„Evangelie gaat confrontatie met machten aan”

Dr. J. van Eck op de lustrumdag van de CSFR in Amsterdam. beeld RD
6

Macht en evangelie liggen dichter bij elkaar dan vaak gedacht wordt, meent dr. J. van Eck. „De confrontatie met de machten wordt in de Handelingen van de apostelen zichtbaar.”

De oud-legerpredikant sprak zaterdag tijdens de twaalfde lustrumdag van de CSFR Amsterdam. Het dispuut Am.St.E.lo.D.A.M.E.N.S.E van de christelijke studentenvereniging bestaat 60 jaar. De bijeenkomst trok een kleine honderd belangstellenden naar de Jeruzalemkerk in Amsterdam.

Dr. Van Eck constateerde dat de kerken veel van hun macht verloren hebben en dat zij zich verontschuldigen voor het feit die macht ooit gehad te hebben. De heersende opinie is dat de samenwerking tussen kerk en overheid de zaak van het evangelie meer kwaad dan goed gedaan heeft.

Dr. Van Eck stelde daar tegenover dat macht en evangelie dichter bij elkaar liggen dan vaak gedacht wordt. Hij begon met een citaat uit Psalm 110, waar niet alleen staat dat Hij aan de rechterhand van de Heere zit maar ook dat Hij Zijn vijanden zet tot een voetbank onder Zijn voeten. Het boek Handelingen kan als een nieuwtestamentische vertolking van die Psalm gezien worden, aldus dr. Van Eck.

De schrijver van een commentaar op Handelingen ontdekte in het boek twee sporen: een missionair spoor en een spoor van de confrontatie met de macht. Doorgaans leest men Handelingen alleen maar als een zendingsboek dat vertelt hoe het evangelie de wereld ingaat, van Jeruzalem tot Rome. „Deze lezing klopt niet. Toen Paulus in Rome aankwam, bleek er al een gemeente te zijn. Hij hoefde het evangelie niet meer in Rome te brengen, want dat was er al.”

Het tweede spoor begint volgens dr. Van Eck met de bekering van Paulus, die niet alleen missionair bezig was, maar ook contact zocht en zo nodig de confrontatie aanging met gezagsdragers. Hij noemde onder meer ontmoetingen met Sergius Paulus, de stadhouder van Cyprus, met Felix en Festus, de stadhouders van Judea, en met koning Agrippa.

Na zijn gevangenneming in Jeruzalem moest Paulus zijn missionaire arbeid opgeven en kreeg hij voornamelijk te maken met gezagsdragers. De laatste hoofdstukken van het boek Handelingen zijn geheel aan de confrontatie met hen gewijd. Paulus was bezig om „vanuit een positie zonder macht de machten te overtuigen van het goede, daarbij steunend op de Machtige, Die boven alle machten staat.”

Paulus’ verwelkoming in Rome was niet zomaar iets, vindt dr. Van Eck. „Hij werd door de broeders binnengehaald als een hoogwaardigheidsbekleder die de stad kwam bezoeken. Zo’n verwelkoming viel in de oude wereld alleen de hoogste gezagsdragers ten deel. Als Lukas vertelt dat Paulus een dergelijk ontvangst kreeg, zit daar een steekje richting de zittende keizers in: er is iemand in de stad aangekomen met wie u rekening moet houden.”

Dr. Van Eck concludeerde: „De missie van Paulus om de koningen met het koningschap van Christus te confronteren, is niet vervallen.” Voor deze tijd kan deze houding in kleine dingen openbaar komen, maar ook „op enig moment een groot getuigenis inhouden voor de overheid, zoals Paulus dat deed tegen stadhouder Festus”.

Hij hoopt dat de studenten, die later op allerlei plaatsen in de maatschappij terecht zullen komen, het spel van de machten hebben geleerd en dat ze in dat spel zelf ook af en toe iets durven te wagen.

Op een vraag naar de rol van de kerk op dit moment antwoordde de oud-legerpredikant dat de kerk moet doorgaan met het blijven lezen van de Tien Geboden, die immers ook een politieke kant hebben. Als concreet punt noemde hij dat de kerk de overheid eraan kan houden dat er voedsel voor iedereen moet zijn.

Een overheid die de afgoderij weert, is volgens dr. Van Eck voor onze tijd niet reëel. Hij noemde Daniël en Mordechai, van wie hij niet gelezen heeft „dat ze tempels gesloten hebben.”

Tijdens de bijeenkomst werd de lustrumbundel ”Schaken of matten; wie is aan zet?” gepresenteerd. Hierin gaan onder anderen dr. P. J. Visser, Cor Verkade en Tjerk de Reus in op de betekenis van macht. Leden en oud-leden leverden een bijdrage door middel van persoonlijke herinneringen.