te worden aan de grote presbyteriaanse kerk in Louisville, Kentucky. Zeven jaar later werd hij bevestigd in de Thirteenth Street Presbyterian Church in New York.

Een jaar later verliet hij de Presbyteriaanse Kerk, omdat hij zich onafhankelijk daarvan wilde wijden aan evangelisatiewerk onder de immigranten en vergeten massa’s in de metropool. Zijn bediening werd steeds meer getekend door een viertal elementen, die hij het viervoudige Evangelie noemt: 1. Christus onze Zaligmaker, 2. Christus onze Heiligmaking, 3. Christus onze Geneesheer en 4. Christus onze komende Heere.

Zijn intense verlangen naar een dieper geestelijk leven bracht hem in aanraking met de heiligingsbeweging die in Noord-Amerika in opkomst was. Hij las geschriften van de eigentijdse W. E. Boardman (1810-1886), die connecties had met de Keswick-beweging in Engeland. Ook verdiepte hij zich in boeken van mystieke auteurs uit de zeventiende eeuw, zoals de rooms-katholieke Madame Guyon (1648-1717) en François Fénelon (1651-1715). Deze leerden hem dat een volkomen overgave de sleutel is tot de heiliging. Hierin is de overwinning over de inwonende zonde bij de gelovige gelegen, hoewel de zonde niet geheel wordt uitgeroeid. Simpsons gebedsleven werd intenser en in de stilte van de afzondering mocht hij meer Gods aanwezigheid ervaren en luisteren naar wat de Heilige Geest tot hem te zeggen had. „Gods leven en kracht voor ziel en lichaam werden tot de inhoud van alle kennis, gebed en zegen, want de levende God was mijn leven en mijn al.”

Zijn hang naar de zielservaring betekende niet dat hij geen oog had voor het lichaam. Zo ervoer hij genezing van een lichamelijke kwaal op het gebed. Dit betekende aandacht voor zijn bediening van Christus als Geneesheer. Hij sloeg daarin zo door dat hij de geloofsgenezing in plaats stelde van doktershulp en medicijngebruik. Later is hij hier wel op teruggekomen, nadat een kind ondanks al de gebeden toch stierf.

Evangelisatiecampagne

Zijn viervoudige bediening kwam nog meer tot ontplooiing toen hij contact kreeg met de bekende evangelist D. L. Moody (1837-1899). Hij raakte betrokken bij diens grootscheepse evangelisatiecampagne in 1875. In die tijd veranderden Simpsons eschatologische opvattingen. In de lijn van Moody en Grattan Guinness verdedigde hij de prechiliastische visie van de persoonlijk Christusregering op aarde tijdens het duizendjarige rijk. Ook was hij van mening dat het pausdom de antichrist belichaamde en dat de islam de valse profeet uitbeeldt. Christus de komende Heere werd des te meer het Voorwerp van zijn toekomstverwachting.

Hoewel Simpson zich had losgemaakt van de traditionele presbyteriaanse kerkgemeenschap, was het nooit zijn bedoeling om een eigen kerk te stichten. Om gestalte te geven aan uitbreiding van zijn activiteiten, richtte hij in 1887 de Christian Alliance op, die binnen de breedte van zijn viervoudige bediening moest opereren. Zij was bedoeld als een gemeenschap van christenen die hetzelfde doel voor ogen hadden. In hetzelfde jaar stichtte hij de Evangelical Missionary Alliance om zendelingen uit te zenden naar het buitenland.

De doorwerking van zijn theologische visie is nog steeds zichtbaar in de zogenaamde Cama-gemeenten. Ook het Nyack College in New York, dat in 1882 uit zijn Christian Alliance is voortgekomen, beoogt ook nu nog gestalte te geven aan het ideaal om alle volkeren in aanraking te brengen met het Evangelie.

Simpson wilde in het harnas sterven. De laatste jaren van zijn leven waren zwaar. Hij was uitgeput van het vele werk dat hij jarenlang had mogen verrichten. Het leek wel of hij steeds meer werd losgemaakt van het aardse leven. Psychische en lichamelijke klachten namen toe. Hij ervoer een tijd lang dat de Heere Zijn aangezicht voor hem verborgen hield. Maar voordat hij de laatste adem uitblies, kwam de Heere terug. Op 29 oktober 1919 ging Simpson in vrede heen.

Ondanks Simpsons sektarische neigingen, die de laatste decennia van zijn leven werden versterkt, was het zijn intentie om tot eer van zijn Zender in Gods Koninkrijk bezig te zijn. Zijn mystieke ligging was geen verhindering om in verwachting van de wederkomst op vele terreinen werkzaam te zijn. Een van zijn biografen, de bekende A. W. Tozer (1897-1963), merkt op dat „wij van zijn leven en leringen zulke onmetelijke voorrechten hebben ontvangen, dat wij ons voor altijd gedrongen voelen om de bedachtzame God te danken, Die hem aan de Kerk heeft geschonken.”

Het geheim van in Christus blijven

„Heiliging betekent vullen. De letterlijke vertaling van het oude Hebreeuwse woord voor toewijding is ”de hand vullen”. Het suggereert de diepste waarheid in verband met heiliging, namelijk dat Christus Zelf het wezen en de voorziening van ons nieuwe geestelijk leven moet zijn en ons vervult met Zijn eigen Geest en met heiligheid. Na onze meest oprechte toewijding zijn we slechts een lege mogelijkheid die Hij moet waarmaken. Zelfs onze toewijding moet naar Hem uitzien om genade te ontvangen om onze toewijding te heiligen en aanvaardbaar te maken. Zelfs onze wil moet worden gezuiverd en omgebogen en op Christus gericht worden door Zijn voortdurende genade. Wij worden geheiligd als Zijn leven in ons wordt verwekt, als Zijn vrede de onze wordt en als de liefde van God in onze harten wordt uitgestort. Zelfs ons geloof, dat al Zijn genade ontvangt, moet gedurig door Zijn eigen Geest worden gaande gemaakt. Wij brengen Hem maar een lege hand, rein gemaakt en geopend, en Hij vult die. Wij zijn slechts een instrument en Hij is de Voorziener. We geven onszelf volledig aan Hem over, in het besef dat we niet de kracht of goedheid kunnen beloven die nodig is om aan onze toewijding te voldoen, maar wenden ons tot Hem voor deze gaven (…).

(...) Hij is de overste Leidsman en Voleinder van ons geloof, en de houding van het toegewijde hart bestaat in een voortdurende overgave. Deze kijk op heiliging verschaft ons grenzeloze geestelijke voortgang. Hier is sprake van een geleidelijke voortgang in heiliging die zich kenmerkt door algehele scheiding van het kwaad en toewijding aan God. Deze gaat uit naar al de volheid van Christus en groeit op tot de maat van de volwassen gestalte in Hem, totdat elk deel van ons wezen en elk deel van ons leven vervuld is met God en een kanaal wordt om te ontvangen, en een middel om Zijn genade en heerlijkheid te weerspiegelen.

(...) Laten we ten slotte niet vergeten dat de hele geest, ziel en lichaam moeten worden getraind om in Christus te blijven. Het leven dat Hij ons geeft, is geen op zichzelf staande schenking, maar een band van afhankelijkheid, en elk deel van ons wezen moet voortdurend Zijn vervulling en voeding aan ons levende Hoofd onttrekken.”

Uit: A. B. Simpson, ”Wholly Sanctified”.