Het valt voor ds. Tanis (89) niet mee om aan de zijlijn te staan

Ds. M. C. Tanis. beeld Sjaak Verboom

Veel van wat ds. M. C. Tanis tijdens een twee uur lang gesprek zegt, wordt onderstreept met citaten uit de Psalmen. Psalm 72:3 komt het vaakst langs: „Zij zullen U eerbiedig vrezen, zolang er zon of maan, bij ’t nageslacht ten licht zal wezen.” „Duisternis gaat de aarde bedekken, maar de Heere gaat door met Zijn werk. Laten we goed van God blijven spreken.”

Hij mag 89 jaar zijn, de trap naar zijn studeerkamer in zijn vrijstaande woning in Werkendam is voor hem geen probleem. En hij preekt al 65 jaar. „Ik mag nog steeds wat doen, voor God en voor Zijn dienst.”

Naast zijn bureau staat een lessenaar met een opengeslagen Statenbijbel. Aan de wand hangt een houten tekstbord met de woorden: „Ai, ruk het woord der waarheid niet te zeer van mijnen mond, ik hoop op Uwe rechten.”

„Deze studeerkamer is voor mij weleens een Elim, waar ik Gods Woord mag onderzoeken. Het zijn de Schriften die van Hem getuigen, van Hem Die mijn ziel liefheeft. Hier mag ik open zijn voor God en mag ik over alles met Hem spreken. Dat mag ik ook als ik op zondag onderaan de kanseltrap sta, open zijn voor Hem, Die mij gezonden heeft, voor Hem Die trouwe houdt en eeuwig leeft en al 65 jaar niet heeft laten varen wat Zijn hand begon. Dat verbreekt het hart. Als het grote van God ons niet klein maakt, zal het kleine van God ons niet groot maken. Dat hoorde ik van prof. J. J. van der Schuit. En ik dacht: Dat moet ik onthouden.”

Boven op een rij boeken staat een portret van ds. W. F. Laman. „Hij was mijn leermeester. Hij heeft me in 1953 bevestigd op Urk, mijn eerste gemeente. Onder zijn prediking gingen Gods deugden spreken.”

Krachtdadig

Maarten Tanis werd geboren op 30 januari 1929 in Rotterdam. „Vader dreef een groentewinkel. Kerkelijk behoorden we in die tijd tot de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ik mag eerlijk zeggen: de Heere heeft me kerkelijk geleid en heeft me ook interkerkelijk georiënteerd. Door de weeks gingen we ook wel naar dominees van de Christelijke Gereformeerde Kerken of van de Gereformeerde Gemeenten. Die dominees konden zomaar over de rand van de kansel kijken en je dan rechtuit vragen: „Joh, zou je hier nu eens geen zin in krijgen?” Was dat gemoedelijk? Nou. Maar het was ook waar. En dan zat ik stilletjes in de bank te vragen: „Heere, zou u mij ook zo gelukkig willen maken als die dominee?” Psalm 89 is toen gaan leven in mijn hart: „Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort.”

Ik had echt geen kerkelijke zwerversgeest, zegt ds. Tanis. „Maar ik werd als jongen van veertien, vijftien jaar al getrokken door de oude waarheid. Wáár dat dan was, dat was me om het even. En nog steeds ben ik een vriend en een metgezel van al die mensen die God ootmoedig vrezen. Toen de Heere Zijn liefde in mijn hart uitstortte, is er liefde gekomen tot allen die willen leven naar Zijn Goddelijk bevel.”

Ds. Tanis mag geloven dat de Heere hem in maart 1946 krachtdadig riep. „Ik hoop niet dat ik nu exceptioneel overkom, want ik had ook tijdelijke en eeuwige straf verdiend, maar de Heere had toch gesproken: „Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.””

Maarten Tanis was 17 jaar toen hij tegen ds. Laman zei: Ik zou ook wel dominee willen worden. „Waarop ds. Laman zei: „M’n jongen, je kunt alleen maar dominee worden als je van God een pleitgrond hebt gekregen.” Waarop ik zei: „Dominee, ik mag dat echt geloven.” Ds. Laman zei toen: „Maarten, dan moet je gauw een brief schrijven naar het curatorium, want dinsdag is de termijn gesloten.”

Tanis werd toegelaten tot de studie voor predikant. „Dat ik dominee ben geworden, is een wonder van God geweest. Dat is langs een eerlijke weg gegaan.”

