Ds. M. O. ten Brink: Transgender heeft open harten nodig

Open harten, open armen, open gesprekken en open gemeenschappen. Dat hebben transgenders nodig, vindt ds. M. O. ten Brink.

De vrijgemaakt-gereformeerde predikant uit ’t Harde is gastheer van de in 2013 opgerichte zelfhulpgroep Transgender & Geloof van patiëntenorganisatie Transvisie. Hij sprak woensdagavond bij de hbo-opleiding pedagogiek van Driestar hogeschool in Gouda tijdens het eerste ”forum voor pedagogiek” voor studenten, zorgexperts en onderwijskundigen. „Als je ontdekt dat in je werk een uitgesteld oordeel over dit onderwerp ruimte geeft voor een goed gesprek, hebben we ons doel bereikt”, stelde docent A. J. van der Bijl.

Transgender zijn is geen ziekte, het overkomt je; je bent ermee geboren, zei Jacqueline, een van de betrokkenen bij de zelfhulpgroep. Als 65-jarige, gehuwde man ondergaat hij momenteel een reeks geslachtsveranderende operaties.

Op de stelling van een studente dat zo’n ingreep in het van God gekregen lichaam te ver gaat, zei ds. Ten Brink: „We laten heel veel aan ons lichaam corrigeren. Elke operatie verandert iets. Ik vind het moeilijk om over deze operaties te oordelen als mensen me vertellen dat het een zaak van leven en dood is omdat ze zo’n afkeer van hun eigen lichaam hebben. Ik ken transgenders die meerdere zelfmoordpogingen hebben gedaan. De Bijbel is geen ethisch kookboek met kant-en-klaarrecepten. Wie zegt dat Deuteronomium 22:5 over transgenders gaat?”

Riskante operaties

In 2015 lieten 770 Nederlanders hun geslachtsregistratie veranderen, nadat een wetswijziging in 2014 het mogelijk maakte dit te doen zonder dat er geslachtsveranderende operaties zijn geweest. Voordien waren het er zo’n 80 per jaar. Ook door aankondigingen van genderneutrale toiletten en kinderkleding en het besluit van de NS reizigers niet meer als dames en heren aan te spreken, staat het thema in de belangstelling. De schattingen van het aantal transgenders in ons land lopen uiteen van 48.000 tot 68.000.

Het is geen psychische stoornis, geen travestie en het staat los van de geaardheid, zei de predikant. Veel transgenders gaan niet over tot geslachtsveranderende operaties omdat daar veel risico’s aan verbonden zijn, er vaak corrigerende operaties op moeten volgen, de consequenties voor partner en kinderen ingrijpend zijn en omdat de operaties onvruchtbaarheid teweegbrengen.

Genderdysforie is van alle leeftijden, zei ds. Ten Brink. „Er zijn vierjarige jongens die liggen te bidden of ze de volgende morgen als meisje wakker mogen worden. Bij kinderen is het vaak wel vaag en gaat het weer over. Er is nog veel onduidelijk, maar wellicht is er bij transgenders sprake van een afwijking in de hersenen.”

Ontdekkingstocht

Durf te aanvaarden dat de werkelijkheid veel complexer is dan wij denken, adviseerde ds. Ten Brink de studenten. „Durf te geloven dat dit voor God geen probleem is. Voor sommige dingen komt er pas een oplossing als Jezus terugkomt. Durf in je praktijk samen met een transgender op ontdekkingstocht te gaan om te zien welke weg God wijst. Wij willen overal grip op hebben, maar we begrijpen niet alles en zo ontdekken we hoe afhankelijk we van God zijn.”

Als een transgender hulp vraagt, durf het dan eerlijk te zeggen als je het niet weet en verwijs iemand door, adviseerde Jacqueline. Ds. Ten Brink: „Luister vooral. En wees voorbereid op heftige emoties. Als je genderdysforie ontdekt, gaat je leven op z’n kop.”