Ds. Dijkstra: Krimp kerk niet schuld predikant

De Ontmoetingskerk in Beetsterzwaag waar vrijdag het afscheidssymposium voor ds. Klaas Dijkstra plaatsvindt. beeld Wikimedia

We moeten ervoor waken om predikanten en andere pastores de schuld te geven van de krimp van de kerk. Dat zegt ds. Klaas Dijkstra, scheidend adviseur namens de Protestantse Kerk.

Ds. Dijkstra neemt vrijdag na bijna twintig jaar afscheid als regionaal adviseur, met een symposium in Beetsterzwaag. Hij werkte in Friesland en later kwamen daar ook Overijssel-Flevoland en Groningen-Drenthe bij.

Predikanten ervaren een toenemende druk op hun persoon, stelt ds. Dijkstra. „Waar voorheen de predikant een toegevoegde waarde vertegenwoordigde voor de gemeente, dreigt het bestaan van de gemeente steeds meer te worden verbonden aan de persoon van de predikant.” Met andere woorden: een gemeente zónder voorganger is niet levensvatbaar. Zo’n gemeente is voor de buitenwacht „een teken van neergang.”

Volgens de predikant dreigt er dan verkeerde beeldvorming te ontstaan, waarbij er op grond van het verleden verlangend gekeken wordt naar de tijd „toen de kerk nog wel vol zat.”

De krimp van de kerk is predikanten niet persoonlijk aan te rekenen, zegt hij. „De plaats van de kerk in de samenleving is steeds meer onder druk komen te staan. Net als de betrokkenheid van mensen op plaatselijk niveau.”

De samenleving ontzuilde en begon zich meer te organiseren in nieuwe verbanden, resulterend in „een nieuwe netwerksamenleving. De vertrouwde verbanden waarin de kerk vooral op het platteland een belangrijke plaats innam, zijn afgebrokkeld.”

Solidariteit

Ds. Dijkstra meent dat er een discussie in Friesland moet komen over de solidariteit tussen rijke en arme gemeenten, en ook tussen kleine en grote. „In de provincie verkeert een aantal, soms kleine, gemeenten in de gezegende omstandigheden dat ze kan beschikken over een behoorlijk vermogen en het rendement ervan, terwijl andere gemeenten de grootste moeite hebben om het hoofd boven water te houden.”

Dat leidt soms tot situaties die wat hem betreft ongewenst zijn. „Waarin de ene fulltime predikant nauwelijks honderd leden in de kaartenbak heeft in een gemeente zonder financiële zorgen en de andere fulltime predikant achthonderd tot duizend leden heeft in een gemeente die moeite heeft de financiële eindjes aan elkaar te knopen.”

Dijkstra denkt dat het accent van kerk-zijn gaandeweg verschuift van plaatselijk naar meer regionaal. Bovenplaatselijk samenwerken wordt daarom volgens hem onvermijdelijk. „Dus dat meerdere gemeenten sámen optrekken. Dat zorgt ervoor dat op zoveel mogelijk plaatsen mensen kunnen samenkomen in de Naam van Christus en de lofzang gaande houden.”