U heeft 65 jaar gepreekt. Wat heeft u willen zeggen?

„Dat God goed is voor slechte mensen. Dat God goed is voor mij, arme zondaar. Deze weken mag er veel onder de aandacht komen van wat Hij in mijn leven heeft gedaan. Het grijpt me aan. Wat me vooral erg bezighoudt, is dat mijn weg zo wonderlijk is geweest, dat ik met Obadja mag zeggen: „Ik dien de Heere van mijn jonkheid aan.” Dat is geen conclusiegeloof, maar dat is in mijn leven verzegeld en versterkt geworden, opdat ik zou leven in afhankelijkheid van God en in verbondenheid aan Zijn heilige dienst.”

U heeft bewust de Tweede Wereldoorlog meegemaakt.

„Daar zat ik net vanmorgen aan te denken. Tijdens de oorlog zaten we ’s nachts vaak op vanwege luchtalarm. Je wist: een bom die fluit, die gaat over, maar als hij sist, valt hij dichtbij. Er was een diep besef dat sterven God ontmoeten is. De Duitsers hebben ons veel ontnomen, maar het belangrijkste konden ze me niet afnemen: Gods Woord. De Bijbel. De zondag hebben ze ons ook niet afgenomen. En de dienst van God ook niet. Want de kerkdiensten zijn Gods rijke gaven. Dat zijn toch sprekende zaken. Zégt dat ons nu nog wat? Er is zoveel afgoderij en zoveel afwijking van God. We kunnen niet zeggen dat het Woord van God in onze dagen schaars geworden is, want het mag op veel plaatsen in vrijheid verkondigd worden. Een andere zaak is dat wij het Woord verkrachten en aanpassen aan onze willekeur.”

Het oordeel begint bij het huis Gods.

„Zo is dat. Het oordeel begint niet de duistere buurten van de grote stad, maar in de kerk, in het huis Gods. In de Bijbel staat dat het oordeel zich voltrekt in het laatste der dagen, in de tijd waarin wij leven, dus. En toch zal Hij van kind tot kind, tot aan het einde der dagen, Zijn zaad bevestigen, zolang de zon en de maan er zullen staan. Psalm 89. Als ik ’s nachts soms wakker ben, en als dan de maan aan de hemel staat, schuif ik het gordijn weleens wat opzij om met de Heere te spreken.”

U bent goedsmoeds.

„Ik ben geen zwartkijker, maar voor mezelf ben ik niet altijd goedsmoeds. Dan heb ik veel last van aanvechtingen. Daar staat tegenover dat de kracht van Gods Geest wil werken in mijn hart. Ik heb geen sombere geest, hoewel ik het bloed en de gerechtigheid van Christus elke dag weer nodig heb. En ik moet nog steeds afleren en aanleren, want ik raak nooit uitgeleerd.”

Wijzend met de punt van zijn balpen: „Weet u wat nu zo erg is? Dat we zo karig over God spreken, dat we zo zuinig over Zijn dienst doen. Laten we toch meer doen wat Petrus op de pinksterdag deed, vertellen dat God in het laatste der dagen van Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees, waarna zonen en dochters gaan profeteren, jongelingen gezichten zullen zien en ouden dromen gaan dromen. Dat het mis gaat in de wereld, dat is wel duidelijk. Wat ik lees, zie en hoor, is dat duisternis de aarde gaat bedekken. Het is een ontzettende tijd, maar wij mogen niet tekort doen aan de machtige werken van Gods Geest. Ik vertel aan onze jongelui liever wat de Heere gééft, dan dat ik ga klagen dat alles zo donker is. Laten we meer aan de jeugd vragen: „Wie van jullie heeft er lust om de Heere te vrezen?” „Zij komen aan, door Godd’lijk licht geleid, om ’t nakroost, dat de Heere wordt toebereid, te melden, ’t heil van Zijn gerechtigheid en grote daden.” Psalm 22.”

U ging in januari 1999 met emeritaat. U staat al bijna twintig jaar aan de zijlijn. Moeilijk?

„Dat valt me niet mee. Wat ik moeilijker vind, is dat veel kerkelijke ontwikkelingen mij zo bedroeven.”

Ds. Tanis trekt een bureaulade open en leest voor uit een synodale kanselboodschap van 1953, ook 65 jaar geleden. Hij vat samen: „De kanselboodschap ging over het moderne religieuze klimaat, toen ook al. Dat kenmerkte zich in een loslaten van het verleden, in een verslapping van de herderlijke zorg aan de ons toebetrouwde zielen, in het verlaten van het bevindelijke element in de prediking.”

