Ds. A. Meuleman (HHK): Eredienst in Suriname was altijd een oase

Kerk en corona
Ds. A. Meuleman. beeld RD, Henk Visscher
2

Vanwege de coronacrisis vertrok ds. A. Meuleman met zijn gezin eerder uit Suriname dan gedacht. De predikant mist de kerkdiensten in Powakka. „De dienst is een oase, ook al was ik zelf de voorganger.”

Ds. Meuleman is net drie weken terug uit Suriname als het interview plaatsvindt, in een zaaltje van de Bethelkerk in Lunteren. De hersteld hervormde predikant werd vijfenhalf jaar geleden uitgezonden naar Klein Powakka en Groot Powakka, twee dorpjes met zo’n zevenhonderd mensen, op een uur rijden van Paramaribo. „Het voelt nog steeds wat onwerkelijk om weer in Nederland te zijn. Van het ene op het andere moment kwamen we terug. In Suriname lag het leven zo’n beetje stil door de coronacrisis. In Nederland is het onnatuurlijk rustig.”

De vijf zoons van de predikant hadden wat meer reuring verwacht: „Jullie zeiden altijd dat het in Nederland zo druk is en dat we moeten oppassen in het verkeer, maar dat is helemaal niet waar.”

De terugkeer naar Nederland was overigens gepland. De kinderen, die tot nu toe onderwijs op afstand kregen, zijn toe aan het voortgezet onderwijs. De mogelijkheden in Suriname daarvoor zijn erg beperkt.

Het predikantsgezin zou 1 mei vertrekken van het zendingsveld. Toen kwam het advies van Zending Hersteld Hervormde Kerk (ZHHK): Kom naar Nederland, nu jullie nog weg kunnen. „Zij wisten net zo goed niet hoe het in Suriname zou gaan. Er zat een lockdown aan te komen. In de winkels waren al lege schappen. Brood was moeilijk te krijgen. Daarbij: als corona uitbreekt, zou dat een ramp zijn voor het land.”

Ds. Meuleman geeft Bijbelstudie. beeld RD

Hoe laat u de gemeente van Powakka achter?

„We hadden al afscheid genomen van de gemeenteleden. Met Kerst vierden we in de gemeente heilig avondmaal. We zouden dat in het voorjaar nogmaals doen, maar daar is het helaas niet meer van gekomen.

Uiteindelijk heb ik mijn afscheidspreek niet meer kunnen houden. Ik hoop dat ik daar nog een keer de gelegenheid voor krijg, want dan is het echt een afgesloten periode.”

Hoe anders is het om predikant in Suriname te zijn?

„Nederland en Suriname zijn twee verschillende werelden. In Suriname ga je naar de kerk, net zoals in Nederland. Maar waarom ga je naar de kerk? In Nederland kun je naar de kerk gaan omdat je dat fijn vindt, of vanwege sociale druk. In Suriname wil je naar de kerk omdat je denkt dat je er beter van wordt. Dat kan een geestelijke dimensie hebben: God ziet dat ik naar de kerk ben gegaan, nu heb ik een streepje bij Hem voor. Maar daar gaat het niet om. De vraag is of je God kent. Naar de kerk gaan wil niet automatisch zeggen dat je een kind van de Heere bent. Kind van God zijn betekent dat je wandelt met Hem.

De inheemsen, zoals ik ze het liefst noem, gingen ook naar de kerk omdat ze mij er een genoegen mee deden. Tegelijkertijd is het voor de mensen een duidelijke keuze om naar de kerk te gaan. Daarmee gaan ze in tegen wat er in het dorp en van de familie wordt verwacht. Dat is niet-westers denken en heeft te maken met hoe de maatschappij in elkaar steekt. Het draait om relatie. En dat levert je veel voordeel op. Voor mij is dat iets waarover ik moet nadenken. Surinamers hoeven dat niet, het is hun manier van leven.

In het maatschappelijke leven werkt dat net zo. Regelmatig had ik met de burgerlijke stand te maken. Wachten duurde altijd lang en alles liep nogal stroperig. Op een gegeven moment nam ik een zak vruchten mee. Ik had ze gekregen, maar wij vonden ze niet lekker. Sinds ik die vruchten gaf, loopt het gesmeerd als ik bij de burgerlijke stand kom. Met die zak vruchten druk ik uit dat ik hen waardeer voor wie ze zijn.”

