Friese gravin Albertine Agnes was „een moeder in Israël”

Pauze tijdens de eerste bijeenkomst van de jaarlijkse wintercursus van de SSNR. beeld RD
5

Albertine Agnes van Nassau was een vrome vrouw. Ze had oog voor het geestelijk welzijn van haar onderdanen en was „een moeder in Israël.” Zo typeerde dr. C. R. van den Berg de vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik.

De gepensioneerd docent Nederlands en godsdienst aan het Driestarcollege in Gouda sprak zaterdag in de Adventkerk te Veenendaal. Daar werd de eerste bijeenkomst gehouden van de jaarlijkse wintercursus van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR). In die lezingenserie staat telkens een onderwerp uit de Nadere Reformatie centraal. Dit jaar is dat voor de tweede keer ”Moeders in Israël”; een aantal lezingen over vrouwen die als geestelijk identificatiefiguur golden.

Cursusleider en SGP-Kamerlid Roelof Bisschop zei dat de eerste cursus over moeders in Israël in het seizoen 2000-2001 plaatsvond. Er zijn volgens hem in de 17e- en 18e-eeuw, de tijd van de Nadere Reformatie, veel vrouwen geweest die gezien werden als „een moeder in Israël”, een aanduiding die verwijst naar de richteres Deborah in het Bijbelboek Richteren (hoofdstuk 5, vers 7).

Een van die moeders in Israël in de tijd van de Nadere Reformatie, was Albertine Agnes (1634-1696). Ze is een voorouder van de huidige koning, Willem-Alexander, en was een dochter van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Albertine Agnes groeide op aan het stadhouderlijke hof in Den Haag. De gravin vond het volgens dr. Van den Berg eerst beneden haar stand om te trouwen met een Friese stadhouder. Haar broer en zussen sloegen voornamere partners aan de haak.

Remonstrants

In Den Haag kreeg Albertine Agnes een remonstrantse opvoeding. Eenmaal in Leeuwarden veranderden haar godsdienstige opvattingen in navolging van haar man, aldus de historicus. Volgens hem was stadhouder Willem Frederik beïnvloed door de Nadere Reformatie. Dat blijkt uit zijn dagboek, waarin hij onder meer schrijft over zijn wekelijkse kerkgang en over het sluiten van een verbond met God. De stadhouder kon ook goed overweg met ds. Adrianus Hasius, een gereformeerd piëtistisch predikant te Leeuwarden.

Willem Frederik overleed aan de gevolgen van een jachtongeval toen Albertine Agnes nog maar 30 jaar was. Ze werd daarop regentes over Friesland, Groningen en Drenthe. „Het was voor het eerst dat een vrouw in de Republiek een dergelijke positie kreeg”, aldus Van den Berg. Volgens Van den Berg was Albertine Agnes in die tijd „een vrome vrouw met oog voor het geestelijke welzijn van haar onderdanen.”

Na de dood van haar man stond Albertine Agnes ook aan het hoofd van het graafschap Diez, ook wel Dietz genoemd, in Duitsland. Daar voerde ze een kerkorde in die de bevolking verplichtte om op zondag de kerkdiensten te bezoeken. Ook werden de poorten van de stad Diez op zondag gesloten. Dansen en het houden van drinkgelagen werden verboden. „De gravin paste het programma van de Nadere Reformatie toe op Diez”, aldus Van den Berg.

Vriendschap

Albertine Agnes was bevriend met Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke theologe van Nederland. Ook was het op haar verzoek dat ”De trappen des geestelijken levens” verscheen, een boek van de Friese predikant Theodorus à Brakel. Toen diens zoon Wilhelmus à Brakel vroeg om een tweede predikantsplaats in Stavoren, betaalde zij die.

De Friese regentes werd later in haar leven, volgens Van den Berg „uit politieke overwegingen”, een volgeling van Johannes Coccejus (1603-1669), een theoloog die het in het debat over de verbondsleer en de sabbat opnam tegen de Utrechtse hoogleraar Gisbertus Voetius. Albertine Agnes had echter overal contacten. Ze was bevriend met de theologen Herman Witsius en David Flud van Giffen. Ook zorgde ze ervoor dat de labadisten zich in het Friese Wieuwerd konden vestigen.