Ds. Heemskerk: Zending is doorgeven van Gods beloften

In de hersteld hervormde gemeente te Elspeet werd woensdag de jaarlijkse zendingsmiddag gehouden.  beeld Bram van de Biezen

„Het is de opdracht, ook in de zending, om Christus in alles te verhogen.” Dat zei ds. D. Heemskerk woensdag op de jaarlijkse zendingsmiddag van de hersteld hervormde gemeente te Elspeet.

Behalve ds. Heemskerk, predikant van hersteld hervormde gemeente in Ouderkerk aan den IJssel, spraken de emeritus predikanten ds. C. M. Buijs uit Elspeet en ds. W. Roos uit Doornspijk.

Volgens ds. Heemskerk is de Woordbediening een „gedurige onderwijzing en herhaling van het grote werk van God.” In zijn lezing, die gebaseerd was op een gedeelte uit de Dordtse Leerregels, ging hij in op de inhoud, de les en de wijze van de Woordbediening.

De predikant benadrukte dat onderwijzing en herhaling ook van belang zijn op het zendingsveld. „Op deze manier kunnen Gods beloften worden doorgegeven. Zo kan iedereen die onder de Woordbediening leeft, getroost en bemoedigd worden door God.” In de preek zijn de Wet en het Evangelie nauw met elkaar verbonden. „Het is de Wet die juist de diepte van de verslossing toont.”

Zakenvrouw

Predikanten moeten het volle Evangelie verkondigen, aldus ds. Heemskerk. „Zo kunnen zondaars die te kampen hebben met hun verslagenheid en dorheid, gerechtigheid en heiligheid vinden in God.” Op deze manier bevat elke preek „de val van de eerste Adam en de overwinning van de tweede Adam.” Bovendien moet Christus gepreekt worden in elk van Zijn drie ambten: leraar, hogepriester en koning. De predikant benadrukt dat een luisteraar nooit vrijblijvend onder de preek zit. „U gaat nooit hetzelfde de kerk uit als dat u erin kwam.”

Ds. Buijs sprak over de geschiedenis van de bekering van Lydia. Hij noemt het opvallend dat de Geest in dit Bijbelgedeelte nadruk legt op een rijke zakenvrouw. „In de Bijbel gaat het vaak over God Die omziet naar de armen en verstotenen, maar hier lezen we iets anders.”

Over Lydia staat geschreven dat zij God diende. „Wij denken dan dat het gaat om iemand die wedergeboren is, die iets van de persoon van Christus kent”, aldus ds. Buijs. Hij merkt op dat het waarschijnlijker is dat Lydia een proseliet was, iemand die bezig is volwaardig Jodin te worden. „De Heere opende haar hart. Dit betekent dat haar hart nog gesloten was. Het is menselijk om te denken dat wij ons hart moeten openen voor God, waarna Hij in ons kan werken. De opening van het hart begint bij God. Zelfs Paulus, die gevolmachtigd was, kon dat niet uit zichzelf.”

Apostel

Ds. Roos las uit Lukas 24. Daar staat dat de discipelen van blijdschap niet konden geloven dat Jezus bij hen was. Jezus toonde vervolgens aan dat Hij het wel degelijk was. Ds. Roos: „Geloof is geen eigenschap van ons. Alleen God kan dit schenken.”

Volgens ds. Roos is de les uit dit gedeelte dat Gods genade ervoor zorgt dat je begrijpt wat voor het verstand niet te begrijpen is. „Als je die genade hebt gekregen, dan word je apostel. Dat wonder wil je dan doorgeven.”

Volgens ds. Roos is het de opdracht hierover te spreken, in de eerste plaats in de directe omgeving.