Geuzen zetten Amsterdams stadsbestuur aan de dijk

ReformatieNL
De Oude Kerk in Amsterdam. beeld Sjaak Verboom

Op maandag 26 mei 1578 valt Amsterdam eindelijk in handen van de geuzen. De burgemeesters worden vanaf het Damrak met enkele scheepjes buiten de Sint-Antonispoort gebracht en bij de Diemerdijk aan land gezet. Een aantal rooms-katholieke geestelijken treft hetzelfde lot.

Op 31 augustus van dat jaar wordt in de Oude Kerk voor het eerst het heilig avondmaal bediend, door Petrus Datheen. In dezelfde dienst worden Johannes Cuchlinus en Petrus Hardenberg bevestigd als predikant van de nieuwe gereformeerde gemeente.

Wat gaat eraan vooraf?

In de handelsstad Amsterdam zijn al vroeg hervormingsgezinden actief. In de veertiende eeuw doet de Deventer kloosterhervormer en boeteprediker Geert Grote –grondlegger van de Moderne Devotie– de stad aan en preekt er voor het eerst in de landstaal. Het leidt tot een religieuze opleving in de stad. Een eeuw later, rond 1460, laat de rondreizende pater Johannes Brugman van zich horen. Hij is bevriend met de Broeders des Gemenen Levens in de IJsselvallei.

Vroeg in de zestiende eeuw komt er opnieuw, aarzelend, een hervormingsbeweging op gang. Het is bepaald nog geen volksbeweging, de aanhang komt vooral uit de gegoede burgerij. Ergernis over het vermeende ”Mirakel van Amsterdam” speelt hierbij een belangrijke rol. Een stervende man in de Kalverstraat zou op 15 maart 1345 een hostie hebben uitgebraakt, die in het haardvuur werd geworpen. De volgende ochtend bleek de hostie ongeschonden in de as te liggen. Naar aanleiding van dit ‘wonder’ ontwikkelde zich in de stad een rijk bedevaartsleven rond de Kapel der Heilige Stede, waar de hostie wordt bewaard.

Het stadsbestuur vaart een gematigde koers en geeft voorrang aan het bewaren van de openbare orde en het voorkomen van onlusten boven ketterbestrijding.

Door het anarchistische optreden van de wederdopers –zij proberen op 10 mei 1535 de macht in de stad over te nemen– komt Amsterdam voor lange tijd weer in stevig rooms-katholiek vaarwater – inclusief ketter- en zelfs heksenprocessen.

Hoe krijgt de Reformatie in Amsterdam gestalte?

Rond 1560 blijkt het calvinisme onder de Amsterdamse kooplieden opeens verrassend veel aanhang te hebben gekregen. In korte tijd wordt het calvinisme een brede volksbeweging. In het Wonderjaar 1566 hebben ook bij Amsterdam hagenpreken plaats. Op 31 juli wordt de Alkmaarse mandenmaker Jan Arentsz per schuit uit Waterland gehaald. Even buiten de Haarlemmerpoort preekt hij voor een grote menigte.

Eind augustus bereikt de Beeldenstorm de Noordelijke Nederlanden. Op 23 augustus komt het tijdens een doopdienst in de Oude Kerk van Amsterdam tot ongeregeldheden. Een woedende menigte gooit met stenen en vernielt altaren, beelden en schilderijen. De volksuitbarsting duurt maar kort en blijft beperkt tot de Oude Kerk.

Eind september heeft een tweede golf van de Beeldenstorm in Amsterdam plaats. Een poging om de Heilige Stede aan te vallen wordt verhinderd door een groep vrouwen.

De gereformeerden krijgen van het stadsbestuur gedaan dat ze de Minderbroederskerk voor hun erediensten mogen gebruiken. Op 15 december bedient Jan Arentsz in deze kerk voor het eerst het avondmaal. Er nemen zo’n duizend mensen aan deel.

De Beeldenstorm heeft wel tot gevolg dat de publieke opinie zich in Amsterdam sterker dan voorheen tegen het calvinisme keert. In het voorjaar van 1567 maakt landvoogdes Margaretha van Parma de concessies aan de protestanten ongedaan. Het overwegend rooms-katholieke stadsbestuur krijgt weer greep op de stad en veel hervormingsgezinden zoeken elders een veilig heenkomen. Met de beeldenstormers wordt afgerekend. In totaal 242 Amsterdammers worden –de meesten bij verstek– veroordeeld; 24 krijgen de doodstraf.

Het strenge optreden van de ”ijzeren hertog” Alva (in 1567 naar de Nederlanden gekomen) zet veel kwaad bloed en zorgt ervoor dat het aantal calvinisten juist sterk toeneemt. Amsterdam blijft de koning van Spanje echter vooralsnog trouw, ook als in de zomer van 1572 steeds meer Hollandse steden de kant van prins Willem van Oranje kiezen. De druk op Amsterdam neemt in de jaren daarna verder toe. Op 26 mei 1578 valt de stad in handen van de geuzen. Drie dagen later wordt de Heilige Stede alsnog ontwijd.

Hoe groot is de gemeente in de beginjaren?

Kerkhistoricus dr. R. B. Evenhuis heeft aannemelijk gemaakt dat Amsterdam al in 1578 een zeer aanzienlijke gereformeerde gemeente had. Hij denkt dat er tegen de 10.000 mensen lid waren, bijna een derde van de bevolking.

Wie zijn de eerste predikanten?

De kerkenraad probeert in 1578 zo snel mogelijk eigen predikanten aan te trekken. Na zich een tijdlang met „geleende dyenaeren” te hebben beholpen, slaagt men erin Cuchlinus en Hardenberg naar Amsterdam te halen.

Hoe gaat het verder?

De gereformeerde gemeente van Amsterdam groeit uit tot de grootste in heel Europa. Aanwas vanuit de Zuidelijke Nederlanden speelt hierbij een belangrijke rol. Zo was ds. Petrus Plancius –geboren in West-Vlaanderen– er predikant van 1585 tot 1622. Met de komst van Jacobus Arminius in 1588 breekt een spanningsvolle tijd aan. De kiem voor de latere –nationale– splijtzwam over de uitverkiezing wordt in het orthodoxe Amsterdam gelegd. Tussen 1608 en 1614 verrijst in Amsterdam het eerste protestantse kerkgebouw: de Zuiderkerk.

Dit is deel 22 in de serie Reformatie in de Nederlanden. Op 12 september deel 23: Utrecht.