Ds. De Jong: Kleine kerk is model van de toekomst

De Theologische Universiteit Kampen verleende vrijdag een eredoctoraat aan ds. H. de Jong. beeld Lyanne de Haan-Wilts
2

Klagen over een steeds kleiner wordende kerk? Het is tijd om te zoeken naar minderheidsstrategieën, vindt ds. H. de Jong. „Restvorming is een belangrijk gegeven in de kerkgeschiedenis. Telkens zie je hoe God met een overblijfsel werkt. Wij moeten daarop inspelen.”

De Nederlands gereformeerde emeritus predikant hield vrijdag een diesrede aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK). In zijn rede ”De drie zwaarden. Gods heilsinstrumenten in een tijd van geloofsafval” –naar aanleiding van 1 Koningen 19:15-18– reflecteerde hij op de zevenduizend Israëlieten die hun knie niet hadden gebogen voor Baäl.

God zou een rest doen overblijven door middel van drie zwaarden: ten eerste door het zwaard van Hazaël, de gevreesde koning van Syrië-Damascus, ten tweede door het zwaard van Jehu, „die met zijn geweld een schijnbare wending ten goede aan Israëls geschiedenis gegeven heeft.” En in de derde plaats door het zwaard van de profeet Elisa, die de opvolger van Elia zou worden.

Ds. De Jong paste de drie zwaarden toe op deze tijd. Het zwaard van Hazaël staat voor de ongelovige wereld, de geloofsvijandige wereld die onder het volk van God veel slachtoffers heeft gemaakt en maakt. Het zwaard van Jehu ziet op de verdeelde kerk „die met haar tegenstrijdige opvattingen –modernistisch en ouderwets, links en rechts, vrijzinnig en rechtzinnig– evenzeer grote schade toebrengt aan het volk van God.”

En tenslotte het zwaard van Elia en Elisa. Ds. De Jong: „Dat staat dan zeker voor de wáre kerk? Laten we voorzichtiger zijn en zeggen dat zij staat voor het profetische Woord, waarnaar de gemeente heeft te luisteren wil zij het overblijfsel van Gods volk worden.”

Christenen leven in een tijd van „agressief ongeloof” en ds. De Jong ziet dat niet zo gauw anders worden. „En wat denkt u van de grootste herkenbaarheid: het teruglopen van de kerk, die een overblijfsel wordt? Het is waar dat God naar dit overblijfsel anders kijkt dan wij. Positiever, als een groeimodel voor de toekomst, hier of aan de overkant van de tijd. Maar wat wíj ervan zien, is het al kleiner worden van de gemeente.”

Dat dwingt christenen er toe om naar „minderheidsstrategieën” om te zien. Ds. De Jong denkt hierbij aan wat de Nederlands gereformeerde predikant ds. G. Vrooland in Sliedrecht doet. „Hij belegt op zondagmorgen informele diensten in een café en voert eigenlijk meer gesprekken met buitenkerkelijken dan dat hij preekt vanaf een kansel.”

Eredoctoraten

Ter gelegenheid van haar dies natalis verleende de TUK eredoctoraten aan ds. De Jong en prof. dr. Richard Mouw, oud-president van Fuller Theological Seminary in de Verenigde Staten.

Ds. De Jong studeerde in Kampen en publiceerde bijna twintig boeken. „Op tal van terreinen ontwikkelde hij nieuwe visies vanuit een grondige oriëntatie op de brontalen en bronnen zelf, in een zorgvuldige en creatieve exegese die niet om de vragen heenloopt”, zo memoreerde rector prof. dr. Roel Kuiper. In Kampen is sinds 2018 de Henk de Jong-leerstoel gevestigd, die met de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding meeverhuisde van Apeldoorn naar Kampen.

Prof. Mouw geldt als „verbreider van het neocalvinistisch denken dat zijn wortels heeft in de theologie van Kuyper en Bavinck”, aldus prof. Kuiper. Prof. Mouw was vanaf 1985 hoogleraar christelijke filosofie en ethiek aan Fuller Theological Seminary en vanaf 1993 president. In Kampen werd vrijdagmorgen een symposium aan zijn werk gewijd.

De TUK telt in totaal 153 studenten. „Ooit, in de jaren vijftig, waren dat er bijna 170”, aldus prof. Kuiper. De universiteit gaat de goede kant op, zei de rector in zijn terugblik op het afgelopen jaar. Er studeerden dit jaar 26 studenten aan de verschillende opleidingen af.

De universiteit denkt na over toekomstbestendige huisvesting. Prof. Kuiper: „Daarbij liggen alle opties, die al sinds 1854 zijn overwogen, open. Ze zijn allemaal terug te voeren op het dilemma: blijven of weggaan. Die vraag is altijd met ons meegegaan.”