Goede Vrijdag: Christus ten grave gedragen

"Christus ten grave gedragen", Rembrandt van Rijn, 1643-1647. beeld Rijksmuseum

Het is slechts een kleine rouwstoet, die zich daar in Jeruzalem een weg zoekt langs de rotsen. Te midden van de rouwenden, op de baar, ligt hun Hoop. Steeds hebben ze gedacht –gehoopt– dat Hij het was Die Israël verlossen zou. Maar hier gaan ze. Op weg naar ”het hart der aarde”. Met hun gestorven Hoop.

Het is een verslagen achttal, onder wie Jozef van Arimathea en Nicodemus, Maria, de moeder van Jezus en Maria Magdalena. Het verdriet is zomaar van hun gezichten af te scheppen. Zij hadden bij het kruis gestaan. Van een afstandje iets van het lijden van de Meester gezien. Wat konden zij meer doen dan er te zijn?

Jozef van Arimathea vroeg het lichaam van Jezus. Pilatus gaf het hem. Hier gaan ze. De getuigen van Zijn dood. Op weg naar het graf. Om Hem de laatste liefdesdiensten te bewijzen; het lichaam in te zwachtelen, mirre en aloë tussen de grafdoeken te verdelen. De steen voor het graf te wentelen, de Heiland te begraven.

Spiegelbeeld

Rembrandt beeldt de gang van deze rouwenden uit. Met uiterste zorg en liefde geeft hij hun verdriet en verslagenheid een gezicht. Alsof hij mee-lijdt met de lijdenden. ”Christus ten grave gedragen” is een van zijn 290 prenten. De kunstenaar beheerst de techniek van het etsen tot in de puntjes. De koperen etsplaat heeft hij bedekt met een waslaagje, de etsgrond. Met de etsnaald tekent hij los, maar trefzeker de voorstelling in de was. Eenmaal tevreden over het resultaat laat Rembrandt de koperplaat in een zuurbad zakken. Daar waar de was is weggekrast, doet het zuur zijn werk en ‘bijt’ zich in het koper. Zo ontstaan groeven.

Christus ten grave gedragen

Vervolgens wordt de plaat met drukinkt ingewreven. Poets je de plaat schoon, dan blijft de inkt alleen achter in die groeven. Op de plaat legt Rembrandt een vel papier. Het geheel schuift hij door een drukpers. De inkt uit de plaat zuigt zich in het papier en de afbeelding wordt zichtbaar.

Althans, in spiegelbeeld. Het beeld is dus niet de werkelijkheid. Natuurlijk wist Rembrandt dat. Daarom heeft hij zijn naam in spiegelbeeld op de koperplaat geëtst. Daarom liet hij op de plaat de stoet van links naar rechts lopen, zodat de mensen op de prent zich van rechts naar links verplaatsen.

Werkelijkheid

Het beeld is niet de werkelijkheid. Ongetwijfeld heeft ook Rembrandt de diepere waarheid daarvan gezien. Zo begrijpelijk, deze volgelingen van Jezus zien hún werkelijkheid. Een dode Jezus; hun hoop is vergaan. „We dachten…” Verslagen zijn ze.

Maar de verzoenende werkelijkheid zet zich onstuitbaar voort. Hij beklom alléén het altaar van het kruis en droeg „onze smarten.” Hier –op Golgotha– klonken de kruiswoorden en werd het werk „volbracht.” Het voorhangsel scheurde, het pleit was beslecht.

Het beeld is niet de werkelijkheid. Gaandeweg naar ”het hart der aarde” juicht al een toon. Die van de overwinning. Goede Vrijdag – de betaaldag van de Kerk. Luther erkende geen enkele feestdag als door God ingesteld. Toch meende hij dat wie zijn Goede Vrijdag en Pasen niet viert, de twee beste dagen van het jaar mist.

De werkelijkheid mag gezien worden; moet geopenbaard worden. Maar zet dan verslagen harten in vuur en vlam. Opent de ogen voor de Man van smarten, de lijdende Middelaar, die straks –over een enkele dag– zal blijken te zijn de Koning der koningen, de Borg voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.