Dit zijn ze: de moderne devoten

Luchtopname van de voormalige brouwerij van het klooster te Windesheim, nu in gebruik als kerk van de hervormde gemeente. beeld WBooks
3

De middeleeuwse prediker Geert Groote stelde zijn huis in Deventer open voor vrouwen die een vroom en een aan God toegewijd leven wilden leiden. Een nieuwe opwekkingsbeweging was geboren, bijna anderhalve eeuw vóór de Reformatie. Ze was vernieuwend en ouderwets tegelijk: de moderne devotie.

De vrouwen leefden op vrijwillige basis samen, maar sloten zich niet af van de wereld om hen heen. De geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid hoefden ze niet af te leggen, zoals gebruikelijk was wanneer men intrad in een klooster.

De nieuwe vroomheidsbeweging werd in de late middeleeuwen al aangeduid als moderne devotie („hedendaagse toewijding”), maar haar idealen waren verre van nieuw. Groote wilde terug naar de leefwijze van de eerste christenen. Mensen moesten geen waarde meer hechten aan rijkdom en wereldse geneugten, zoals luxe kleding en overvloedige maaltijden. Het ideaal was een eenvoudig, zuiver leven, met aandacht voor elkaar en voor een rechte verhouding tot God.

Groote stond bekend om zijn vlijmscherpe pen. Tijdgenoten die het met hun devotie wat minder nauw namen, konden een felle brief van hem verwachten. Uit de enkele preken die van hem bewaard zijn gebleven, blijkt dat Groote zich vooral richtte op corrupte praktijken in de kerk. Zo stelde hij –net als de humanist Desiderius Erasmus en de reformator Maarten Luther later zouden doen– het kopen van geestelijke ambten aan de kaak. Verder ageerde hij tegen priesters die zich niet hielden aan hun gelofte van kuisheid.

De maat was vol na een vlammende preek van Groote tijdens een synodevergadering van het bisdom Utrecht, op 14 augustus 1383. Zijn tegenstanders sloegen de handen ineen en wisten bisschop Floris van Wevelinckhoven zover te krijgen dat hij een preekverbod uitvaardigde voor diakenen. Groote, die tot diaken was gewijd, werd zo effectief de mond gesnoerd.

Geert Groote bracht een bezoek aan een zieke vriend en overleed op 20 augustus 1384, aan de pest.

Klooster

De beweging van de moderne devotie verspreidde zich snel. Al in 1380 vormde zich in het huis van Florens Radewijns, een medestander van Groote in Deventer, een gemeenschap voor mannen. Daarmee was de basis gelegd voor de beweging van de zusters en broeders van het ‘gemene’ (gemeenschappelijke) leven. Met de stichting van een mannenklooster in Windesheim en een vrouwenklooster in Diepenveen –beide plaatsen liggen iets ten noorden van Deventer– kreeg de moderne devotie ook een monastieke tak.

Het concilie van Konstanz (1414-1418), dat de hervormer Johannes Hus tot de brandstapel veroordeelde, keurde de leefwijze van de broeders en zusters van het gemene leven goed. De beweging en haar gedachtegoed verspreidden zich over grote delen van Europa, tot in het Oostzeegebied toe.

Mystiek

Een van de vroegste verdedigers van de moderne devotie was Gerard Zerbolt van Zutphen (1367-1398). Hij trad in in het fraterhuis van Florens Radewijns in Deventer. Met zijn geschriften wilde hij medebroeders de weg naar de navolging van Christus wijzen. In zijn ”Handboek voor de hervorming van de krachten van de ziel” spoorde hij hen aan om over het lijden van Christus te lezen en te mediteren. „Lees en overweeg telkens opnieuw het lijden van je Verlosser”, adviseerde hij. „Hij heeft geleden voor jouw verlossing, jouw verlichting, rechtvaardiging en verheerlijking.”

De moderne devoten vonden het belangrijk dat mensen religieuze teksten in de volkstaal konden lezen. Ook moesten priesters niet uitsluitend in het Latijn preken. In zijn traktaat ”Over volkstalige boeken” schreef Zerbolt dat vooral de boeken van het Nieuwe Testament geschikte lectuur voor leken zijn. Die kunnen hen leren de deugden van het christelijke leven in de praktijk te brengen.

De geschriften van moderne devoten hadden vaak een mystieke inslag, waarmee ze in de traditie stonden van Hugo van Sint-Victor, Bernardus van Clairvaux, Bonaventura en Jan van Ruusbroec. Zo nam Zerbolt de woorden „een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho” uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lukas 10) als uitgangspunt voor zijn traktaat over de hervorming van de ziel. De mens moet via de goddelijke liefde, die geestelijke groei en zuiverheid van het hart aanwakkert, zijn in Adam verloren onschuld herwinnen. Zo reist hij, door meditatie en door de oefeningen die Zerbolt aandraagt, als het ware terug naar Jeruzalem. Het einddoel is de eenwording met Jezus Christus.

Calvinisten

Luther sprak later positief over Zerbolt en andere moderne devoten. Die hadden zich immers –net als hij– tegen misstanden in de kerk gekeerd, al gingen de moderne devoten uiteindelijk veel minder ver in hun kritiek en bleven ze trouw aan de kerk van Rome.