Nederlanders zullen dat wellicht zien als een vorm van omkopen?

„In Nederland denken we vaak dat iets goed of fout is. Soms ligt het niet zo heel duidelijk. In de Bijbel is dat ook het geval. Rachab verbergt twee verspieders op het dak van haar huis en zet de soldaten op een dwaalspoor. Liegt zij hier? Is het goed of fout? Wellicht is dat niet de goede vraag. Waarom handelt zij zo? Omdat ze het leven liefheeft. Liegen staat misschien wel ten dienste van de naaste die anders moet sterven. Jozua spreekt hierover ook geen oordeel uit. In de Surinaamse cultuur is dit heel herkenbaar.”

Die manier van denken heeft gevolgen voor de kerk?

Meuleman gaat verzitten. Hij knikt instemmend. „Absoluut. Er kwam in een van de inheemse dorpen een meldpunt ”seksueel misbruik” voor inheemsen. Een ouderling in mijn gemeente was er heel boos over. „Seksueel misbruik speelt bij de marrons, de zwarte bevolking van Suriname, niet bij ons”, zei hij. Toch is seksueel misbruik juist ook een probleem bij de inheemsen. De seksuele moraal is minimaal. Waar moet je beginnen met seksuele opvoeding? In mijn preken besteedde ik daar aandacht aan. Een relatie met God hebben legde ik uit aan de hand van het beeld van de relatie van man en vrouw. Liefde is houden van je vrouw. Veel inheemsen houden van hun vrouw, maar op een heel andere manier dan wij. Als je vrouw niet goed kan koken of het erf niet netjes maakt, is dat een reden om te scheiden. Als ze lekker kan koken houd ik van haar, zo redeneert men. Is dat dan liefde?”

Maken zulke dingen het werken in Suriname moeilijk?

„Moeilijk en ook mooi. In die vijfenhalf jaar is de gemeente gegroeid. We weten dat gemeenteleden zijn opgewassen in de kennis van de Heere Jezus. Soms ook bij mensen van wie we het niet hebben gezien, maar waarvan ik het geloof dat er vruchten zijn. Inheemsen zijn niet zulke praters. Zeker niet over gevoelens. Het zijn denkers en piekeraars. Ze kunnen een dag in hun hangmat liggen en denken. Zo was er een ouderling in de gemeente die veel uit de Bijbel las. Uren lag hij met de Bijbel in de hangmat om maar meer te leren over God. Daarna kwam hij met vragen bij me en konden we van hart tot hart spreken.”

Hoe ziet de toekomst voor de gemeente van Powakka eruit?

„We hebben de gemeente met een gerust hart kunnen achterlaten in handen van een Surinaamse broeder. Hij neemt het werk op zich. Dit gaat hij doen totdat er een beslissing is genomen over het werk van de ZHHK in Suriname. Gelukkig is de gemeente niet zonder leiding. We hopen en bidden dat de gemeenteleden, ondanks dat wij er niet meer zijn, toch kerkelijk meelevend zullen blijven. Voor de mensen betekent het dat ze moeten wennen aan iemand anders. Dat gaat niet vanzelf. De nieuwe voorganger heeft als voordeel dat hij Surinamer is en de zeden en gebruiken van de mensen kent en hun taal spreekt.”

Wordt u nu predikant in Nederland?

„Ik ben geroepen als zendingspredikant. Die roeping had ik al toen ik vrij jong was. Maar ben ik dan ook geroepen om hier predikant te worden? Wat is de weg van de Heere nu?

Alles ligt open. Dat is eng, onzeker en mooi. De Heere heeft ons duidelijk geholpen, de weg gebaand en geleid. In Suriname is alles goed gegaan. We zijn nooit in het ziekenhuis geweest, ondanks vijf ravottende jongens. Nu voel ik wel een zekere spanning. Tegelijkertijd is er vertrouwen. God heeft ons steeds geleid, dat zal Hij blijven doen.

Ik ga de komende tijd wel preken in de gemeenten. Want het meest mis ik de zondagse samenkomsten. De eredienst heb ik altijd ervaren als een oase in de week, ook al was ik zelf de voorganger.”