Ds. Offringa: Kennis grondtalen voor predikant niet noodzakelijk

V.l.n.r.: Ds. Marco Visser, Mart Jan Luteijn, ds. Barbara de Groot, ds. Jan Offringa en dr. Ad van Nieuwpoort. beeld RD
2

Waarom moet een predikant de Bijbel in de grondtalen kunnen lezen? Bij de voorbereiding van een preek bieden een goede Bijbelvertaling en een goed commentaar toch voldoende hulp? Of is kennis van de grondtaal echt nodig? Hierover gingen predikanten, theologen en theologiestudenten woensdag in Amsterdam in debat.

De debatmiddag was georganiseerd door de stichting De Nieuwe Bijbelschool en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam. Volgens discussieleider ds. Marco Visser uit Heemskerk is de vraag over de verhouding predikant en Bijbel van groot belang. Het onderwerp is een agendapunt op de eerstvolgende synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Ds. Jan Offringa, predikant van de protestantse gemeente Wijk bij Duurstede, stelde dat „kennis van de grondtalen mooi is, maar niet per se noodzakelijk. Met het aandachtig lezen van enkele onderling verschillende Bijbelvertalingen en het raadplegen van een of twee goede commentaren komt een voorganger al ver. Kennis van de grondtalen is niet de eerste en belangrijkste vereiste voor een predikant; veel belangrijker is de geschiktheid om leiding te geven aan een gemeente en de eredienst. In de protestantse traditie wordt de liturgie, het zingen en de muziek, ondergewaardeerd en de waarde van de preek overschat.”

De bijeenkomst vond plaats aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam. beeld RD

Actualiteit

Volgens ds. Offringa kunnen predikanten de veelgehoorde zinsnede „Gemeente, eigenlijk staat er” beter achterwege laten, omdat hun kennis van de grondtalen te beperkt is. De tijd die wordt gestoken in het bestuderen van de grondtalen, kan volgens hem beter worden besteed door kennis te nemen van hedendaagse literaire werken of theologie met een link naar de actualiteit.

Dr. Ad van Nieuwpoort, predikant van de protestantse gemeente in Bloemendaal en voorzitter van De Nieuwe Bijbelschool, is het oneens met dit standpunt. Met een beroep op Maarten Luther verdedigde hij dat onvoldoende kennis van de grondtalen leidt tot verval in de kerk. Luther heeft volgens hem goed gezien dat sommige kerkvaders dwaalden omdat zij de Bijbel niet in de oorspronkelijke taal konden lezen.

Dr. Van Nieuwpoort verwees ook naar de recente preekwedstrijd over ‘lastige’ Bijbelteksten georganiseerd door liberaalchristendom.nl. Zo’n tekst is bijvoorbeeld Psalm 139:19, waar wordt gebeden om de ondergang van de goddelozen. Als dan vanuit het Hebreeuws wordt uitgelegd dat het woord ”rasha” niet gelijk is aan ”ongelovige”, maar meer de betekenis heeft van „een ploert die zwakken en kwetsbaren op gruwelijke wijze onderdrukt”, werpt dat een ander licht op de tekst, aldus dr. Van Nieuwpoort. Hij stelde dat een dienaar van het Woord de Bijbel in de grondtaal moet kunnen lezen.

Dialoog

Ds. Barbara de Groot, predikant van de protestantse Engelmunduskerk te Velzen-Zuid, vindt kennis van de grondtalen onmisbaar en pleit voor meer tijd en aandacht hiervoor in de theologieopleiding. Theologiestudent Mart Jan Luteijn –uitgeroepen tot PThU-student van het jaar– wees op het nut van de kennis van de grondtalen voor de dialoog met moslims en joden. De moslims die aan de VU worden opgeleid tot imam kunnen de Koran in het Arabisch lezen. Dr. Piet van Midden, docent Hebreeuws aan Tilburg University, adviseerde elke predikant minstens een uur per dag hardop uit de Hebreeuwse Bijbel te lezen.