Hervormde Vrouwenbond organiseert symposium over geloofsbeleving in generaties

Algemene ledenvergadering van de vrouwenbond in De Aker, voorafgaand aan het symposium. beeld RD, Henk Visscher

„De Hervormde Vrouwenbond werd in 1952 opgericht om door middel van Bijbelstudie vrouwen toe te rusten. Het doel is niet veranderd, maar de jongere generatie vrouwen is wel anders dan 65 jaar geleden. Is de geloofsbeleving van deze generatie ook heel anders dan van de voorgaande? En zo ja, is dat dan een probleem?”

Met deze woorden opende M. M. Jonker-Hakkert, voorzitter van de Hervormde Vrouwenbond, vrijdagmiddag het symposium ter gelegenheid van het 65-jarige bestaan van de bond. De bijeenkomst had als thema ”Geloofsbeleving in de generaties”. Vanwege het grote aantal van zo’n 500 belangstellenden werd het symposium niet in De Aker, maar in de Dorpskerk van Putten gehouden.

Emeritus predikant ds. J. Belder uit Harskamp verklaarde in zijn toespraak de veranderingen van de jongere generatie vanuit de veranderende omstandigheden. „Geen wonder dat de mensen in de tijd van de gaslampen en toen vrouwen en mannen in de kerken nog gescheiden zaten, ook anders over het geloof spraken dan de jongeren in deze tijd van internet en technische mogelijkheden”, aldus de predikant. „Iedere generatie heeft zo haar eigen cultuur en dat mag. Maar het wordt anders als de generaties elkaar niet meer begrijpen en de leefwerelden zo ingrijpend gaan verschillen dat er nauwelijks nog contact is. Dan verzandt de communicatie in verwijten over en weer. De jongeren verwijten de ouderen dat zij hopeloos ouderwets zijn en omgekeerd beschuldigen de ouderen de jongeren ervan dat zij zo gemakzuchtig en oppervlakkig zijn.”

Wijsheid

Volgens ds. Belder is er wijsheid voor nodig om contact te houden met jongeren die vanwege een andere geloofsbeleving voor een andere kerk of geloofsvorm kiezen. Het wordt moeilijker als de jongere generatie niet alleen de kerk, maar ook het geloof vaarwel zegt. „Neem de kritische vragen en de bedenkingen van de jeugdigen serieus en laat al die vrijmoedigheid in hun uitingen niet leiden tot een krampachtige verdedigingshouding, maar juist tot bezinning op wat de onderliggende waarden zijn van die hooggehouden tradities. Jongeren zijn nu eenmaal pragmatisch en willen bijvoorbeeld lezen uit een gemakkelijk te begrijpen Bijbelvertaling en liederen zingen in hun eigentijdse taal.” De emeritus predikant wees op de invloed van de heersende belevingscultuur waarin de jongeren opgroeien. Deze sluit slecht aan bij de gereformeerde leefwereld.

Drs. N. C. van der Voet, docent en studentenpastor aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), noemde een aantal kenmerken van de generatie twintigers en dertigers die er de oorzaak van zijn dat geloofsoverdracht voor die leeftijdsgroep allesbehalve vanzelfsprekend is.

Woest druk

Volgens Van der Voet is het opvallendste kenmerk voor twintigers en dertigers dat zij „woest druk” zijn. Daarmee moet rekening worden gehouden. Door een overmaat van activiteiten plegen deze jongeren roofbouw op zichzelf en daarom zou de ochtenddienst op zondag beter om 10.30 dan om 9.30 uur kunnen worden gehouden.

Jongeren zijn goed in ”bricolage”, aldus de docent. Dat wil zeggen dat zij moeiteloos de meest uiteenlopende leefwerelden kunnen combineren. Zij zitten op dinsdagavond op een Bijbelkring en op woensdagavond zonder gewetensbezwaren in de bioscoop. Parallel aan de observaties van ds. Belder in de eerste toespraak, signaleerde ook Van der Voet de trends in de jongerencultuur die weinig stroken met de geloofsopvattingen uit de hervormd-gereformeerde traditie. „Voor een twintig- of dertigjarige bestaan er geen vaste verbanden. Alles is flex. Vandaar dat een term als ”eeuwig verbond” jongeren niet aanspreekt. Als gevolg van de ik-cultuur aanvaardt een jongere God ter bevestiging van zichzelf”, aldus Van der Voet, die tegelijk waarschuwde voor een gemakkelijke veroordeling van de jongere generatie. „Bedenk dat dit uw eigen generatie is, dat zij mede door u zo is gevormd.”

Tijdens de plenaire bespreking, geleid door HGJB-medewerkster Eline van Vreeswijk, werd enerzijds gepleit voor de echte preekdienst, terwijl anderen de wenselijkheid noemden van eigentijdse vormen in de kerkdienst om de jongeren aan te spreken.