Evangelist in een Iraanse gevangenis spreker Open Doorsdag

beeld Open Doors
2

Mojtaba Hosseini werd in Iran gearresteerd vanwege het leiden van een huiskerk. In de drie jaar die hij gevangen zat, zag hij „hoe God in de gevangenis deuren voor het Evangelie opende.” In 2015 kwam hij weer vrij. Zaterdag vertelt hij zijn verhaal op de jaarlijkse Open Doorsdag.

Hosseini: „Mijn handen zaten in handboeien, een blinddoek ontnam mij het zicht en alle deuren waren gesloten. Het enige wat ik nog had waren mijn lippen om tot God te bidden en op Hem te vertrouwen.”

Mojtaba Hosseini groeit op in een islamitisch gezin. Nadat hij christen is geworden, deelt hij het Evangelie en geeft hij leiding aan een huiskerk. In 2007 pakt de politie hem voor het eerst op. Na 22 dagen in eenzame opsluiting komt hij met een voorwaardelijke straf vrij. Toch gaat hij door met het verspreiden van het Evangelie.

Was u niet bang om weer opgepakt te worden?

„Ik kon niet stoppen. Ik had een diep verlangen om het Evangelie te verkondigen. Ook merkten we dat de huiskerk groeide. Dan krijg je de moed en het geloof om door te gaan. Tegelijkertijd was er ook angst. De angst komt van onszelf, de moed van de Heilige Geest. Als ik angstig was, dan bad ik tot God en bemoedigde Hij mij.”

In 2012 pakte de politie u opnieuw op.

„Op een avond deed de politie tijdens een dienst een inval. Meer dan dertig agenten kwamen al schreeuwend binnen. Ze hadden een camera bij zich en begonnen ons te ondervragen. Mensen waren aan het huilen. De politie voerde mij en de andere leiders van de huiskerk geblinddoekt en vastgebonden naar de gevangenis.”

Hoe hield u het vol in de gevangenis?

„Bij de ingang moesten we naakt door de beveiliging. Ik schaamde mij diep. Dat was een van de moeilijkste momenten. Toen dacht ik aan hoe Jezus naakt aan het kruis hing voor zondaren. En aan Romeinen 8 waar staat dat zelfs geen naaktheid ons kan scheiden van de liefde van Christus.

Als ik ondervraagd werd, nam men mij geblinddoekt en geboeid mee. Op een dag moest ik opnieuw mee voor ondervraging. Ik moest toen denken aan wat Jezus tegen Petrus zei: „Wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt.” Ik werd verbonden met deze tekst. Ze namen mij naar plaatsen waar ik niet heen wilde. De tijd in de gevangenis was een reis met het Woord van God.”

In de gevangenis verkondigde u het Evangelie. Riep dat weerstand op?

„Het riep verschillende reacties op. Er was weinig verzet onder de gevangenen. Waarom? Omdat zij zonder hoop zijn. Ze voelen zich schuldig. Ze zijn in nood. De bewakers bedreigden ons veel. Als wij met andere gevangenen zouden praten, zouden we overgeplaatst worden naar een verschrikkelijk deel van de gevangenis, vol met gewelddadige moordenaars en overvallers. Soms gaven gevangenen ons aan om er zelf beter van te worden.”

En toch kwamen er mensen tot geloof?

„Er kwam een moslim naar ons toe. Hij stond aan het hoofd van een drugsbende en was veroordeeld tot de doodstraf. Tijdens een conflict met de politie schoot hij een agent dood. Hij vroeg of ik over Jezus wilde vertellen. Daarop begon hij te discussiëren over Mohammed en de islam.

Dat was in de eerste week van mijn gevangenschap en ik voelde mij verdrietig. Ik was niet in de gemoedstoestand om over Christus te vertellen. Ook wist ik niet wat zijn reactie zou zijn. Uiteindelijk zei ik tegen hem: „Het gaat niet om mij, maar het gaat om Jezus. Als je problemen hebt, moet je met Hem praten. Bid vannacht tot Hem en zeg: als U, Jezus, het Leven bent, openbaar U dan aan mij.” De volgende dag kwam hij terug en was hij een veranderd mens. Hij zei: „Ik kon gisteren niet slapen vanwege al mijn problemen en toen heb ik gebeden. Het was alsof er een last van mijn schouders viel. Met de celgenoten waar ik ruzie mee had, kon ik geen ruzie meer hebben. De naam van Jezus gonsde door mijn hoofd.”

Toen heb ik hem verteld dat hij in Jezus moest geloven als Zaligmaker van zondaren. Hij vroeg of ik met hem kon bidden. Ik bad, en hij herhaalde mijn gebed. En tijdens het gebed ontving hij van God een nieuwe geboorte. Het was zo’n groot wonder. Daarna moesten we weer uit elkaar.”

Heeft u hem daarna nog gezien?

„Na een jaar hoorde ik dat hij geëxecuteerd was. Ik was verdrietig, maar ook dankbaar dat God mij hier geplaatst heeft op zo’n donker moment in zijn leven. Gods genade schijnt in de duisternis. Het was alsof de Heere wilde zeggen: „Alles wat je door moet maken, is het waard. Het gaat om Mij, Mojtaba.””

U wilde graag een Bijbel in de gevangenis hebben. Lukte dat?

„Gedurende twee jaar vroegen we aan de bewakers of wij een Bijbel mochten hebben. Ze weigerden elke keer opnieuw. Maar God werkte door een wonder.

De moslims hielden dagelijks een samenkomst waarbij een imam het gebed leidde. Hij hoorde dat er christenen in de gevangenis waren en was geïnteresseerd. De imam was vriendelijk en respectvol. Ik heb goede herinneringen aan hem.

Op een dag gaf hij aan onder de indruk te zijn van hoe wij ons geloof beleden. Hij zei: „Ik kan elke dag na het gebed weer naar huis. Ik kan niet begrijpen hoe jij dit volhoudt. Wat kan ik voor je doen?” Ik vroeg direct of hij een Bijbel kon brengen. Hij zei: „Had je maar wat anders gevraagd.” Het is makkelijker om drugs naar binnen te smokkelen dan een Bijbel.

Ik herinner mij nog hoe geweldig het was toen hij later de Bijbel uit zijn kleding haalde. We hebben er veel handgeschreven kopieën van gemaakt en uitgedeeld onder de gevangenen. We realiseerden ons hoe groot God is. Hij is een God Die werkt door onmogelijkheden. Als er deuren gesloten zijn, opent Hij andere deuren.”