Dr. Wallet: HDC hoort bij DNA Vrije Universiteit

Bart Wallet tussen de archiefkasten van het HDC. beeld Ronald Bakker

De Vrije Universiteit (VU) Amsterdam heeft dr. Bart Wallet per 1 mei benoemd tot parttimedirecteur van het Historisch Documentatiecentrum (HDC) voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden). Hij volgt prof. dr. George Harinck op.

Wallet is als historicus verbonden aan de VU en aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn aanstelling geldt als een doorstart van het HDC, een VU-instituut dat een brede collectie archieven beheert en gebruikt voor onderzoek naar de geschiedenis van het protestantisme.

Wallet is als directeur HDC Research aangesteld voor 0,4 fte. Communicatiemedewerker Wim Berkelaar werkt voor 0,6 fte bij het documentatiecentrum en archivaris Hans Seijlhouwer beheert in de universiteitsbibliotheek voltijds de collecties van HDC Archives.

Oud-directeur Harinck is sinds 1 januari 2018 directeur van het nieuwe Instituut voor de studie van het Neocalvinisme, gevestigd aan de Theologische Universiteit Kampen.

„HDC hoort bij DNA Vrije Universiteit”

De strubbelingen rond het Historisch Documentatiecentrum waren voor niemand leuk, erkent de nieuwe directeur dr. Bart Wallet. „Maar dat betekent niet dat de Vrije Universiteit de stekker eruit trekt.”

Formeel begint Wallet pas per 1 mei. Toch is hij al druk bezig met het voeren van verkennende gesprekken met alle betrokkenen. Want met het vertrek van George Harinck in januari viel er een gat. „Dat hij weg is, vinden we erg jammer”, zegt Wallet. „We realiseren ons allemaal: hij wás het HDC. We moeten onszelf opnieuw uitvinden. Hoe gaan we het HDC positioneren? Wat gaan we doen? En wat niet meer?” Het is de bedoeling dat er deze zomer een plan ligt. Op dit moment legt de historicus, die al als onderzoeker bij het HDC werkzaam was, de nadruk op het behouden van de achterban en het verankeren van het documentatiecentrum in de brede structuren van de VU.

Het losknippen van de archieven was geen goed idee, zeggen critici.

„Wat gebeurd is, is gebeurd. Het HDC was tot een paar jaar geleden een eenheid van collecties en onderzoek. Rector Van der Duijn Schouten bracht de archieven in 2015 onder bij de Universiteitsbibliotheek en het onderzoek bij de faculteit der geesteswetenschappen. Dat we die twee functies eerder verenigden, gaf ons een uitzonderlijke positie. Enerzijds bezaten we een sterk eigen merk, anderzijds zweefden we tussen allerlei structuren door. De knip gaan we niet terugdraaien. De mensen van de Universiteitsbibliotheek kunnen uitstekend voor onze collecties, de HDC Archives, zorgen. Natuurlijk zal HDC research, waarvan ik directeur word, goed met de bibliotheek gaan samenwerken om collecties te blijven ontsluiten. Nieuwe archieven blijven welkom, wat mij betreft zeker ook uit stromingen van het protestantisme die nu nog niet zo goed gecoverd worden. Laat ze vooral naar het HDC komen. We hebben Graafland en Van der Graaf al, het archief van Moerkerken mag er ook bij.”

U wilt bevindelijk gereformeerden aantrekken?

„Zeker ook. Het HDC heeft zich altijd geprofileerd op het terrein van het neocalvinisme. De aandacht daarvoor blijft, maar ingebed in een brede benadering van de geschiedenis van het protestantisme en religie in het algemeen. Ik wil meer aandacht vragen voor de hervormde geschiedenis. Eigenlijk is er iets raars aan de hand. Er is veel onderzoek gedaan naar rooms-katholieken en gereformeerden, maar weinig naar de Hervormde Kerk en de plek van hervormden in het publieke debat.”

Harinck legt zich in Kampen toe op het neocalvinisme. Wordt zijn instituut een concurrent van het HDC?

„Zo zien wij dat niet. Ik hoop dat het instituut in Kampen een groot succes wordt. Waar het kan, werken we samen. Ik zie het als een versterking van het vakgebied. We kennen George als een energiek organisator. Een neocalvinistisch centrum in Kampen geeft ons de ruimte om andere thema’s naar voren te halen.”

Is er niet veel te weinig mankracht bij het HDC?

„We zijn klein, dus dat maakt dat we bescheiden moeten zijn. Tot dusver waren we een soort congresbureau, met twee of drie activiteiten per maand. Op die manier gaan we het niet meer doen. Er zullen zeker nog mooie congressen komen, maar niet meer zo frequent in aantal. We moeten scherpe keuzes maken en samenwerken met anderen. We kunnen nog wel vrijwilligers gebruiken die een paar dagen in de week naar de VU komen om archieven te inventariseren.”

De VU is volgens sommigen slordig omgesprongen met dit beeldbepalende instituut.

„De toekomst van het HDC is op het hoogste niveau besproken en de rector heeft het dossier in beheer. Het is absoluut duidelijk dat de VU dit onderwerp belangrijk vindt en dat ze ook luistert naar de kritiek. Als je deze vraag aan de bestuursleden stelt, zullen ze zeggen dat hun commitment aan het HDC blijvend is en dat er wat hen betreft niets verandert.”