GKV-synode denkt op Elspeetse hei na over organisatie kerk

Synode GKV 2017
beeld RD, Henk Visscher

Hoe moeten de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) georganiseerd worden op het moment dat het ledental fors lager ligt dan nu, en het vooral ouderen zijn die geld geven om de kerk in stand te houden? De generale synode van de GKV oriënteerde zich vrijdag op die vraag, op de hei in Elspeet.

De vrijgemaakt gereformeerde kerkvergadering heeft dezer dagen conferentieoord Mennorode in Elspeet als uitvalsbasis. Op de agenda vrijdagmorgen stond het rapport van de deputaten kerkelijke lasten. Op voorspraak van deze deputaten dacht de synode na over opties voor het indelen van de kerkstructuur. Het bleef vooralsnog bij een bezinning: in de vervolgvergadering op 23 maart wordt de lijn richting de toekomst verder uitgestippeld.

In een poging om wat verder te komen dat het uitwisselen van standpunten, ging de vergadering in groepjes uiteen om na te denken over het onderwerp. Want misschien lukt het met de traditionele organisatiestructuur niet meer om mensen onder de 45 jaar te betrekken bij het werk in de kerk, zo stelde ds. G. Oosterhuis (Zoetermeer). „Modern is: een netwerkorganisatie. We moeten geen efficiëntere, goed georganiseerde trekschuit optuigen.”

Een van de ideeën van de deputaten is om deputaatschappen te clusteren in domeinen met daarboven een coördinator. „Wordt de organisatiestructuur daarmee juist niet nog zwaarder?”, vroeg ds. M. E. Buitenhuis (Burgum). Hij opperde om deputaatschappen af te slanken door bepaalde taken neer te leggen bij een te vormen kerkelijk bureau.

De GKV kennen zo’n dertig deputaatschappen, legde woordvoerder J. Bonhof van de deputaten kerkelijke lasten uit. Die maken elk de nodige kosten. Sinds het ledental van de GKV in 2003 piekte op 127.000, daalt dit jaarlijks. Een vergrijzende groep leden moet er sindsdien voor zorgen dat de inkomsten van de kerk op peil blijven, omdat allerlei verplichtingen zijn aangegaan.

Die verplichtingen zijn bijvoorbeeld de eigen organisaties, die zijn opgetuigd om het kerkelijk leven te ondersteunen. Zoals de Theologische Universiteit Kampen, het Praktijkcentrum voor Gemeenteopbouw en anderen. Daar werken professionals die goed werk doen, zo klonk het, maar tegelijk gaat er veel geld heen. Bovendien gaan er twee synodeperiodes –zo’n zes jaar– overheen voor een structuurwijziging geheel is doorgevoerd.

Uit de groepsdiscussie bleek dat niet alle synodeleden er van overtuigd zijn dat de GKV in financieel zwaar weer dreigen te komen. Sinds de vorige synode in 2014 de landelijke afdrachten opnieuw vaststelde, is het gelukt om die bedragen op te brengen, zo gaf een afgevaardigde aan. „Het is vooral belangrijk dat in de gemeenten wordt uitgelegd wat er met het geld gebeurt.”

Ds. R. J. Stolper (Zaamslag) waarschuwde voor het teveel bezig zijn met het ‘regelen’ van allerlei zaken in de kerk, zonder er oog voor te hebben dat er sprake lijkt te zijn van „Godsschemering”, zoals hij het noemde „Veel van onze jongeren ervaren God niet meer. Laten we dat benoemen.”

H. Bouma (Goes) riep ertoe op om bij het maken van toekomstplannen, dit samen te doen met de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken. „Daarbij moet de vraag leidend zijn: hoe wil je kerk zijn.”

Deputaat Bonhof wees op de voordelen van een vorm van permanente sturing op landelijk niveau. Die zou vorm kunnen krijgen door het moderamen in functie te laten blijven na het provisorisch sluiten van de synode, bijvoorbeeld door de leden ervan onder te brengen in een apart deputaatschap. Hij wees ook op de mogelijkheid om bij bepaalde onderwerpen projectmatig te werken.

De GKV-synode gaf in 2005 voor het eerst de opdracht om te bezien of de landelijke kerk efficiënter kon worden ingediend. In 2008 volgde een advies om de opzet van deputaatschappen flink te wijzigen. De synode in dat jaar vond dat te ver gaan en besloot tot samengaan van een beperkt aantal deputaatschappen. „Nog geen essentiële doorbraak, die de synodale organisatie op termijn financieel draagbaar maakt”, aldus Bonhof. „Een centrale, overkoepelende visie ontbrak.” Of die er nu wel komt, werd vrijdag nog niet duidelijk.