Dr. P. de Vries: Uitingen Geest toetsen aan het Woord

Apostolicum
Dr. P. de Vries. beeld Sjaak Verboom

De Heilige Geest doet niets liever dan Christus verheerlijken. „Hoe veelzijdig de Geest ook is, Hij werkt altijd door het Woord. Daaraan moeten we elke uiting toetsen”, stelt dr. P. de Vries.

De predikant is docent aan het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan die betrekking hebben op het werk van de Geest en het leven van het geloof, onder anderen bij John Owen en de puriteinen.

Dr. De Vries: „In de geloofsbelijdenis van Athanasius wordt van de Geest gezegd dat Hij Heere is en levend maakt. In deze belijdenis wordt Hij dus als Persoon gezien. Ik wil bij het kruis beginnen: hoe ervaar je dat het bloed van de Zoon van God verzoenende kracht heeft? Je wordt ervan overtuigd dat Hij alleen Gods toorn kon wegdragen. Hoe kom je ertoe dat je tot Hem vlucht? Dat is geen mogelijkheid uit jezelf. Dat gebeurt door de werking van de Geest. Je wordt alleen christen door het ingrijpen van God. Daar zijn alle drie de goddelijke Personen bij betrokken: de Vader door Zijn verkiezende liefde, de Zoon door Zijn verlossende liefde en de Geest door Zijn vernieuwende en vertroostende liefde.”

De Heilige Geest is dus vooral de Geest van de toepassing?

„Ja, de Heilige Geest zorgt ervoor dat God in ons komt en woont. Als je wilt uitstallen wat er in Christus te vinden is, dan kom je terecht bij het werk van de Geest. De Geest verenigt ons met Christus en doet ons in gemeenschap met Hem leven. De Geest opent zo de toegang tot de Vader, waardoor wij tot Zijn kinderen aangenomen kunnen worden.”

Hoe ziet u de verhouding tussen Woord en Geest?

„Gods Geest bindt ons aan Zijn Woord, waarvan de openbaring afgesloten is. Ik heb een hekel aan het woord streeptheologie, alsof er na de vorming van de canon geen gaven meer zouden zijn. Wel kan ik er inhoudelijk mee instemmen, in die zin dat een aantal gaven uit de apostolische tijd er niet meer is, zoals profetie en tongentaal. Ik geloof wel dat er sprake kan zijn van profetie als een geheiligd inzicht van gewone christenen, maar niet als een publieke functie of als een speciale bediening zoals de pinksterkerken die leren. Wel kan een prediking een profetische geladenheid hebben. Het geloof is het beleefde geloof, maar omgekeerd is niet alle beleving terug te voeren op het werk van de Geest. Waar het Woord losgemaakt wordt van de Geest, komt er dode rechtzinnigheid in allerlei vormen, zoals: God moet het door Zijn Geest doen, en: natúúrlijk is Christus voor mij gestorven.”

Blijft het toch niet iets subjectiefs houden, het beroep op de Geest en je eigen ervaring?

„Ongetwijfeld, daarom is het toetsen aan het Woord zo belangrijk. Het kenmerk van de Geest is dat Hij Christus verheerlijkt en vruchten uit Hem toont. Je moet soms rekening houden met beperkt inzicht van christenen in de Schrift. Je ziet soms dat eenvoudige christenen te kort door de bocht dingen beweren die volgens hen in de Bijbel staan of die de gelovigen zo moeten beleven. Dan kun je niet zeggen dat ze Woord en Geest losmaken, wel dat ze altijd zich in een kleine kring hebben bewogen.”

Wat vindt u van de beweging in sommige reformatorische kerken die aandacht vraagt voor „meer van de Geest”?

„Als je je uitgangspunt neemt in de gereformeerde theologie, is er mijns inziens geen noodzaak voor deze beweging. Ook los van de vraag hoe je staat ten opzichte van de gaven van de Geest, deze zeggen nog niets over de vraag of je een christen bent. Je kunt ook veel uitwendige uitreddingen hebben, maar die zijn uiteindelijk ook geen bewijs van geestelijk leven. De gaven van de Geest zijn er tot opbouw van de gemeente, maar het bezit ervan is geen garantie van de zaligheid. De gedachte van de conferenties van Keswick en het daar bepleite ‘hogere’ geestelijke leven of een zogenaamde tweede zegen leidt ertoe dat je twee soorten van ware christenen krijgt en dat de christen de klacht over het zondige ik achter zich kan laten. Ik vind dat bedenkelijk. Het leidt óf tot hoogmoed, óf tot wanhoop. Ik ben bang dat het Evangelie dan weer een nieuwe wet wordt. Het doet ons ook niet naar de wederkomst verlangen als de verlossing van het eigen ik.”

U bent nog steeds een criticus van het zogenaamde overwinningsleven?