Met grote stemverheffing: „Die kanselboodschap is brandend actueel. We mogen dit zondag wel opnieuw voorlezen. We moeten leren dat we God kwijt zijn en dat het oprechte geloof geen sneltreingeloof is. We zouden het abc van het geloof weer moeten leren spellen: de a van armoede. De b van bedelen. En de c van Christus. Zo werkt God, in een weg van het beleven van de eigen armoede, het bedelen om genade en het leren komen tot Christus. Zo werkt Gods Geest het gemis en het uitzien in het hart van de zondaar, vanuit de bewogenheid van God de Vader. En die Mij vindt, zegt Christus, vindt het leven.”

Psalm 32 na een ongeluk

Een paar jaar geleden overkwam ds. Tanis een ernstig auto-ongeluk. „De dader verkeerde in beschonken toestand. Ik heb twee operaties ondergaan. Je weet toch niet wat ze kunnen, tegenwoordig, maar dokters zijn geen goden. Ze kunnen alleen werken met wat God wil geven. Het was een wonder dat ik in mijn hersenen niet gekrenkt ben geraakt. Toen God mijn leven spaarde, heb ik gezegd: „Heere, ik kan niets voor U terug doen, maar mag ik dan nog wat vóór U doen: Uw Naam verkondigen, vertellen dat U goed bent voor slechte mensen, dat bij U uitkomsten zijn tegen de dood? En dat mag ik nog steeds doen, preken en verkondigen. Daar heeft Hij recht op, om gediend en gevreesd te worden. Hij heeft had gesproken: „Ik zal u trouw verzellen met Mijn raad, terwijl Mijn oog op u gevestigd staat.” Psalm 32.”

Levensloop ds. M. C. Tanis

Maarten Cornelis Tanis werd op 30 januari 1929 geboren in Rotterdam-Delfshaven. Op 17-jarige leeftijd werd hij aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn toegelaten tot de opleiding voor predikant. Op 6 november 1953 werd hij bevestigd tot christelijk gereformeerd predikant op Urk. Daarna volgden de gemeenten Middelharnis (1958), Barendrecht (1960) en Sliedrecht-Centrum (1969). In 1999 ging hij met emeritaat.

Ds. Tanis maakte deel uit van verschillende deputaatschappen. Vele malen was hij afgevaardigde naar de generale synode. Zesmaal was hij lid van het moderamen, waarvan driemaal als preses. Ds. Tanis maakt sinds de jaren zestig deel uit van de redactie van het christelijke gereformeerde blad Bewaar het Pand, waarin hij lange series schreef over de Dordtse Leerregels en het Apostolicum. Hij was bestuurslid van de reformatorische scholengemeenschap Guido de Brès en voorzitter van de Spaanse Evangelische Zending.

Sinds zijn emeritaat woont ds. Tanis met zijn vrouw in Werkendam.

---

Lees ook in Digibron:

„Hij werkt nog, ook onder jonge mensen” - interview (Reformatorisch Dagblad, 12-11-2013)

Preken als een rijke gunst - Ds. M.C. Tanis: „Als het mag gaan, voel ik me als een vis in het water” (Terdege, 14-12-2011)

Ontslag verdiend, maar nooit gekregen - Ds. Tanis: Er is ook geloofsactivisme zonder de tere vreze Gods (Reformatorisch Dagblad, 04-11-2003)

Afscheidsdienst Ds. M.C. Tanis van Sliedrecht (Bewaar het Pand, 04-02-1999)

Altijd een bedelaar van het Woord - Ds. M. C. Tanis preekt al 45 jaar en kijkt graag over kerkmuren heen (Reformatorische Dagblad, 30-01-1999)

Afscheid ds. Tanis van de gemeente van Barendrecht - Bevestiging en intrede te Sliedrecht-Centrum (Bewaar het Pand, 28-08-1969)

Bevestiging en intrede ds. Tanis te Barendrecht (De Wekker, 08-07-1960)

Afscheid ds. Tanis van Middelharnis (De Wekker, 01-07-1960)

Bevestiging en intrede ds. Tanis te Middelharnis (De Wekker, 07-02-1958)

Afscheid ds. Tanis van Urk (De Wekker, 31-01-1958)