„Ds. Doornenbal, de vriend die ik nooit heb gehad”

Dr. B. J. Spruyt. beeld RD, Anton Dommerholt
2

„Een soort van vriend die ik nooit heb gehad”, zo omschrijft dr. Bart-Jan Spruyt ds. J. T. Doornenbal (1909-1975). In 2009 publiceerde Spruyt zijn eerste boek over de hervormde predikant. Donderdag verschijnt het tweede. „Ditmaal heb ik Spruyt van het podium geveegd.”

”Romantiek en stichtelijkheid. Nagelaten geschriften van ds. J. T. Doornenbal” luidt de titel van het lijvige werk. Spruyt noemt het „meer dan een boek. Het is geen product, maar een grote liefde.” Na het verschijnen van ”Als je eenmaal hebt liefgehad”, een biografie over ds. Doornenbal, ging Spruyt –historicus, publicist en docent geschiedenis en maatschappijleer aan het Wartburg College locatie Guido de Brès in Rotterdam– lezingen houden in het land. Tijdens deze avonden kwamen er veel mensen met nieuw materiaal naar Spruyt. „Dit betrof foto’s, maar ook geschreven preken en lezingen.”

Aanleiding genoeg om nog een boek over ds. Doornenbal –de predikant die lange tijd de gemeente te Oene diende– te schrijven. „In het eerste boek stonden ds. Doornenbal en Spruyt samen op het podium. Nu heb ik het podium schoongeveegd en staat alleen ds. Doornenbal er. Het is een beter boek geworden.”

Waarom is ds. Doornenbal ook nu nog relevant, veertig jaar na zijn overlijden?

„Op zijn persoon kun je je blijvend oriënteren. Hij blijft boeien met wat hij zegt over geloven, over de kerk, de cultuur, de literatuur. Ik heb zijn geschriften altijd binnen handbereik.

De meeste mensen kennen ds. Doornenbal vooral vanwege zijn spraakmakende stukjes in de Veluwse Kerkbode. Ze lachen om zijn onhandigheid, om de pijprokende gezellige dorpsdominee. Ik ken zelfs iemand die van de drank raakte door ’s avonds geen borrel meer te nemen om tot rust te komen, maar in plaats daarvan stukjes van Doornenbal te lezen. Zijn zelfspot is uniek, zeker onder dominees. Maar dit draait allemaal om romantiek, verlangen, onvervuldheid.

Die andere kant, de stichtelijkheid, is de kern. Je merkt daarvan iets als je leest hoe hij in Goes voorgaat voor een clubje rondborstige Zeeuwen. Het is hem van alle kanten afgeraden, want hij zou zich ermee verlagen. Achteraf schrijft hij dat hij er juist voor zulke mensen wil zijn. Niet voor de „vrijgemaakte” christenen, maar voor degenen die weten dat zij zondaars zijn, de underdogs, de aardwormen, de Kerk achter de kerk. De hele katholieke breedte en bevindelijke diepte van de kerkgeschiedenis komt hier in mee: van Augustinus tot Wulfert Floor.

Die stichtelijkheid zie je ook in de droefheid naar God die hij ervaarde. De droefheid naar de wereld is een pijn om het feit dat de wereld niet is zoals wij zouden willen dat zij was. Dat is romantiek. Droefheid naar God is verdriet omdat wíj anders zijn dan we zouden moeten zijn. Uit deze droefheid groeit bij ds. Doornenbal het verlangen om steeds meer van Christus te leren kennen.”

Ontroert ds. Doornenbal u?

„Ik denk dat ik hem begrijp. Ik merk dat ik een soort vriendschap met hem ervaar...” Aarzelend: „Dat ik in gedachten weleens met hem praat. Pas was ik op vakantie in de Ardennen. Ik bedacht hoe graag ik een lekkere stoel voor hem zou willen klaarzetten, zodat hij kon genieten van de natuur en van de rust. En over welke boeken we dan zouden praten.

Eigenlijk is ds. Doornenbal een soort vriend die ik nooit heb gehad. Toen ik hem leerde kennen –door alles wat hij nagelaten heeft– ervaarde ik een bevestiging van een vermoeden dat ik had: Hij vertegenwoordigt een rijke traditie die wij kwijt dreigen te raken. Een diepte van geestelijk leven, een open blik, maar ook een stilering van het leven die aan al het drukke en opdringerige voorbijziet.”

