Ds. C. J. Meeuse: Iedere zondag moet het lijden centraal staan

Ds. C. J. Meeuse. beeld Cees van der Wal

„Het is een goed verlangen om het lijden van de Heere Jezus meer te gedenken. Het zou nog beter zijn als we Zijn gedachtenis voor onze ziel onmisbaar nodig hadden.” Dat stelt ds. C. J. Meeuse in reactie op het pleidooi van ds. D. Heemskerk om op Goede Vrijdag twee kerkdiensten te houden.

Ds. Meeuse, emeritus predikant van de Gereformeerde Gemeenten, ziet graag een diepere bezinning op de invulling van Goede Vrijdag. „Maar ik zie dat liever niet in de hoogliturgische vorm van meer kerkdiensten op deze dag. Liever sta ik in de Schots-puriteinse traditie, waarin in de avondmaalstijden meer aandacht wordt gegeven aan het lijden van Christus. We zouden bijvoorbeeld meer diensten kunnen houden in de week van voorbereiding voor het avondmaal, waarin het borgwerk van Christus centraal staat. In een gesprek met een rabbijn, die me eens verweet dat we het lijden verheerlijkten, heb ik gezegd dat Goede Vrijdag van oudsher geen feestdag is, maar dat we het Paasfeest wekelijks op de eerste dag van de week vieren als de ware overwinning van de Messias over de zonden, de duivel en de dood, maar ook dat de weg van de Messias ging door lijden tot heerlijkheid. Daarom spreken we ook van een Góéde Vrijdag. Een hervormde ambtsbroeder zei me eens dat hij niet zo hoogkerkelijk was dat hij iedere lijdenszondag een lijdensstof preekte. Waarop ik heb gezegd dat het hele jaar door elke zondag het lijden van Christus aan de orde moet komen, zoals ook elke zondag een nieuwtestamentische opstandingsdag is.”

Over het vieren van de kerkelijke feestdagen zijn er binnen de kerk van de Reformatie verschillende opvattingen ontstaan, stelt ds. Meeuse vast. „Calvijn wilde wel over de heilsfeiten preken, maar liever niet in de vorm van ingestelde feestdagen zoals Rome die praktiseerde. Hij preekte er gewoon over op de zondagen. Omdat de overheid de feestdagen als vakantiedagen voor het volk wilde handhaven, zwichtte de kerk en liet ze dit toe. Om verkeerd gebruik te voorkomen wilde men „onnutte en ijdele lediggang in een heilige en profijtelijke oefening veranderen.” Daarom werd goedgevonden dat predikanten ook op tweede feestdagen gingen preken. De Schotse kerk is niet gezwicht, maar heeft zich blijvend beperkt tot bijzondere avondmaaltijden in de kerk. Ook Jacobus Koelman stond op dit standpunt. Maar ook toen de kerk de feestdagen ging onderhouden, werd de Goede Vrijdag nog steeds niet gevierd. Het bleef een werkdag. Pas in de negentiende eeuw is men in de Nederlandse Hervormde Kerk begonnen deze dag te vieren. Meestal werd dit beperkt tot een sobere dienst in de avond, hoewel er ook gemeenten waren die op die dag het heilig avondmaal gingen bedienen.”