Ds. Van Beek: Ik werd een beetje een vaderfiguur

Ds. R. van Beek. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Een predikant moet al zijn gemeenteleden kennen, anders kan hij niet dichtbij genoeg komen, meent ds. R. van Beek. De christelijke gereformeerde emeritus predikant uit Veenendaal staat deze dinsdag vijftig jaar in het ambt.

Ds. Van Beek woont sinds enkele jaren samen met zijn vrouw in een seniorenwoning in de directe omgeving van de Adventkerk van de gereformeerde gemeente. Zijn eigen kerk, de Pniëlkerk, staat iets verder weg. Sedert enige jaren preekt hij niet meer. Zijn geest is echter helder.

Ds. Van Beek is een mensenmens die het pastoraat heel belangrijk vindt. „Een predikant moet al zijn gemeenteleden kennen, anders kan hij niet dichtbij komen en echt delen in hun problemen.”

Vissersvloot

Dat was voor hem een gemakkelijker opgave in zijn laatste gemeente, Eemdijk, die niet zo groot is, dan in Veenendaal en onder de vissers in zijn eerste gemeente, IJmuiden. In zijn eerste gemeente ging hij met het kerkhospitaalschip De Hoop een maand naar de Ierse wateren om de Katwijkse vissersvloot, die deels in IJmuiden gestationeerd was, pastorale zorg te bieden.

Overdag bracht een vlot hem naar de vissersschepen om met de bemanning te praten. „Ik kwam in hun alledaagse werkomgeving en kon me zo beter verplaatsen in hun situatie.”

In Veenendaal had hij de zorg over de helft van de gemeente, die bij zijn afscheid ongeveer 1700 zielen telde. „Ik heb aan alle gemeenteleden een kennismakingsbezoek gebracht zodat ik hen kende. Daarnaast bezocht ik de ouderen boven de zeventig jaar twee keer per jaar.”

Gehandicapten

Die pastorale zorg hielp hem bij de prediking. „De gesprekken doordeweeks vormden een deel van de preek van de volgende zondag. Natuurlijk noemde ik geen namen. Soms zocht ik een Bijbeltekst bij de situatie, soms bracht een situatie me bij een Bijbeltekst. Doordat ik dichtbij mensen stond, kwamen gemeenteleden gemakkelijker naar me toe met hun problemen. Ik werd een beetje een vaderfiguur.”

Ds. Van Beek, die een zoon heeft met het syndroom van Down, was de laatste zondag van oktober samen met Otto aanwezig tijdens een dienst voor mensen met een beperking in de Oude Kerk op de Markt. Otto vond het bijzonder. „Hij begon te lachen, ging bij mij op schoot zitten en sloeg zijn armen om me heen. Hij voelde zich er thuis.”

In zijn Veenendaalse tijd bezocht ds. Van Beek alle gehandicapten in zijn gemeente en was hij bestuurslid van Samen Geloven, voorheen Stichting Pastorale Begeleiding Verstandelijk Gehandicapten. In die hoedanigheid leidde hij aangepaste diensten in de Oude Kerk op de Markt en kerst- en paasbijeenkomsten met gehandicapten in kerkgebouw De Hoeksteen.

Een aantal momenten staat hem nog helder voor de geest. Zoals die keer dat hij preekte over de liefde tot Christus. „Toen ik het daarover had, kwam er een meisje naar voren dat zei: „O dominee, ik heb de Heere Jezus toch zo lief.” Dat ontroerde me, ik zie het weer voor me.”

Wijnstok

Het pastoraat is niet alleen van belang voor het komen tot Christus, aldus de emeritus predikant, maar ook voor het blijven bij Hem. Ds. Van Beek noemt de geschiedenis van de gemeente in Antiochië, de stad waar de volgelingen van Jezus voor het eerst christenen genoemd werden.

„Barnabas vermaande de gemeente dat ze bij de Heere zou blijven. Die vermaning gaf de Heere Jezus ook in de gelijkenis van de wijnstok en de ranken. Daarin zegt Hij dat de ranken alleen maar vrucht kunnen dragen als ze in de Wijnstok, dat is in Christus, blijven. Die notie is voor deze tijd van groot belang.”

Levensloop ds. R. van Beek

Rijk van Beek (1939, Ede) studeerde theologie in Apeldoorn en werd op 12 november 1969 bevestigd tot predikant van de christelijke gereformeerde kerk te IJmuiden/Beverwijk. Daarna stond hij in Baarn (1975), Veenendaal-Pniël (1981) en Eemdijk (1998). In 2005 ging hij met emeritaat. Ds. Van Beek was van 1973-1981 voorzitter van de christelijke gereformeerde mannenbond. Het echtpaar Van Beek kreeg zes kinderen, veertien kleinkinderen, van wie een tweeling direct na de geboorte overleed, en drie achterkleinkinderen. Hun jongste zoon is vorig jaar overleden.