Lijkt u op hem?

„Hij was onhandiger dan ik. Ik vergeet mijn bril of mijn papieren niet als ik ergens een lezing moet houden.”

U citeert in de toelichtende teksten in het boek regelmatig de Britse apologeet C. S. Lewis. En dat terwijl ds. Doornenbal Lewis nooit aanhaalt.

„Ik denk dat wat ik van Lewis citeer iets laat zien van de Kerk achter de kerk. Hier druk ik mijn eigen stempel op Doornenbal.” Lachend: „Vanuit ds. Doornenbal en vanuit Spruyt kun je Lewis en ds. Doornenbal met elkaar in verband brengen.”

Er wordt weleens gezegd dat ds. Doornenbal homoseksueel was.

„Als hij dat was, draait het daar bij ds. Doornenbal niet om. Ik heb er niets over kunnen vinden en zou er uit vriendschap met hem niets over willen zeggen als ik het wel wist. Hij zegt er zelf niets over en dat respecteer ik.

Er is sprake van onvervulde liefde in zijn leven, maar dat zou net zo goed een vrouw geweest kunnen zijn. Zelf werd hij er weleens moe van dat er steeds op zijn vrijgezelle staat gezinspeeld werd. Zelfs op de boot tijdens zijn reis naar Amerika begonnen mensen erover, iets waardoor hij zeer geïrriteerd raakte.”

Is er nog iemand die u zo lang zou kunnen boeien dat u er twee boeken over kunt schrijven?

„Ik ben geen doornenballomaan, ik verdiep me ook in andere personen. In die zin is het zeker mogelijk. Het gaat mij ook niet alleen om ds. Doornenbal, maar vooral ook om de perspectieven die hij opent op de kerk, de cultuur en alles wat ik eerder noemde. Hij is een figuur die in onze hervormd-gereformeerde traditie herinnerd moet worden om de goede dingen die hij naliet, om zijn bevindelijke diepte en katholieke breedte waar wij niet los van mogen raken.

Mijn taak als historicus is het om mensen zoals ds. Doornenbal, die zeggen wat wij missen, in het heden present te stellen. Ik kan er niet goed tegen als er zulke belangrijke zaken vergeten worden.”

Romantiek en stichtelijkheid. Nagelaten geschriften van ds. J. T. Doornenbal; dr. Bart Jan Spruyt (red.); uitg. De Banier, Apeldoorn, 2016; ISBN 978 94 6278 2518; 544 blz.; € 24,95.

----

„Wij zijn al begraven, onder die lange preek”

„Over geen onderwerp heeft hij in zijn kerkbodestukjes zo vaak geschreven als over zijn mislukte preken. (...) Na de begrafenis van Churchill vroeg Doornenbal zijn catechisanten of zij dachten dat een van hen later ook een staatsbegrafenis zou krijgen. Waarop zij antwoordden: „Wij zijn al begraven, onder die lange preek van gisteren...!” En hij verloor alle moed bij de aanblik die zijn gemeente dan soms te zien gaf: „De hoofden knakten compleet voorover van vermoeidheid, de ogen verglaasden in eindeloze verveling, de mond half open, de pepermunt nog zichtbaar tussen de tanden, een schouwspel dat de engelen met opperste verbazing moet slaan en de dominee die daartegen praten moet, met volslagen verlamming.”

Uit: ”Romantiek en stichtelijkheid”

---

Lees ook in Digibron

Gevoelsmens (De Waarheidsvriend, 20-11-2015)

Veluwse romanticus (De Waarheidsvriend, 18-09-2015)

Ds. Doornenbal citeerde Duitse auteur over heimwee (Reformatorisch Dagblad, 03-03-2014)

Een romanticus en conservatief : Het levensgevoel van de hervormde dominee J.T. Doornenbal (Protestants Nederland, 01-08-2010)

“Ds. Doornenbal had les voor Den Haag” (Reformatorisch Dagblad, 06-11-2009)

Gebrek aan stijl is allerergste : Ds. Doornenbal inspireert Bart Jan Spruyt tot essay (De Waarheidsvriend, 05-11-2009)

De wetten van het Koninkrijk : Boek over ds. Doornenbal wil herinnering aan hervormde traditie levend houden (Reformatorisch Dagblad, 04-11-2009)

Ds. J. T. Doornenbal begraven (De Waarheidsvriend, 24-04-1975)