Figel: Europa heeft drukmiddelen bij eisen van godsdienstvrijheid

Figel. beeld EPA, Olivier Hoslet EPA, Olivier Hoslet
2

BRUSSEL. Sinds begin mei is de Slowaakse politicus Ján Figel de gezant voor godsdienstvrijheid namens de Europese Commissie. Vanuit deze nieuw in het leven geroepen functie vraagt hij namens Europa aandacht voor het belang van godsdienstvrijheid. „Vanuit Europa kunnen we tegen de rest van de wereld aangeven dat we één kunnen zijn in verscheidenheid.”

Wat houdt uw functie precies in?

„Mijn taak is om namens de Europese Commissie internationaal de vrijheid van godsdienst op de agenda te zetten en te houden. Het werk verkeert nog in een opstartfase. Op dit moment ben ik in gesprek met de buitenlandse dienst van de Europese Unie, die onder leiding staat van EU-buitenlandvertegenwoordiger Mog­he­rini. Er moet geen competitie ontstaan tussen mijn werk en dat van hen. Gelukkig wordt dat ook van beide zijden erkend. We moeten zo veel mogelijk samenwerken. Het zou natuurlijk te triest voor woorden zijn –terwijl er gebieden in de wereld zijn waar mensen om geloofsredenen vervolgd worden– dat wij dat vanuit de EU niet aan de kaak zouden stellen omdat we het er niet over eens zijn wiens aandachtsgebied het is.”

U bent christendemocraat. Twee jaar geleden lag u onder vuur omdat u het burgerinitiatief One of us steunde, dat aandacht vroeg voor de beschermwaardigheid van het leven. Geeft die kritiek niet aan dat ook in het Westen christenen soms te maken hebben aanvallen op de godsdienstvrijheid?

„Er is geen tegenstelling tussen het burgerinitiatief One of us en het respect voor de menselijke waardigheid dat in het Westen breed gedeeld wordt. Vanuit Europa kunnen we tegen de rest van de wereld juist aangeven dat we één kunnen zijn in verscheidenheid dankzij de tolerantie in de samenleving tegenover religie en tussen religies onderling. Daarop moeten we blijven reflecteren, vanuit respect tegenover elkaar. Dat vraagt een volwassen omgang met elkaar, waarbij we de ander niet zien als een probleem.”

Naar welke landen zal uw aandacht de komende tijd het meest uitgaan?

„In de eerste plaats naar het Midden-Oosten. Natuurlijk naar Syrië en Irak, maar ook naar landen als Libanon en Jordanië, waar de onderlinge verdraagzaamheid tussen verschillende religieuze groepen op de proef wordt gesteld. En niet te vergeten Iran, daar hoop ik ook aandacht te vragen voor de positie van religieuze minderheden.

In Azië zijn het momenteel met name Pakistan en India waar problemen zijn rond de vrijheid van godsdienst. Azië is een belangrijke regio voor Europa. De EU is daar actief in het bevorderen van good governance. Als de overheid in die landen goed functioneert, wordt bijvoorbeeld het verspreiden van radicaalislamitisch gedachtegoed dat oproept tot geweld, aangepakt. Dat is niet alleen in het belang van die landen zelf, maar ook in dat van Europa en de rest van de wereld. We zien nu al dat er vluchtelingen vanuit bijvoorbeeld Pakistan naar Europa komen. Als rust en stabiliteit terugkeren in deze Aziatische landen, voorkomt Europa daarmee ook nieuwe vluchtelingenproblemen.”

Stel, u gaat naar Pakistan. Wat zegt u dan concreet tegen de overheidsfunctionarissen die u ontmoet?

„Je kunt twee dingen doen: toekijken of beslissen dat je verschil wilt maken. Wat Pakistan, maar ook bijvoorbeeld Bangladesh betreft, heeft Europa drukmiddelen in de vorm van ontwikkelingssamenwerking en handel. Door daarop te wijzen wil ik duidelijk maken dat Europa geen tandeloze tijger is. Nog iets: de EU heeft richtlijnen geformuleerd op het gebied van mensenrechten en godsdienstvrijheid. Onze permanente vertegenwoordiging in Pakistan, een soort ambassade, moet het land meer vanuit die richtlijnen gaan beoordelen. Dat is de beste manier om de uitgangspunten van de EU te vertalen naar de realiteit in dat land. Wat dat betreft ben ik hoopvol: de buitenlandse dienst van de EU heeft mij beloofd de toepassing van de eigen richtlijnen te gaan evalueren.

Ik kan niet alles wat ik doe concreet benoemen. Er gebeurt ook het nodige achter de schermen. Gisteren sprak ik enkele Pakistanen, ook over de christin Asia Bibi, die in een dodencel zit. Ik heb hun gezegd: Europa wil altijd helpen, al komt niet alles wat we doen in de openbaarheid, omdat dat niet in het belang is van mensen zoals Asia Bibi. Maar wees gerust, we doen ons best.”