„Ja, ik zie er geen Bijbelse grond voor. Paulus zegt: opdat ik Hem kenne. Paulus ziet geen moment waarop de wens niet meer leeft. Ik geloof wel dat, als je dicht bij de Heere leeft, je voor veel zonden wordt bewaard. Dat neemt niet weg dat je naar volmaaktheid moet streven. Hier doet zich een paradox voor: hoe meer je wandelt in het licht van Christus, hoe meer je de overgebleven vlekken in je leven ziet. Bovendien: je kunt veel goeds bedoelen, maar daarin kan ook veel eigen eer schuilen. Waar ik wel graag oog voor heb, is dat waarachtig geestelijk leven gepaard kan gaan met jeugdige overmoed. Dat is ook verklaarbaar: iemand die net tot bekering is gekomen, kan niet hetzelfde inzicht hebben als iemand die 75 is en geoefend is in de genade.”

De Bijbel roept ons ertoe op vervuld te zijn met de Geest.

„Dat klopt, de Bijbel zegt: láát je door Gods Geest vervullen. Er is ook een voortgang in het geestelijk leven. De prediking blijft niet beperkt tot het allereerste begin waarop een mens tot geloof komt. Je begeert ook hoe langer hoe meer met Christus te leven. Er is alle ruimte voor een crisiservaring, maar de opwas moet er elk moment zijn. Je kunt de gereformeerde gezindte wel verwijten dat zij te weinig de geloofsblijdschap laat zien, want die is toch uiteindelijk het belangrijkste kenmerk van het leven met God. Het kennen en dienden van God geeft vreugde. Zo wordt dat ook heel duidelijk in de Heidelbergse Catechismus verwoord,”

Kun je onder je geestelijke staat leven, te weinig in de kracht van de Geest?

„Ja, daarom is opwas in de genade nodig. Dan is er het verlangen om meer van Christus te kennen en meer met de Heilige Geest vervuld te raken. Er dreigt altijd het gevaar van verachtering in de genade. Het gaat uiteindelijk om de praktijk der godzaligheid, waar rechtvaardiging en heiliging, vergeving en bekering, óók de dagelijkse bekering, nauw met elkaar verbonden zijn. In het leven voor Gods aangezicht geven de vruchten de doorslag, en dat ook breed.”

We hebben in de wereldkerk momenteel te maken met een sterke opleving van pinksterkerken en charismatische geloofsgemeenschappen. Valt er van hen wat te leren?

„Ik zie de gereformeerde theologie als de rijkste theologie die er is. Het gaat erom dat we in de prediking iets laten zien van de kracht van de Heilige Geest en dan gebeurt het telkens weer dat je in het leven van christenen wereldwijd iets authentieks ziet waardoor je elkaar over en weer herkent. Dat is de persoonlijke doorleving van het wonder van toegang tot God door Christus in de kracht van de Heilige Geest. In pinksterkringen zie je overigens nu een hernieuwde interesse in gereformeerde theologie en leest men aan seminaries bijvoorbeeld de systematische theologie van Louis Berkhof. Er komt behoefte aan een vaste leer in plaats van dat men zich alleen laat leiden door emoties en ervaringen.”

Je hoort weleens: de Heilige Geest is in deze donkere tijd geweken.

„Daar moet je erg voorzichtig mee zijn. Als de Geest weinig werkt, breng dat dan in de binnenkamer en bespreek het met ware christenen, heeft eens McCheyne gezegd, maar zeg dat niet in het openbaar. Het is echter ongetwijfeld waar dat er in ons land tijden zijn geweest waarin de Geest krachtiger heeft gewerkt dan nu. Er is wat dat betreft veel verloren gegaan. Het gevaar is echter dat je wat veraf gebeurt of in het verleden heeft plaatsgevonden, idealiseert. Dat geeft een vrijbrief om God niet te zoeken en de dag van de kleine dingen te verachten. Hoe ver de Heere ook in Nederland geweken is, Hij woont in Zijn kinderen en komt in de prediking nog steeds tot ons. Dat zijn zaken die er toch nog zijn in ons land. Het Woord van God is de stem van Heilige Geest. Waar dat niet waarachtig geloofd wordt, is er sprake van het weerstaan van de Heilige Geest. Ik zie gelukkig om mij heen mensen tot bekering komen. Het zouden er veel meer moeten zijn, maar in het leven van iedere persoon die tot bekering en geloof komt is er sprake van een grote zegen. We kunnen de Geest ook bedroeven, ook als gemeente. Het ware christen-zijn blijkt uit de volharding. Wat is het een grote troost en vreugde dat Gods Geest ons ervan overtuigt dat niets ons van Gods liefde in Christus kan scheiden.”

serie Apostolicum

Serie interviews over de artikelen van het Apostolicum met christelijke denkers en theologen. Vandaag deel 5: artikel 8.

Dr. P. de Vries

Dr. P. de Vries (1956) is docent bij het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na zijn studie theologie in Utrecht werd hij hervormd predikant te Zwartebroek-Terschuur (1982), Opheusden (1987) en Elspeet (1994). In 2005 werd ds. De Vries hersteld hervormd predikant te Waarder. In 2010 nam hij een beroep aan naar Boven-Hardinxveld.