Met de Reformatie was de bloeitijd van de geestelijke conventen in Deventer in ieder geval voorbij. De calvinisten pasten een sterfhuisconstructie toe: nieuwe broeders en zusters waren verboden en de gebouwen kwamen in stedelijk bezit.

De huizen van de broeders en zusters van het gemene leven verdwenen geleidelijk uit het stadsgezicht. Alleen het zogenoemde Buiskenshuis, waarin nu het Stadsarchief en de Athenaeumbibliotheek zijn gevestigd, staat er nog. De kelder van de kapel van het Heer-Florenshuis is tegenwoordig onderdeel van het Geert Groote Huis, dat de geschiedenis van de moderne devotie levend wil houden (zie kader).

Het gedachtegoed van de moderne devotie is nooit verdwenen. De nadere reformatoren waardeerden de adviezen voor een godzalig leven en de verborgen omgang met God. Het boek ”De navolging van Christus” van Thomas à Kempis (zie kader) beleefde vele herdrukken (al werden er soms passages over de eucharistie of het kloosterleven weggelaten).

Laatste zusters

Er bestaan daarnaast ook gemeenschappen –vooral in het buitenland– die hun geschiedenis in een ononderbroken lijn tot de oorsprong van de moderne devotie terug kunnen voeren. In Nederland zijn nog maar twee zusters overgebleven. Zuster Anthonie en zuster Gerarda –zwarte kap, witte habijt– verhuisden in 1997 vanuit klooster Soeterbeeck naar verzorgingstehuis Sint-Jozefoord in Nuland. „We waren toen nog met elf zusters, maar de anderen zijn inmiddels bij de Heer”, zeggen ze in een documentaire die te zien is in het Geert Groote Huis.

Deze laatste twee zusters proberen al twintig jaar lang zo veel mogelijk het dagritme van de orde vast te houden.

Zuster Anthonie: „Met ons heengaan hoeven de idealen van de moderne devotie niet te verdwijnen. Ik denk dat ze op een andere manier wel zullen voortleven. Ik ben heel dankbaar dat we in deze rijke traditie mochten leven.”

Expositie over moderne devotie

Deventer bestaat 1250 jaar, en dat wordt herdacht in de Overijsselse stad. Zo pakt Museum Geert Groote Huis, gevestigd op de plek waar ooit de eerste kapel van de moderne devotie stond, tot 27 januari uit met de tentoonstelling ”Moderne devotie, spiritualiteit en cultuur vanaf de late middeleeuwen”. Bij uitgever WBooks in Zwolle verscheen een bijbehorende publicatie.

Geert Groote (1340-1384) –ook wel gespeld als Grote– wordt gezien als de belangrijkste Deventenaar uit de geschiedenis, zegt Robien van Ee, coördinator van Museum Geert Groote Huis. Hij staat bekend als grondlegger van de moderne devotie, een vernieuwingsbeweging die stond voor een persoonlijke beleving van het geloof en een eenvoudig en oprecht leven.

Het museum, dat het verhaal van Geert Groote en de moderne devotie vertelt, trekt zo’n 6000 bezoekers per jaar. „En dat aantal stijgt”, zegt Van Ee. „Maar er is nog veel werk te doen. Bij veel mensen gaat nog geen belletje rinkelen bij het noemen van namen als Geert Groote en Thomas à Kempis.”

Het gedachtegoed van de moderne devotie is volgens haar ook actueel. „Teruggaan naar de basis van het geloof, omzien naar elkaar, eenvoudig leven, zelf nadenken en een weg kiezen – dat zijn waarden die nog steeds relevant zijn.”

>>geertgrootehuis.nl

Dialoog met novicen

Thomas à Kempis (1380-1471) is een van de bekendste vertegenwoordigers van de geestelijke vernieuwingsbeweging van de moderne devotie. Zijn boek ”De navolging van Christus” verscheen in meer dan honderd talen. Thomas Kempis –de naam waarmee hij zijn geschriften ondertekende– schreef echter nog veertig à vijftig andere werken, waarvan vele nog nooit in het Nederlands zijn vertaald. Bij KokBoekencentrum kwam onlangs de eerste Nederlandse vertaling van ”Dialoog met novicen” uit. Daarin gaat Kempis een dialoog aan met een novice, een nieuweling in het klooster.

Kempis worstelde vooral met de vraag hoe iemand tot de „volmaakte minachting” van de wereld kan komen, om zo een ware leerling van Christus te worden. Volgens hem liep de veiligste weg naar God via het klooster. „Men moet niet luisteren naar wie aanraden in de wereld te blijven vanwege de troost van vrienden, maar veeleer moet men diegenen imiteren, die vanwege de liefde voor Christus hebben gekozen zich te verwijderen van vrienden, om God vrijer te dienen, zich toegewijder aan Hem te hechten, en vaker voor vrienden te bidden.”

Uit het boek blijkt dat Kempis de term ”moderne devotie” zelf ook gebruikte. Hij doelde daarmee op mensen die sinds het einde van de veertiende eeuw de „wet van leven en kennis” hebben onderwezen en „velen hebben afgewend van de onrechtvaardigheid.”