GG willen met uitspraken over beloften „verwarring wegnemen”

De synode van de Gereformeerde Gemeenten nam in januari een rapport aan over de plaats van de beloften in de prediking. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Functioneren in de prediking in de Gereformeerde Gemeenten (GG) twee soorten van genadebeloften? Nee, concludeert een rapport dat de generale synode van het kerkverband in januari aannam. Ds. J. J. van Eckeveld en ds. G. Clements, die beiden betrokken waren bij het opstellen van het rapport, blikken terug. „We hopen dat hiermee verwarring is weggenomen.”

De thematiek draait om het onderscheid tussen verbondsbeloften en evangeliebeloften. Die eerste zijn onvoorwaardelijk, de tweede voorwaardelijk, zo stelt het rapport.

SynodeGerGem-14-dagkr-ASynode GG spreekt zich uit over beloften

Dit onderscheid is niet nieuw. Zo wordt in een verslag van de generale synode van 1986, bij de behandeling van een appelzaak, gesproken over de noodzaak van het maken van „voldoende onderscheid tussen de prediking van de beloften van het Evangelie en de beloften van het verbond.”

Ook in de publicatie ”Louter genade” komt het onderscheid terug. De generale synode van 2001 gaf opdracht tot het schrijven van dit boekje, na „ontstane verwarring over verbond, beloften en prediking.” In ”Louter genade” werd op schrift gesteld wat de lijn is in het kerkverband rond deze thema’s.

Vragen

Dat er desondanks een synodaal rapport is verschenen, komt doordat bij andere kerken vragen bleken te bestaan over de opvattingen binnen de GG. Die kwamen vooral naar voren tijdens gesprekken van GG-vertegenwoordigers met gesprekspartners uit de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). In 2019 verscheen op verzoek van de GGiN-synode de publicatie ”Wet en Evangelie”, waarin afstand wordt genomen van „twee soorten van beloften van genade.”

Ds. Clements, docent aan de Theologische School in Rotterdam, en ds. J. J. van Eckeveld, voorzitter van het curatorium van de opleiding, waren betrokken bij het opstellen van het rapport. Daarnaast was ds. Van Eckeveld als voorzitter van het deputaatschap kerkelijke eenheid regelmatig aanwezig bij de gesprekken met andere kerkverbanden.

Voor veel mensen zal niet direct duidelijk zijn wat het onderscheid is tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften. Wat wordt hiermee bedoeld?

Ds. Van Eckeveld: „In de Dordtse Leerregels, in de vijfde paragraaf van het tweede hoofdstuk, wordt gesproken over de belofte van het Evangelie, dat „een iegelijk die in de gekruisigde Christus gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” De beloften van dit Evangelie worden aan alle hoorders verkondigd en zijn voorwaardelijk, omdat erbij gezegd wordt „met bevel van bekering en geloof.”

In de achtste paragraaf van hetzelfde hoofdstuk van de leerregels wordt beleden dat Christus „door het bloed Zijns kruises het nieuwe verbond heeft bevestigd.” Alle zaligmakende gaven van dit verbond komen alleen de uitverkorenen toe. In lijn daarmee spreken wij van de beloften van het verbond. Deze beloften zijn onvoorwaardelijk en absoluut en zullen zeker vervuld worden.”

Ds. Clements: „Ten diepste gaat het in alle beloften om Christus en Zijn gerechtigheid. Alle beloften die er zijn, zijn in Christus ja en amen, schrijft Paulus in 2 Korinthe 1:20. Het onderscheid dat bij de beloften gemaakt wordt is naar de Schrift. Dit onderscheid heeft overeenkomst met de uitwendige en inwendige roeping.”

Waar komt het onderscheid vandaan? Functioneerde dit ook in het verleden al, bijvoorbeeld bij de oudvaders?

Ds. Clements: „Reformatoren als Calvijn en de Italiaan Hieronymus Zanchius maakten al onderscheid tussen de belofte als het gepredikte woord aan alle hoorders, ”signa”, en de belofte als het beloofde goed, ”res”, voor de uitverkorenen.

De gereformeerde vaderen gebruikten ook andere uitdrukkingen, zoals de voorwaardelijke en onvoorwaardelijke of volstrekte beloften. Ook spraken zij met het oog daarop over het ”recht van toegang” tot en het ”recht van bezit” van de belofte. Al deze onderscheidingen bedoelen in wezen hetzelfde. We hechten eraan omdat ze de onmisbare toepassing van het gepredikte Woord benadrukken.”

Op welke wijze functioneert dit onderscheid van de beloften in de prediking?

Ds. Clements: „In de prediking functioneert de evangeliebelofte als een ernstige roepstem tot alle hoorders om zich tot God te bekeren en het behoud te zoeken in de gekruisigde Christus door het geloof. De verbondsbelofte predikt de onwankelbare troost voor Gods bestreden Sion dat de zaligheid in Christus voor eeuwig vastligt.”

Wat levert dit rapport op in de gesprekken met andere kerken?

Ds. Van Eckeveld: „Het punt van de beloften is meerdere keren aan de orde geweest in gesprekken met zowel de HHK als de GGiN. Het rapport dat de synode heeft aanvaard is een reactie op de moeiten die beide kerken hebben met het onderscheid tussen de evangeliebeloften en de verbondsbeloften. Deze kerken menen dat het onderscheid tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften een nieuw onderscheid is dat op grond van Gods Woord en de oudvaders niet verdedigd kan worden.

Door uit te spreken dat met dit onderscheid niets anders bedoeld is dan het onderscheid tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften, hopen we dat hiermee de verwarring is weggenomen en dit verdere besprekingen niet meer in de weg staat. Het rapport zal tijdens de komende gesprekken met de kerken zeker op tafel liggen.”

Heeft dit rapport met name betekenis voor de studeerkamer van theologen, of heeft het ook relevantie voor gemeenteleden?

Ds. Van Eckeveld: „We hopen dat het rapport van betekenis mag zijn voor de gemeenten en de jonge mensen. Er zullen ook heel wat gemeenteleden het rapport met belangstelling lezen en naar we hopen daarmee ook geholpen zijn. De Dordtse Leerregels merken bij de belofte des Evangelies op dat hiermee het eeuwige leven of het eeuwig verderf gemoeid is. Het is dus een zaak van groot belang, die als de tekstkeuze het met zich meebrengt ook in de prediking aan de orde moet komen.”